Blaffende wasbeerhonden bijten nog steeds.

De wasbeerhond

In de vroege ochtend van zaterdag 17 maart, om 8:15, slingert Marion Koopmans een tweet de wereld in met de tekst ‘Stay tuned’. In die tweet verwijst ze naar een artikel in ‘The Atlantic’ met als titel ‘The Strongest Evidence Yet That an Animal Started the Pandemic’.[1] Later die ochtend, om 12:00, pakt de Volkskrant groot uit met een artikel van twee journalisten van de Volkskrant, Maarten Keulemans en Leen Vervaeke, met als titel: ‘Genetisch bewijs: wasbeerhond gaf mensheid coronavirus’, waarin hetzelfde artikel uit The Atlantic wordt aangehaald en besproken.[2] De samenvatting direct onder de kop van het artikel laat weten dat er nu ‘hard genetisch bewijs’ geleverd is, dat laat zien dat het coronavirus een relatie heeft met de wasbeerhond. Want, zo schrijven Keulemans en Vervaeke, monsters die Chinese onderzoekers kort na de uitbraak namen op de markt van zouden ‘tjokvol’ zitten met genetisch materiaal van de wasbeerhond. En dus moest het wel zo zijn dat de wasbeerhand de intermediaire gastheer was, die tot nu toe ontbrak in de zoektocht naar de oorsprong van SARS-CoV-2. Het nieuws verspreidt zich snel, en kort nadat het artikel in de Volkskrant verschijnt, volgen andere media zoals het Parool,[3] het AD[4] en de NOS[5] met een verhaal van dezelfde strekking: het harde bewijs voor de zoönosetheorie was geleverd. De wasbeerhond is de boosdoener die de wereld SARS-CoV-2 had bezorgd.

Maar wie het artikel in The Atlantic leest, komt tot de ontdekking dat de genetische data, waarop deze conclusie gebaseerd is, op dat moment nog helemaal niet beschikbaar zijn. Ook verwijst het bewuste artikel niet naar een wetenschappelijke studie, ook niet naar een pre-print, maar naar een in allerijl belegde vergadering van de World Health Organization’s Scientific Advisory Group for the Origins of Novel Pathogens (SAGO). Volgens het artikel in The Atlantic zou het gaan om een ‘internationaal team van virologen, genetici en evolutiebiologen’ dat ‘cruciale data’ aangetroffen had, die het ‘ontbrekende kennishiaat’ zou invullen wat betreft de vraag of SARS-CoV-2 een zoönose is of een virus ontsnapt uit het WIV. Het zou gaan om ‘het sterkste bewijs’ tot dan toe voor de hypothese dat het virus van een dier, in dit geval van de wasbeerhond, op de markt van Huanan op de mens zou zijn overgesprongen.

Echter, al snel blijkt uit het artikel in The Atlantic dat het team van ‘internationale virologen, genetici en evolutiebiologen’ die het ‘genetisch bewijs’ zouden hebben geleverd, bestaat uit de harde kern van fanatieke aanhangers van de zoönosetheorie: de zoönati. Het zijn de bekende namen van Kristian Andersen, Edward Holmes en Michael Worobey die in het artikel uitgebreid aan het woord komen, evenals een andere fanatieke verdediger van de zoönosetheorie, die we al eerder tegenkwamen: Angela Rasmussen. En het blijft niet bij deze vier namen: als hun analyse op 20 maart 2023 op de Zenodo pre-printserver verschijnt, blijkt dat meerdere van de medeauteurs betrokken waren bij de drie eerdere publicaties, waaronder als vanzelfsprekend Robert Garry en Andrew Rambaut.[6] Ditmaal is Alex Crits-Christoph de eerste auteur van het artikel, maar ook alle andere namen zijn present in de auteurslijst.

Vervolgens wordt duidelijk zelfs Andersen, die uitgebreid in het artikel in The Atlantic geciteerd wordt, qua ‘bewijs’ niet verder komt dan dat hij ‘gelooft’ dat er geïnfecteerde wasbeerhonden op de markt van Huanan verhandeld werden. Maar ten overstaan van de journalist van The Atlantic erkent dat de studie hiervoor geen ‘direct bewijs’ levert. En hiermee impliciet toegeeft toe dat de studie het ‘bewijs’ dat het virus op de markt van Huanan van de wasbeerhond op de mens zou zijn overgesprongen, helemaal niet levert. Maar deze uitspraak van Andersen komt niet terug in het artikel van Keulemans en Vervaeke. Het waarom laat zich raden: die uitspraak van Andersen verhoudt zich slecht met de strekking van hun artikel dat het ‘harde genetische bewijs’ voor de zoönose-theorie zou zijn geleverd.

Weinig verrassend wordt ook Koopmans geciteerd in het artikel in de Volkskrant. Want, zo valt in het artikel te lezen, Koopmans is vanuit Nederland ‘betrokken bij de zaak’. En hoewel ze niet vooruit wil lopen op de publicatie, zullen volgens Koopmans de aanhangers van de gedachte dat het virus afkomstig is uit een Chinees laboratorium hoe dan ook niet overtuigd zijn: ‘De criticus kan nog steeds zeggen: je hebt het virus niet aangetoond in een levend dier.’ Hiermee wordt de indruk gewekt dat Koopmans van mening is dat de studie wel degelijk bijdraagt aan het bewijs dat SARS-CoV-2 een zoönose is. En Koopmans had de tijd en de gelegenheid gehad om dit ‘bewijs’ op waarde te schatten, zoals later duidelijk zou worden. Maar dat niet deed, en opnieuw de vlucht naar voren nam.

Het ‘harde genetische bewijs’

De vraag is op welke data dat ‘harde genetische bewijs’, waarover Keulemans en Vervaeke zo enthousiast schrijven, eigenlijk gebaseerd is. Het gaat om de monsters die in de periode van 1 januari tot en met 2 maart 2020 genomen werden op de markt van Huanan, zoals ik eerder in dit hoofdstuk al uitgebreid besproken heb. Om het geheugen even op te frissen, het gaat daarbij in totaal om 923 monsters genomen op diverse plaatsen en van verschillende oppervlakten op de markt. Van die 923 monters waren er 73 positief voor SARS-CoV-2. Op basis hiervan verschijnt op 25 februari 2022 de pre-print van Gao et al. online op de pre-printserver van Research Square. Een dag later gevolgd door de pre-prints van Worobey et al. en Pekar et al. op de Zenodo pre-printserver. Daarnaast bieden Gao et al. hun artikel ook voor publicatie aan bij het wetenschappelijke tijdschrift ‘Science’. Ruim een jaar later is deze studie echter nog steeds onder review bij het tijdschrift. De conclusie van dit Chinese artikel, dat pas na de hele affaire in Science wordt gepubliceerd, is dat er geen bewijs is voor de hypothese dat SARS-CoV-2 op de markt van Huanan van dier op mens overgesprongen is.[7]

