Brief van een Wanhopige Huisarts

 

Deze gastblog is een bewerkte email, aan mij gestuurd door een huisarts en tevens goede vriend. We waren beide moedeloos geworden van de totale gekte die zich meester had gemaakt van de geneeskunde. Dit was niet de geneeskunde die wij kenden, dit was niet de geneeskunde zoals wij die wilden beoefenen, en niet de geneeskunde waarin wij verder wilden. Ik had (en heb hier nog steeds) niets aan toe te voegen.

Ik heb nog nooit een influenza sneltest af laten nemen, waarom ook? Mijn beleid zou daardoor zeker niet beïnvloed worden. Ondersteuning daar waar de behoefte is, afhankelijk van de ernst van het ziektebeeld, zo nodig profylactisch antibiotica ter voorkoming van een secundaire longontsteking. Direct verzorgenden en gezinsleden krijgen dan van ons, simpele maar pragmatische huisdokters als we zijn, infectiepreventie-adviezen op maat die vooral ook werkbaar moeten zijn. Hoe vaak zeggen we niet tijdens de winter, jaar in jaar uit: houdt afstand, goed ventileren, neem de hygiëne in acht en blijf vooral thuis, en ziek goed uit als je zelf griep(influenza)verschijnselen krijgt. Ik ben geen referentiepraktijk voor het bijhouden van de statistiek. Dus dat soort tweedelijns sneltesten laat ik over aan de dames en heren clinici als ik een oudere patiënt, na zorgvuldig onderling overleg, naar het ziekenhuis instuur. Dit omdat het of thuis niet lukt qua zorg, of omdat ik samen met de recent nog zeer vitale oudere patiënt van mening ben dat klinische opname meerwaarde heeft boven thuis behandelen.

Op dit moment zijn er veel mensen die angst verkopen en die angst blijkt de afgelopen maanden een zeer lucratieve handel voor degenen die hier misbruik van maken.

Ik kan heel goed begrijpen dat je bang bent, zelfs doodsangst is voor mij zeer invoelbaar. Maar een piloot die plotseling vliegangst krijgt moet mijns inziens direct stoppen met de uitoefening van zijn beroep, totdat hij zijn angst overwonnen heeft, al of niet met therapie. Anders moet hij een andere baan gaan zoeken. Dat geldt ook voor de agent die pleinvrees krijgt, de vuilnisman met smetvrees of de dokter die geen enkele patiënt meer wil zien, bang om door diezelfde patiënt besmet te worden met een verkoudheidsvirus.

Voor al onze doodsbange collega’s, die half maart 2020 direct letterlijk uit beeld verdwenen en uit de praktijk, om vanachter hun PC thuis weer in beeld te komen, en die zich pas eind mei weer voorzichtigjes op de praktijk lieten zien: nogmaals, prima dat je bang bent, maar erken dan ook dat je diagnoses gaat missen, omdat je via ‘beeldbellen’ niet die non-verbale signalen kunt zien die wij als dokters opvangen bij patiënten, en die bijdragen aan het stellen van een diagnose. Ga, als je zo bang bent, ook niet direct zitting nemen in allerlei OMT’s, GHOR’s of andere calamiteitencommissies met de bedoeling om de wereld te redden, om vervolgens vanuit je eigen angst enorme hoeveelheden weten-schappelijke en medisch-inhoudelijke onzin te verkondigen, met de daaraan verbonden talloze idiote maatregelen. Geen goed idee, echt niet. Want het enorme gevaar schuilt hierin dat je nu voor anderen, schijnbaar vanuit je professie maar eigenlijk vanuit je angst, allerlei uitspraken doet die vervolgens weer angst en paniek onder deze anderen (professionals en non-professionals) zaaien. Dus stop dan (op zijn minst tijdelijk) met je vak uitoefenen, ga in therapie of ga je nascholen, en vul de lacunes in voor die vakgebieden (virologie, infectieziekten, epidemiologie, statistiek etc) die je de afgelopen jaren verzuimd hebt bij te houden of waar je ‘nooit erg goed in geweest bent’.