Een voorwaarde voor publicatie van het artikel van Gao et al. is dat de genetische data, waarop de conclusies gebaseerd zijn, ook beschikbaar zouden komen, zodat onafhankelijke onderzoekers ze zouden kunnen verifiëren. En hoewel Keulemans en Vervaeke schrijven dat een Franse wetenschapper met de naam Florence Débarre deze data bij toeval op het spoor kwam, is dit niet bijster waarschijnlijk en ook niet in lijn met wat de journalist in het artikel in The Atlantic optekent, als zij schrijft dat ‘onderzoekers regelmatig GISAID doorzochten, soms op de meest vreemde uren, om de ruwe data van de Chinese CDC in handen te krijgen’. Dat klinkt niet als iemand die bij toeval op de data stuit, maar meer als iemand die hier doelgericht naar op zoek was. Bovendien is Flo Debarré geen onbekende van de harde kern van de Zoönati. In de voorgaande poging van deze groep om de mogelijkheid van een labontsnapping de kop in te drukken, wordt ze in het dankwoord bij de publicatie genoemd, en nu blijkt ze medeauteur te zijn bij de publicatie van de groep rondom Andersen, Holmes en Worobey en Rambaut, die drie dagen na de publicaties in The Atlantic en de Volkskrant verschijnt.

Na het downloaden en analyseren komt Débarre volgens The Atlantic tot de conclusie dat de monsters die positief testten op het RNA van SARS-CoV-2 ook genetisch materiaal van de wasbeerhond bevatten, waarbij de hoeveelheid hiervan in sommige monsters groter is dan dat van de mens. Volgens Debarré is dit een sterke aanwijzing voor de hypothese dat de wasbeerhond het virus naar de markt heeft gebracht en niet de mens. Dit is dus wat volgens Keulemans en Vervaeke het ‘harde genetische bewijs’ is dat de wasbeerhond de intermediaire gastheer is, die SARS-CoV-2 van een vleermuis heeft gekregen en vervolgens op de mens heeft overgedragen. Dat de studie niets anders aantoont dan dat op sommige plaatsen op de markt zowel DNA van de wasbeerhond werd aangetroffen als ook RNA van SARS-CoV-2, zonder dat daaruit afgeleid kan worden hoe dat materiaal daar terechtgekomen is, laten de beide ‘wetenschapsjournalisten’ gemakshalve buiten beschouwing.

Verder beweert het tweetal dat China ‘verhulde’ dat op de markt van Huanan illegaal ‘coronagevoelige’ zoogdieren verhandeld werden. Maar ook dat is onjuist: in het rapport van het WHO-missie staat het volgende geschreven: ‘Hoewel er fotografisch bewijs is in een gepubliceerd artikel dat er in het verleden levende zoogdieren werden verkocht op de Huanan-markt (2014)… …zijn er geen geverifieerde berichten gevonden over de verkoop van levende zoogdieren rond 2019.’[8] Het gaat natuurlijk om de foto’s die Eddie Holmes in 2014 op de markt nam, en daarna opduiken in de studie van Worobey et al.[9] Bovendien wordt niet lang nadat het rapport van de WHO-missie beschikbaar komt, door Chinese wetenschappers een artikel gepubliceerd waaruit blijkt dat er inderdaad voor coronagevoelige zoogdieren aanwezig waren op de markt van Huanan, en in die studie wordt de wasbeerhond specifiek genoemd.[10] Men zou kunnen betogen dat de Chinezen de publicatie lange tijd achtergehouden hebben, maar dat is niet het geval. De studie werd namelijk al vroeg in 2020 voor publicatie aangeboden, maar werd door het eerste tijdschrift na twee rondes van peer-review uiteindelijk afgewezen, omdat het volgens de redactie te weinig relevant was. Daar is een goede verklaring voor, omdat uit het artikel blijkt dat er op de markt van Huanan geen pangolins werden verkocht, het dier waarvan op dat moment vermoed werd als tussengastheer voor SARS-CoV-2 te hebben gefunctioneerd. Het tweede tijdschrift waaraan het artikel werd aangeboden, deed maar liefst zeven maanden over de peer-review.[11] Met als gevolg dat het artikel pas halverwege 2021 gepubliceerd werd. Over de wasbeerhond werd dus niets verhuld, het dier was aanvankelijk simpelweg geen verdachte bij de zoektocht naar een tussengastheer.

GISAID (Global Initiative on Sharing Avian Influenza Data)

Als gezegd plaatsen Crits-Christoph en zijn medeauteurs de pre-print op 20 maart 2023 online, vergezeld gaande van onder andere de volgende ‘inleidende opmerkingen’: ‘We respecteren het recht van onze collega’s (China CDC) om als eerste een manuscript over hun eigen gegevens te publiceren en zijn niet van plan om een artikel voor publicatie aan te bieden dat zou concurreren met hun manuscript [dat van Gao et al] dat op dit moment de peer-review doorloopt.’[12]

Uit de inleidende opmerkingen bij de pre-print wordt duidelijk dat Flo Débarre op 4 maart 2023 de databestanden ontdekt. Op 9 maart realiseren ze zich dat deze data behoren bij de studie van Gao et al, downloaden de databestanden, en nog dezelfde dag zoeken Worobey en Holmes per e-mail contact met George Gao. Op 11 maart wordt de WHO op de hoogte gebracht van de voorlopige resultaten van hun onderzoek. Een dag later, op 12 maart, is er contact tussen enkele van de auteurs en de WHO, en op 14 maart 2023 worden de resultaten gepresenteerd aan de SAGO. Vertegenwoordigers van de Chinese CDC krijgen daar ook de gelegenheid om hun eigen resultaten te presenteren, zo blijkt uit de inleidende opmerkingen.

Naderhand blijkt dat de poging van Holmes tot samenwerking met de Chinese wetenschappers uit niet meer te bestaan dan, zoals hij dat zelf vertelt tijdens een podcast, een email waarin hij schrijft: ‘We vinden [genetisch materiaal van de] wasbeerhond, dat is verbazingwekkend! We hebben zijn voornemens om dit te publiceren. Wat zijn jullie plannen?’[13] Michael Worobey daarentegen doet wel een serieuze poging om samen te werken met de Chinese wetenschappers, zoals duidelijk wordt uit een e-mail die hij aan George Gao stuurt: ‘De monsters bevatten duidelijk intrigerende informatie, en we zouden graag aan dit project werken als dat mogelijk, respectievelijk wenselijk zou zijn, over de verschillende grenzen heen die onze groep scheiden van jouw team. Het zou interessant zijn om aantekeningen uit te wisselen.’ Dat wordt door George Gao echter niet gehonoreerd. Hij wil deze data niet uitwisselen alvorens zijn eigen artikel gepubliceerd zou worden.[14]

Vervolgens wordt in de inleidende opmerkingen bij de pre-print verteld dat de collega’s die de data gedownload hadden of contact hebben gezocht met George Gao, op 13 maart een e-mail van GISAID kregen, waarin ze verzocht werden om zich aan de gebruikersvoorwaarden te houden. In sommige gevallen zouden ze vals beschuldigd zijn dat ze die geschonden hadden. In die gebruiksvoorwaarden staat dat de data die door de auteurs naar GISAID geüpload worden, ‘intellectueel eigendom’ zijn, en die data pas door andere auteurs gebruikt mogen worden nadat het bijbehorende artikel gepubliceerd is. Voordien mogen ze slechts in samenwerking mét, of toestemming ván de auteurs gebruikt worden.[15] Volgens de Chinezen zouden de genetische data niet definitief zijn en nog aangepast moeten worden, en was het niet de bedoeling dat ze al vrijgegeven werden. Maar ook dat is niet juist. Naderhand wordt duidelijk dat twee van de Chinese auteurs al op 30 januari 2023 een routinemelding kregen dat hun data openbaar waren gemaakt. Het is dan ook zeer waarschijnlijk dat de Chinezen gealarmeerd werden toen Gao de e-mails van Worobey en Holmes zag, die het tweetal op 9 maart 2023 verstuurde, en zich toen pas realiseerden dat die op basis van de data een andere conclusie zouden trekken en opnieuw een poging zouden doen om de zoönose-theorie te ‘bewijzen’. Daarop beklagen de Chinese auteurs zich de volgende dag bij monde van de eerste auteur van het uiteindelijke artikel, William Liu, bij Peter Bogner, de initiatiefnemer van GISAID, waarna de data offline worden gehaald. En dus hebben Crits-Christoph et al., zoals ze in de pre-print ook laten weten, op het moment van publicatie van hun pre-print al geen toegang meer tot de data. [16]

Crits-Cristoph et al. bestrijden in de inleidende opmerkingen bij de pre-print overigens dat ze de gebruiksvoorwaarden van GISAID geschonden zouden hebben. Ook zouden ze niet de intentie hebben om dat te doen. Naar hun mening zou GISAID zelf in strijd gehandeld hebben met de eigen doelstellingen, waaruit ze het volgende citeren: ‘…om belemmeringen en beperkingen weg te nemen die het uitwisselen van virologische data voor formele publicatie hinderen of verhinderen.’ Volgens Crits-Cristoph et al. is het – in het licht van het feit dat de monsters al in 2020 werden genomen – nog langer afschermen van de genetische data, die aan het artikel van Gao et al. ten grondslag liggen, ‘onredelijk’, vooral gezien het belang voor het begrijpen van de origine van de pandemie.

Dan gebeurt er iets onverwachts, iets dat de groep rondom Andersen, Garry, Holmes en Andersen waarschijnlijk niet hadden voorzien: de dag nadat hun pre-print online komt, krijgen ze een ban van GISAID voor het schenden van de gebruiksvoorwaarden. Het gevolg is dat de toegang tot de databank voor alle auteurs van het artikel van Crits-Cristoph et al. afgesloten wordt. Dit overigens pas nadat de beheerders hen meerdere keren om opheldering vroegen, maar geen antwoord kregen. Die ban zou later worden opgeheven, als teken van goede wil van GISAID, maar niet eerder dan dat de auteurs alsnog een toelichting hadden gegeven over de gang van zaken.[17] Het verweer van Eddie Holmes bij GISAID tegen de ban is opvallend: ‘Voor alle duidelijkheid: 1. Ik heb deze gegevens nooit gedownload van GISAID. 2. Ik heb deze gegevens niet. 3. Ik heb deze gegevens nooit geanalyseerd.’ Dat mag een zeer bijzonder standpunt heten, want hij is wel medeauteur van het artikel dat op deze data gebaseerd is, en is dus gewoon medeverantwoordelijk voor het gebruik van die data en de pre-print die erop gebaseerd is. Waarschijnlijk leidt de ban tot enige paniek bij Holmes, omdat GISAID op dat moment een van de belangrijkste publieke databanken is voor genoomsequenties van SARS-CoV-2, en een permanente ontzegging van de toegang ernstige consequenties voor zijn wetenschappelijke werk zou betekenen. Waarom dit een goede verklaring zou kunnen zijn, komt in de volgende paragraaf aan de orde.

Peter Bogner

De ban blijft voor GISAID ook niet zonder gevolgen. Waarschijnlijk leidt de hele affaire mede tot een harde aanval op de persoon Peter Bogner in een artikel gepubliceerd in Science Insider van 19 april 2023. In het stuk wordt de levensloop van Bogner tot in detail doorgenomen en wordt hij neergezet als een onbetrouwbare en leugenachtige fraudeur met een ‘bevlekt en duister verleden’.[18]

In het artikel staat onder andere te lezen dat wetenschappers geklaagd zouden hebben over de verwarrende en willekeurige toegangsprocedures van GISAID, die volgens hen belangrijk wetenschappelijk onderzoek zou belemmeren. Meerdere virologen zouden Science Insider hebben laten weten dat de hoeveelheid data die ze konden downloaden zonder uitleg werd beperkt of de toegang zelfs afgesloten werd, kennelijk als vergelding voor zelfs maar de minste kritiek op GISAID. Om welke wetenschappers en virologen het gaat, wordt niet vermeld. Dit omdat volgens het artikel de aangehaalde bronnen anoniem wilden blijven, uit angst voor juridische procedures of het verliezen van de toegang tot GISAID. Verder zou niet duidelijk zijn wie GISAID financiert en hoe de organisatie dat geld besteedt. Daarnaast zou Bogner zijn CV meerdere malen vervalst hebben, en zijn rol bij de totstandkoming van GISAID mooier voorstellen dan in de werkelijkheid het geval is. En dan zou Bogner ook nog veroordeeld zijn voor ‘valsheid in geschrifte’, hoewel deze veroordeling later geseponeerd zou zijn. Op zo wordt de hele levensloop tot in detail uitgeplozen door de journalisten van Science Insider, en de ene na de andere malversatie van Bogner uitgebreid voor het voetlicht gebracht.