Gezien de enorme media-aandacht en het platform dat de media (wellicht voor de kijkcijfers) dagelijks urenlang ter beschikking stelt aan onze door angst gedreven en door zichzelf uitgeroepen universele infectieziekten-experts, is het eigenlijk volkomen logisch dat voorheen schijnbaar normaal functionerende collega’s de angst ingedreven worden. We gaan immers allemaal dood aan dit levensgevaarlijke virus, toch? Of hoe zat het ook weer? Dokters en verpleegkundigen gaan ook dood, in China, in Italië en in ons eigen land. De oudere collega, soms met eigen indrukwekkende medische voorgeschiedenis, is ten dode opgeschreven als hij dit groep-A-virus onder de leden heeft. Onze jongere sportieve kerngezonde collega’s worden vaak voor het eerst in hun carrière geconfronteerd met deze bijzondere en once-in-a-dokters- lifetime pandemische omstandigheden en bijbehorende mortaliteit. (Dat geldt uiteraard niet voor onze collega’s die heel dapper in Afrika en elders ten strijde trekken tegen de echte killervirussen als Ebola.) Vaak horen ze via via over ‘al die dertigers en veertigers’, die overleden zijn op de IC aan dit virus, mensen die vooraf schijnbaar net zo jong, kerngezond en sportief waren als zij zelf zijn. Logisch toch dat door al deze ervaringen, indrukken en vooral berichtgeving een heleboel mensen (collega’s of niet) de angst ingedreven worden.

Al die mensen die nu avond aan avond optreden als (doodsbange) deskundigen, zullen in elk geval financieel niet geraakt worden door al die maatregelen die ze zelf publiekelijk ondersteunen. Ook al mocht op enig moment in de komende tien jaar onomstotelijk bewezen worden dat de aanpak van deze coronacrisis het grootste medische, economische, sociaal psychologische, politieke en zelfs juridische debacle ooit was, heb ik geen enkele illusie dat deze mensen niet rustig zullen kunnen slapen, ziekelijk overtuigd van hun eigen gelijk. Toch geven andere deskundigen (en dat worden er per dag meer, ook vanuit de WHO) al maandenlang goed onderbouwde signalen af, dat de komende jaren een schrikbarend veelvoud aan mensen zal komen te overlijden door de maatregelen die we wereldwijd ingezet hebben.

Nee, wij zijn geen complotdenkers, geen tokkies, geen rechts- of links-extremisten die de democratie omver willen werpen, geen white supremacists, geen door God en alleman verlaten viruswaanzinnigen en zeker geen Trumpaanhangers. Dat zijn we dus niet. Nu niet en nooit niet. Allemaal mensen van bedenkelijk pluimage waarmee we onmiddellijk vergeleken worden door onze eigen beroepsgroep, die ons zonder steekhoudende argumenten overschreeuwen en ons op inquisitoire wijze als ketter wegzetten. Dus zijn er maar enkelen, zoals jullie, zo dapper om zich hier openlijk over uit te spreken. Velen, waaronder ik, houden hun mening voor zich, behalve in de spreekkamer. We willen slechts kritische dokters blijven, dokters die hun patiënten op de best mogelijke manier willen benaderen en behandelen, en die daarbij telkens hun beleid inventariseren, herbeoordelen, toetsen aan de laatste wetenschappelijke gegevens en evalueren. Wij zijn niet bang om, in goed overleg met onze patiënten, toe te geven dat een ingeslagen weg door nieuwe voortschrijdende inzichten wellicht niet de juiste is. We kijken naar de levensverwachting en kwaliteit van leven en houden rekening met de wensen van onze patiënt. Blijkbaar zijn er een hoop beleidsmakers die dat tegenwoordig niet meer kunnen.

En de dood, die went nooit. De dood komt altijd onverwacht, ook al zien we hem al dagen voor de deur staan. De dood komt zelden op een geschikt moment, en soms toch als een verlossing. De dood gaat met ieder zijn eigen strijd aan, soms hard tegen hard, soms vol compassie. De nabestaanden blijven achter, soms opgelucht, altijd met veel verdriet en vaak aangeslagen. Maar ook voor ons huisdokters, die zo vaak de dood tegenkomen, blijven de emoties van de nabestaanden volledig invoelbaar en het afscheid verdrietig.

Als ik daaraan zou wennen zou ook ik een ander vak zoeken.