In het artikel draagt ook Marion Koopmans haar steentje bij aan het besmeuren van Peter Bogner: ‘Marion Koopmans van het Erasmus Universitair Medisch Centrum zegt dat ze meerdere telefoontjes van Bogner kreeg ‘op een nogal intimiderende toon’. Dat geldt ook voor collega’s, voegt ze eraan toe. ‘Ik heb van nogal wat mensen soortgelijke ervaringen gehoord.’ Saillant detail: Ron Fouchier blijkt zitting te hebben in de wetenschappelijke adviesraad van GISAID. Hij laat zich dan ook een stuk positiever uit over Bogner.

Het belangrijkste in het hele stuk is dat de auteurs zich afvragen of en in hoeverre Bogner door de wetenschappelijke wereld vertrouwd kan worden in relatie tot het beheer van een belangrijke databank als GISAID. Dit mede omdat de hosting van de website bij de start van het project al tot de nodige problemen leidde, onder andere omdat GISAID haar betalingsverplichtingen niet nakwam. Die problemen zouden zich enkele jaren voortslepen, met als gevolg dat de organisatie die de hosting van de website voor zijn rekening meerdere malen wisselde.

Gezien het uitgebreide en gedetailleerde verhaal in Science Insider is het aannemelijk dat het onderzoek naar de handel en wandel van Bogner al een aanvang had ruim voor de publicatie van Crits-Christoph et al. Ook maakt het stuk de indruk dat de auteurs hun huiswerk goed gedaan hebben, en Bogner op zijn minst een nogal curieuze levensloop heeft, met daarin vele gebeurtenissen en inconsistenties die zijn integriteit twijfelachtig maken. Maar toch is het opvallend dat het stuk gepubliceerd wordt kort nadat de groep rondom Andersen, Garry, Holmes en Rambaut de ban van GISAID krijgt.

Er is een reden waarom ik dit zo specifiek benoem: een van de twee auteurs van het artikel in Science Insider is iemand die we al kennen: Jon Cohen, de wetenschapsjournalist die meerdere malen liet zien een overtuigd aanhanger te zijn van de zoönosetheorie, en de groep rondom Andersen, Garry, Holmes en Rambaut bij herhaling ruim baan gaf bij het verkondigen van het zoönose-evangelie. Het is aannemelijk dat een vernietigende publicatie over de initiatiefnemer van GISAID, die hem in een uitermate kwaad daglicht stelt, de auteurs van de pre-print niet slecht uitkwam, omdat daarmee de indruk gewekt zou kunnen worden dat zij de onschuldige slachtoffers waren van een malafide persoon als Peter Bogner. Het is niet ondenkbaar dat Jon Cohen er wel aan mee wilde werken om die suggestie te wekken. Te meer omdat in het artikel specifiek benoemd wordt dat een ‘groep onder leiding van Kristian Andersen’ de wraak van Bogner aan den lijve had gevoeld. Dit naar aanleiding van een artikel afkomstig uit het lab van Andersen, met daarin een referentie, waarin gesteld werd dat de eerste genoomsequentie van SARS-CoV-2 niet geüpload was naar GISAID – zoals Bogner beweerde – maar op een discussieforum voor virologen: dat laatste is inderdaad juist, want zoals we al weten, werd de eerste genoomsequentie van SARS-CoV-2 gepubliceerd op virological.org. Op de dag dat het team van Andersen het artikel publiceerde, verloren de auteurs de toegang tot GISAID. Die toegang werd op 3 maart 2023 hersteld. Maar opvallend genoeg wordt er geen melding gemaakt van de erop volgende ban die GISAID oplegde aan de auteurs van het artikel van Crits-Cristoph et al., terwijl ook dit verhaal zich ruim voor de publicatiedatum van het artikel in Science Insider afspeelt. Het doet vermoeden dat Cohen die relatie niet wilde leggen, om de schijn van partijdigheid te vermijden.

Als Fouchier naar een reactie wordt gevraagd naar aanleiding van de klachten en kritiek op GISAID valt wederom zijn milde toon op, waarbij hij stelt dat hij weet heeft van klachten over GISAID, maar dat hij er niet zeker van is of deze ‘gegrond zijn of vrij van belangenverstrengeling’. Om er aan toe te voegen dat sommige klachten ‘georkestreerd lijken te zijn door een vocale minderheid’, waaronder ‘de traditionele publieke genoomdatabanken die veel gebruikers over hebben zien stappen naar GISAID. Die kritiek, zo zegt Fouchier, ‘lijken de tranen van de verliezende partij te zijn.’

Na het commentaar van Fouchier gaat het artikel verder met het beschrijven van de vertroebelde relatie tussen Bogner en wetenschappers die gebruik maken van GISAID. Ook hier lijken Cohen en zijn collega een punt te hebben: er waren twee jaar eerder al eerder klachten geweest over hoe GISAID zonder uitleg te geven de toegang tot de databank afsloot en hoe wetenschappers ‘telefonische pesterijen’ of juridische dreigbrieven kregen als ze zich niet aan de strikte regels van GISAID hielden.[19] Dat stuk werd al in maart 2021 in Science Insider gepubliceerd, maar niet door Jon Cohen. Hoe dan ook, het is duidelijk dat de journalisten van Science Insider niet op hele goede voet staan met Peter Bogner.

En daarmee weet Cohen de schijn van partijdigheid niet van zich af te schudden in het artikel over Peter Bogner. Al was het maar omdat hij een maand eerder Kristian Andersen, Flo Débarre, Joel Wertheim en Michael Worobey wederom uitgebreid aan het woord liet in een artikel in Science Insider, nu naar aanleiding van hun voordracht over de Chinese data bij SAGO.[20] Zelfs de foto van de wasbeerhond die Holmes in 2014 maakte op de markt van Huanan ontbreekt niet. Maar ondanks het feit dat de genetische data nog niet beschikbaar waren en er ook geen pre-print gepubliceerd was, stelt Cohen geen kritische vragen en past geen wederhoor toe. In verband hiermee is er één opmerking van Worobey uit dat artikel die ik u niet wil onthouden: ‘Flo [Débarre] en ik bewandelden dezelfde weg, waarbij we eerst onbevooroordeeld stonden ten opzichte van de mogelijkheid van een lab-ontsnapping, maar gaandeweg raakten we steeds meer overtuigd, naarmate er meer en meer bewijs komt dat het niet zo gebeurd is, dat het wel gebeurd is op de markt van Huanan, via de handel in wilde dieren.’ Maar uit de voorgaande jaren valt op geen enkel moment terug te halen dat Worobey openlijk de mogelijkheid van een lab-ontsnapping overweegt of zelfs maar suggereert.

De pre-print

Evenals bij de publicaties van Worobey et al. en Pekar et al. loont het zich om de studie van Crits-Cristoph et al. zelf goed te lezen. Want al snel blijkt uit het commentaar van de auteurs zelf dat het met het ‘harde genetische bewijs’ voor de zoönose-theorie nogal meevalt: ‘Hoewel we een intermediaire gastheer niet kunnen identificeren aan de hand van deze data, is een plausibele verklaring voor het samen aantreffen van het genetisch materiaal van SARS-CoV-2 en hiervoor vatbare dieren, dat een deel van deze dieren besmet was.’ Flo Débarre zou later bevestigen hun studie geen hard bewijs leverde: volgens haar was de kop boven het artikel van The Atlantic ‘belachelijk’ en ‘genant’, en was het bewijs dat in de studie geleverd werd ‘niet het sterkste bewijs’.[21] Het bewijs was alleen sterk, zo zegt Débarre, omdat het paste in het overige bewijsmateriaal dat in dezelfde richting zou wijzen, waarbij ze ongetwijfeld doelde op de studies van Worobey et al. en Pekar et al.

En zo blijkt het ‘harde genetische bewijs’ van Keulemans en Vervaeke volgens de auteurs zélf niet meer te zijn dan een ‘plausibele verklaring’. Desondanks herhalen Crits-Cristoph in hun artikel ten overvloede nog een keer alle ‘aanwijzingen’ die er volgens hen zijn voor de zoönose-theorie, en verwijzen daarbij ter onderbouwing herhaaldelijk naar studies uit de eigen wetenschappelijke keuken. Ook gaan ze ook nu niet in op de uitgebreide en goed onderbouwde kritiek op deze twee studies, waarin de meeste van deze ‘aanwijzingen’ overtuigend en degelijk onderbouwd weerlegd worden.[22] [23] [24] [25] [26] [27] Zelfs de simpele constatering dat de uitbraak van de pandemie plaatsvond op de drempel van ’s werelds meest prestigieuze onderzoeksinstituut op het gebied van coronavirussen, blijft onbesproken in deze reeks van ‘aanwijzingen voor een zoönose’. Het is het patroon dat we al kennen.

Het ‘harde genetische bewijs’ gefileerd

Daarmee was het verhaal over de wasbeerhond echter nog niet ten einde. Na het verschijnen van de publicatie van de Chinese wetenschappers en het beschikbaar komen van de bijbehorende genetische data, konden andere wetenschappers deze zelf controleren. Al snel kwam er forse kritiek op de resultaten van de studie: zo wees Steve Massey slechts een dag na het verschijnen van het artikel al op het feit dat geen van de vroege Covid-19-ziektegevallen op de markt een relatie hebben met de marktkramen waarvan in de monsters mitochondriaal DNA (mtDNA) van de wasbeerhond aangetroffen werd.[28] [29]  Verder ontdekt Steven Quay dat het monster met nummer Q61, waarin relatief gezien de grootste hoeveelheid mtDNA van de wasbeerhond werd aangetroffen, feitelijk negatief test op SARS-CoV-2. Crits-Cristoph et al. zeggen hier niets over in hun publicatie, maar Quay haalt dit uit een tabel in het addendum bij het artikel.[30] Het is dit monster dat een centrale plaats inneemt in de publicatie van Crits-Christoph en in één van de drie figuren in het artikel wordt de analyse van juist dit monster uitgebreid in beeld gebracht.[31]

Daarna duikt Steve Massey voor een tweede keer in de data, en ontdekt dat het monster met het nummer Q61 niet alleen ‘tjokvol’ zit met mtDNA van de wasbeerhond, maar ook van vele andere dieren die niet gevoelig zijn voor SARS-CoV-2.[32] Verder laat Massey zien dat er in dit monster meer RNA aanwezig is van twee andere coronavirussen, en wel twee coronavirussen die bij mensen over het algemeen alleen verkoudheidsklachten veroorzaken: OC43 en HKU1.[33] Wellicht dat de auteurs hiervoor ook de wasbeerhond als schuldige zouden willen aanwijzen, maar het is waarschijnlijker dat het RNA van deze twee coronavirussen door toedoen van een hoestend of proestend mens in het monster terecht is gekomen, en niet als gevolg van een snotterende wasbeerhond. In dit verband wijst Massey er op dat als SARS-CoV-2 inderdaad via de wasbeerhond op de markt terechtgekomen zou zijn, er veel meer erfelijk materiaal van SARS-CoV-2 in het monster aanwezig zou moeten zijn dan van deze twee coronavirussen, simpelweg omdat er ook veel meer mtDNA van de wasbeerhond dan van de mens in het monster zit. En dat is niet het geval.[34]

Jesse Bloom op herhaling

De definitieve nekslag voor de studie van het Crits-Cristoph volgt echter nadat Jesse Bloom zich in de discussie mengt. In een eerste tweettorial wijst hij op het feit dat het begin van de pandemie in ieder geval niet later kan zijn geweest dan november 2019 en dat daarom monsters verzameld op of na 1 januari 2020 op de markt van Huanan een beperkte zeggingskracht hebben.[35]

Verder stelt hij dat als er, naast erfelijk materiaal van SARS-CoV-2 in een monster, ook mtDNA van mensen en/of dieren wordt aangetroffen, dit niets zegt over een mogelijke besmetting van dier op mens of mens op dier. Beide zijn even waarschijnlijk. Het bewijst volgens Bloom alleen maar dat erfelijk materiaal van het virus samen met dat van mens en/of dier op dezelfde plaats werd aangetroffen.

Op 27 april volgt in een uitgebreide tweettorial een tweede analyse van Jesse Bloom, waarin hij ditmaal de genetische data grondig onder de loep neemt.[36] Deze tweettorial wordt vergezeld van een pre-print die hij net online heeft gezet. Onderstaande bespreking is met name op deze pre-print gebaseerd, maar is in verkorte vorm ook in de twitterdraad terug te vinden. Bloom’s analyse laat geen spaan heel van de pre-print van Crits-Cristoph et al. Het eerste wat duidelijk wordt, is dat het stuk van Crits-Christoph et al. slechts op een deel van de Chinese data gebaseerd is, waarbij het om in totaal 227 databestanden gaat, daar waar Bloom alle 696 databestanden analyseert die later, op 29 maart 2023, door de Chinezen vrijgegeven worden op de website van een Chinese genetische databank (Nation Genomics Data Center). Bloom controleert of de 227 databestanden van Crits-Christoph et al. gelijk zijn aan de overeenkomstige bestanden in de volledige dataset van de Chinese databank, en dat blijkt zo te zijn.

Bloom laat als eerste zien dat de monsters die positief zijn voor SARS-CoV-2 slechts kleine hoeveelheden RNA van het virus bevatten. Op twee monsters na gaat het om minder dan 0,0005% van de totale hoeveelheid stukjes DNA of RNA in de monsters. De twee monsters met het grootste aantal fragmenten RNA van SARS-CoV-2, worden gedomineerd door het mtDNA van de meerval en de forelbaars. Bloom gaat ook specifiek in op het monster met nummer Q61. Bloom preciseert de hoeveelheid RNA die in het monster aanwezig is, en laat zien dat deze slechts een zeer minuscuul aantal deeltjes van SARS-CoV-2 bevat: één fragment RNA van het virus per 210.000.000 fragmenten DNA of RNA van andere organismen. Dit resultaat is in overeenstemming met wat Steven Quay en Steve Massey al opmerkten: dat er in dit monster zo weinig RNA van SARS-CoV-2 aanwezig was, dat de rtPCR negatief uitviel, en dit hele kleine beetje RNA slechts aangetoond kon worden met de nog veel gevoeliger methode, die zulke kleine hoeveelheden RNA ‘aantoont’ dat in dit geval geen betrouwbaar onderscheid gemaakt kan worden tussen een positief en een negatief monster.

Bloom laat verder zien dat het aantal fragmenten RNA van SARS-CoV-2 het sterkst correleert met het aantal fragmenten mtDNA van de forelbaars, gevolgd door de meerval, de koe, de karper en de slangenvis. Van de koe werd op de markt van Huanan waarschijnlijk alleen het vlees en de organen verkocht, en de andere dieren zijn zeer waarschijnlijk niet vatbaar voor SARS-CoV-2. Overigens, als ook de andere chordaten meegenomen worden in de analyse, en niet alleen zoogdieren zoals Crits-Christoph et al. doen, is meer dan de helft van het mtDNA uit monster Q61 afkomstig van de Chinese vlekbekeend, en slechts een derde van de wasbeerhond.

Maar het wordt nog erger: Bloom laat zien dat het aantal stukjes DNA van de wasbeerhond in de monsters niet positief, maar negatief correleert met de het aantal stukjes RNA van SARS-CoV-2. Dat wil zeggen: hoe meer fragmenten mtDNA van de wasbeerhond er in de verschillende monsters aanwezig is, hoe minder het aantal fragmenten RNA van SARS-CoV-2 die de monsters bevatten. Zelfs het aantal deeltjes mtDNA van de mens laat – hoewel zwakker dan voor voornoemde dieren – daarentegen een positieve correlatie zien met het aantal deeltjes RNA van SARS-CoV-2. Uit een aanvullende analyse blijkt dat ongeacht welke subset van de monsters Bloom neemt, het aantal deeltjes RNA van de wasbeerhond negatief correleert met het aantal deeltjes RNA van SARS-CoV-2.

Bloom besluit de tweettorial met de vraag: ‘Meer in het algemeen, wat kunnen we hieruit concluderen wat betreft de oorsprong van COVID-19? Waarschijnlijk niet veel.’ Als gezegd zet hij zijn tweettorial kracht bij met een pre-print waarin hij alles veel uitvoeriger uit de doeken doet, en waarin hij stelt dat de methode van Andersen, Holmes en Worobey helemaal niet geschikt is om de vraag te beantwoorden of de op de markt van Huanan aanwezige dieren geïnfecteerd waren met SARS-CoV-2.[37] Waarmee het ‘harde genetisch bewijs’ definitief in rook opgaat en het raam van de wetenschapsredactie van de Volkskrant uitwaait.

De pre-print van Jesse Bloom wordt op 24 augustus 2023 gepubliceerd in Virus Evoluation.[38] De pre-print van Crits-Christoph et al. is tot op de dag nog steeds een pre-print en niet gepubliceerd in welk tijdschrift dan ook. Ook Science was blijkbaar niet bereid om ook dit artikel te publiceren, waarschijnlijk als gevolg van de grondige analyse van Jesse Bloom. Men mag concluderen dat het zogenaamde ‘sterke bewijs’ verkruimelde onder het wetenschappelijk gewicht van ter zake kundige, kritische en onafhankelijke wetenschappers zoals Massey, Quay en Bloom, zoals dat eigenlijk ook al gebeurde bij de als wetenschappelijke artikelen vermomde pamfletten voor de zoönosetheorie van Worobey et al. en Pekar et al. En ditmaal waren er enkele kranten en een weekblad die hier wél aandacht aan besteedden, waaronder een opiniestuk in The New York Times met de veelzeggende titel: ‘Why Does Bad Science on Covid’s Origin Get Hyped’.[39] [40]  [41]

Is dit een voorbeeld hoe wetenschapsjournalistiek eruit zou moeten zien, zoals Keulemans en Vervaeke die hier praktiseren? Spreken over ‘hard genetisch bewijs’, terwijl de studie die deze uitgesproken stelling zou moeten onderbouwen nog niet eens gepubliceerd is, zelfs niet als pre-print, en de ruwe data die tot deze conclusie zou moeten leiden nog helemaal niet beschikbaar is ter verificatie? Natuurlijk niet. Maar Keulemans en Vervaeke, als kritiekloze aanhangers van de zoönose-religie, hadden zo’n haast met het publiceren van datgene wat hun geloof bevestigde, dat zij het meest essentiële kenmerk van betrouwbare wetenschap spontaan vergaten: dat de data de conclusie moeten kunnen onderbouwen, en niet tegenspreken. Het was niet de eerste keer, en het zal ongetwijfeld ook niet de laatste keer zijn.

En wat doen de auteurs van het artikel in de Volkskrant nadat Bloom de pre-print van Crits-Cristoph tot op het bot had gefileerd? Keulemans maakte er zich op Twitter vanaf door te stellen dat het gaat om een ‘knotsgekke plottwist’, dit waarschijnlijk om verder gezichtsverlies te voorkomen.[42] Vervaeke laat niets van zich horen. Maar voor wie gedacht had dat het illustere duo vervolgens naar aanleiding van de analyse van Bloom een hoofdartikel in de Volkskrant zouden schrijven, kwam bedrogen uit. Grote koppen over de studie van Bloom bleven uit, en zelfs een rectificatie, al was het maar verstopt in een donker hoekje van de wetenschapsbijlage, kon er niet vanaf.

Ook Marion Koopmans slaat al snel een andere toon aan. Binnen enkele dagen na de tweet met ‘Stay tuned’, met daarin de verwijzing naar het artikel in The Atlantic, schreef Marion Koopmans op 21 maart op Twitter dat de studie inderdaad geen bewijs levert voor de stelling dat de wasbeerhond het virus naar de markt van Huanan had gebracht, ‘in weerwil van wat sommige krantenkoppen schrijven’.[43] Waaronder dus ook de kop in de Volkskrant. Dat moet een onaangename gewaarwording geweest zijn voor Maarten Keulemans, die altijd trouw de boodschap uitdraagt die Koopmans graag wil verspreiden. Diezelfde middag vertelt ze ook bij Nieuws & Co dat de studie van Crits-Cristoph geen bewijs levert voor de stelling dat wasbeerhond SARS-CoV-2 op de mens zou hebben overgedragen.[44] Bijzonder, omdat ze vier dagen eerder met haar tweet en haar reactie in de Volkskrant iets heel anders leek te suggereren. Waarom verwees ze anders naar een artikel in The Atlantic, waarin gesteld werd dat het genetisch bewijs was geleverd voor de zoönosetheorie, maar dat bewijs ten ene male ontbrak? Een artikel met als titel ‘The Strongest Evidence Yet That an Animal Started the Pandemic’, iets waarvan Koopmans kon weten wat de impact op het lekenpubliek zou zijn: namelijk dat de zoönose-theorie nu definitief bewezen was. Heeft het wellicht te maken met het feit dat de WHO, bij monde van Maria van Kerkhove, op dezelfde dag dat het artikel in de Volkskrant verscheen, in een officieel commentaar vaststelt dat de nieuwe gegevens inderdaad geen uitsluitsel geven over hoe de pandemie was begonnen?[45]

Het wordt pas echt gênant als blijkt dat Koopmans al voor het verschijnen van het artikel in The Atlantic exact wist wat er in het artikel van Crits-Christoph stond: ze wordt aan het eind namelijk bedankt voor haar ‘constructieve commentaar’. ‘Constructief commentaar’ dat niet voldoende bleek te zijn om het wetenschappelijke bouwval van de wasbeerhond en SARS-CoV-2 te stutten, en de eerste de beste wetenschappelijke windvlaag voldoende was om het in elkaar te laten storten. De conclusie is dan ook onontkoombaar: toen Koopmans op de bewuste ochtend van zaterdag 17 maart 2023 met haar tweet verwees naar het artikel in The Atlantic, wist ze heel goed dat het artikel van Crits-Christoph niet het bewijs leverde voor de stelling dat SARS-CoV-2 van de wasbeerhond op de mens overgedragen zou zijn. Maar wilde dat wel iedereen doen geloven.

Daarna verdween de wasbeerhond uit het vocabulaire van Koopmans. Want op het moment dat de pre-print van Jesse Bloom verscheen, volgde er geen ‘stay tuned’, met daarin een verwijzing naar het artikel. En dat terwijl Bloom de ruwe data wél tot zijn beschikking had, en zelfs veel meer data dan Crits-Christoph et al, deze grondig analyseerde en er zelfs een wetenschappelijk artikel aan wijdde. Het is de rode draad in het verhaal wat betreft het gedrag van Koopmans. Overal waar de gedachte van de mogelijkheid van een lab-ontsnapping onderdrukt moet worden, duikt zij als een duveltje uit een doosje op. En verder grijpt ze alles aan wat maar enigszins gebruikt zou kunnen worden als ‘bewijs’ voor de juistheid van de zoönosetheorie, hoe zwak ook, en negeert ijskoud alle bewijs dat in tegengestelde richting wijst.

Rest mij nog te zeggen dat Crits-Cristoph verwijzen naar een studie uit 2020 waaruit zou blijken dat wasbeerhonden gevoelig zijn voor SARS-CoV-2.[46] Het gaat om een experimentele studie waarbij de dieren besmet werden met een standaard hoeveelheid virus, echter niet met een vroege variant, maar een latere variant die pas eind januari 2020 voor het eerst werd aangetroffen. Deze variant heeft de mutatie D614G, die het virus besmettelijker maakt dan de eerste varianten.[47] Inderdaad blijken wasbeerhonden met deze latere variant geïnfecteerd te kunnen raken, maar het gaat slechts om negen dieren, waarbij het bij zes lukt daadwerkelijk een infectie te veroorzaken. Na 24 uur worden drie dieren die niet besmet zijn in contact gebracht met de besmette dieren. Twee van deze drie dieren lopen de infectie op, het derde dier niet. Het is de enige studie die aantoont dat de wasbeerhond geïnfecteerd kunnen raken. Maar of de wasbeerhond ook geïnfecteerd zou kunnen worden met de eerste varianten is daarmee niet bewezen. Net zomin als het bewijs geleverd wordt dat deze dieren in de vrije natuur als reservoir voor een directe voorouder van SARS-CoV-2 gediend zouden kunnen hebben.

 

 

[1] The Strongest Evidence Yet That an Animal Started the Pandemic. The Atlantic; March 16, 2023.

[2] Genetisch bewijs: wasbeerhond gaf mensheid coronavirus. De Volkskrant, 17 maart 2023

[3] Wetenschappers vinden sterk genetisch bewijs dat een wasbeerhond aan begin coronapandemie stond. Het Parool, 17 maart 2023.

[4] Wetenschappers vinden sterk genetisch bewijs dat een dier aan begin coronapandemie stond. Algemeen Dagblad, 17 maart 2023.

[5] Genetisch bewijs brengt coronavirus in verband met wasbeerhonden. NOS Nieuws, zaterdag 18 maart 2023. https://nos.nl/artikel/2467948-genetisch-bewijs-brengt-coronavirus-in-verband-met-wasbeerhonden

[6] Crits-Christoph et al. (2023). Genetic evidence of susceptible wildlife in SARS-CoV-2 positive samples at the Huanan Wholesale Seafood Market, Wuhan: Analysis and interpretation of data released by the Chinese Center for Disease Control. Zenodo. https://doi.org/10.5281/zenodo.7754299

[7] Liu, W.J., Liu, P., Lei, W. et al. Surveillance of SARS-CoV-2 at the Huanan Seafood Market. Nature (2023). https://doi.org/10.1038/s41586-023-06043-2

[8] WHO-convened Global Study of Origins of SARS-CoV-2: China Part. Joint WHO-China Study; 14 January – 10 February 2021, pagina 98. https://www.who.int/publications/i/item/who-convened-global-study-of-origins-of-sars-cov-2-china-part

[9] Zhang YZ, Holmes EC. A Genomic Perspective on the Origin and Emergence of SARS-CoV-2. Cell. 2020;181(2):223-227. doi:10.1016/j.cell.2020.03.035

[10] Xiao, X., Newman, C., Buesching, C.D. et al. Animal sales from Wuhan wet markets immediately prior to the COVID-19 pandemic. Sci Rep 11, 11898 (2021). https://doi.org/10.1038/s41598-021-91470-2

[11] Did Covid really originate in Wuhan’s seafood market? The Spectator, 18 March 2023.

[12] Crits-Christoph et al. (2023). Genetic evidence of susceptible wildlife in SARS-CoV-2 positive samples at the Huanan Wholesale Seafood Market, Wuhan: Analysis and interpretation of data released by the Chinese Center for Disease Control. Zenodo. https://doi.org/10.5281/zenodo.7754299

[13] Animal origin theory suddenly has a lot more weight behind it. ABC Coronacast; Tuesday, 21 March 2023. Op 8:43. https://www.abc.net.au/radio/programs/coronacast/animal-origin-theory-suddenly-has-a-lot-more-weight-behind-it/102124470

[14] Inside the COVID Origins Raccoon Dog Cage Match. Vanity Fair; June 1, 2023.

[15] Inside the COVID Origins Raccoon Dog Cage Match. Vanity Fair; June 1, 2023.

[16] Inside the COVID Origins Raccoon Dog Cage Match. Vanity Fair; June 1, 2023.

[17] https://twitter.com/flodebarf/status/1638538976398114822

[18] GISAID offers a safe space to post viral genomes. Peter Bogner, its perplexing creator and overseer, may be jeopardizing its future. Science Insider, 19 April 2023

[19] Critics decry access, transparency issues with key trove of coronavirus sequences. Science Insder; 10 March 2021.

[20] Unearthed genetic sequences from China market may point to animal origin of COVID-19. Science Insider, 16 March 2023.

[21] Inside the COVID Origins Raccoon Dog Cage Match. Vanity Fair; June 1, 2023.

[22] Courtier-Orgogozo V, de Ribera FA. SARS-CoV-2 infection at the Huanan seafood market. Environ Res. 2022;214(Pt 1):113702. doi:10.1016/j.envres.2022.113702

[23] Washburne, Alex & Jones, Adrian & Zhang, Daoyu & Deigin, Yuri & Quay, Steven & Massey, Steven. (2022). Statistical challenges for inferring multiple SARS-CoV-2 spillovers with early outbreak phylodynamics. 10.1101/2022.10.10.511625.

[24] Steven E Massey, Adrian Jones, Daouyu Zhang, Yuri Deigin, & Steven C Quay. (2022). Unwarranted exclusion of intermediate lineage A/B SARS-CoV-2 genomes is inconsistent with the two spillover hypothesis of the origin of COVID-19. https://doi.org/10.5281/zenodo.7005332

[25] Zhang, Daoyu, Demaneuf, Gilles, Jones, Adrian, Massey, Steven E, Quay, Steven, Deigin, Yuri, & Nemzer, Louis. (2022). Zoonosis at the Huanan Seafood Market: A Critique. https://doi.org/10.5281/zenodo.7212687

[26] Stoyan, D., & Chiu, S. N. (2022). Statistics cannot prove that the Huanan Seafood Wholesale Market was the early epicenter of the COVID-19 pandemic. arXiv preprint arXiv:2208.10106.

[27] Bahry, David. (2022). Circular arguments on the origin of SARS-CoV-2. https://doi.org/10.5281/zenodo.7016143

[28] https://twitter.com/stevenemassey/status/1638165055593234432

[29] Het DNA in een cel wordt onderverdeeld in DNA dat in de celkern aanwezig is en het DNA dat in mitochondriën – de ‘energiecentrales’ van de cel – aanwezig is. Het DNA uit de celkern wordt ‘genomisch DNA’ genoemd en het DNA uit mitochondriën ‘mitochondriaal DNA’. Er zijn meerdere verschillen in eigenschappen en functies tussen beide soorten DNA die voor het verhaal niet van belang zijn. Wat wel belangrijk is dat het mitochondriaal DNA heel geschikt is om te bepalen van welke diersoort deze afkomstig is. En dus gaat het belangrijkste deel van de analyse van Bloom over mitochondriaal DNA.

[30] https://twitter.com/quay_dr/status/1638316936760008706

[31] Crits-Christoph et al. (2023). Genetic evidence of susceptible wildlife in SARS-CoV-2 positive samples at the Huanan Wholesale Seafood Market, Wuhan: Analysis and interpretation of data released by the Chinese Center for Disease Control. Zenodo. https://doi.org/10.5281/zenodo.7754299

[32] https://twitter.com/stevenemassey/status/1644053304954191873

[33] https://twitter.com/stevenemassey/status/1644053333567746048

[34] https://twitter.com/stevenemassey/status/1644053339280400384

[35] https://twitter.com/jbloom_lab/status/1491297779855278082

[36] https://twitter.com/jbloom_lab/status/1651428639676960769

[37] Association between SARS-CoV-2 and metagenomic content of samples from the Huanan Seafood Market. Jesse D. Bloom; bioRxiv 2023.04.25.538336; doi: https://doi.org/10.1101/2023.04.25.538336

[38] Jesse D Bloom, Association between SARS-CoV-2 and metagenomic content of samples from the Huanan Seafood Market, Virus Evolution, Volume 9, Issue 2, 2023, vead050, https://doi.org/10.1093/ve/vead050

[39] Why Does Bad Science on COVID’s Origin Get Hyped? The New York Times; May 3, 2023.

[40] Covid-19 did not originate from animals at Wuhan food market, new analysis suggests. The Telegraph, 27 April 2023.

[41] Inside the COVID Origins Raccoon Dog Cage Match. Vanity Fair; June 1, 2023.

[42] https://twitter.com/mkeulemans/status/1651555811565486080

[43] https://twitter.com/MarionKoopmans/status/1638078356502478849

[44] Nieuws & Co, 21 maart 2023. Vanaf 1:06:32.

[45] WHO: Raccoon dog data give clues to COVID origin – but no definitive answer. Politico

[46] Freuling CM, Breithaupt A, Müller T, et al. Susceptibility of Raccoon Dogs for Experimental SARS-CoV-2 Infection. Emerg Infect Dis. 2020;26(12):2982-2985. doi:10.3201/eid2612.203733

[47] Jackson CB, Farzan M, Chen B, Choe H. Mechanisms of SARS-CoV-2 entry into cells. Nat Rev Mol Cell Biol. 2022;23(1):3-20. doi:10.1038/s41580-021-00418-x