Lowlifes

Dit is de laatste keer dat ik aandacht zal besteden aan Jan Dijkgraaf.

Daarna zal ik nooit meer een letter aan hem vuilmaken. Datzelfde geldt voor Bas Paternotte.

De beide lowlifes.

Wat ik gisteren schreef, is wat ik dacht. Wellicht vinden sommige mensen dat ik niet alles hoef te zeggen wat ik denk. Geloof me, dat doe ik heel vaak. Maar niet bij deze twee lowlifes.

Vind je dat vervelend, vind je dat hard, en vind je dat ik dat niet mag zeggen, prima. Je bent vrij om te gaan. En zoals ik al vaker heb gezegd, ik help je graag een handje.

Dit wordt geen vriendelijk briefje. Waarom zou ik?

Eind 2020 begon ik met schrijven. Over onderwerpen die me hoog zaten, en onderwerpen waar ik verstand van had. Bijvoorbeeld over de waanzin van het massale testen:

https://janbhommel.nl/de-wet-van-de-grote-getallen/

En om mensen voor te lichten over het nieuwe mRNA-platform, en de trucs die Pfizer – zoals gebruikelijk – toepaste om haar nieuwe goudmijn aan te prijzen:

https://janbhommel.nl/het-pfizer-biontech-vaccin-tegen-het-sars-cov-2-virus/

Ik deed wat ik al twintig jaar deed. Me grondig verdiepen in de relevante materie en daarna proberen dit aan de redelijk geïnteresseerde leek uit te leggen. En opeens kreeg ik met een totaal nieuw fenomeen waar ik nog nooit mee te maken had: allerlei lowlifes die – prettig ongehinderd door enige kennis van zaken – de meest gore en beledigende bagger over mij uitstortten, mij van alles betichtten, en me het leven zo zuur mogelijk wilden maken. Ik zou een slechte dokter zijn, een gevaarlijke dokter zijn, een kwakzalver zijn, en zo nog wat meer zaken.

Zo waren daar Aliette Jonkers, een talentloze omhooggevallen stukjesschrijver, die zich opeens met medische onderwerpen ging bemoeien.

Of wat te denken van Nico Terpstra, huisarts, en op dat moment voorzitter van de vereniging tegen de kwakzalverij.. Een man die altijd de grootste waffel heeft, maar bij elke inhoudelijke vraag als antwoord geeft dat hij niets van wetenschap weet, want hij is slechts een huisarts. Een van de weinige momenten dat hij de waarheid spreekt.

Nee, dan de overjarige computerprogrammeur Daniel Tuijnman die gefrustreerde ‘debunks’ ging schrijven over mijn stukken, met halve en hele verdachtmakingen, halve en hele onwaarheden en een tenenkrommend dedain, maar bovenal stukjes waarin hij liet zien werkelijk niets van het onderwerp te begrijpen.

En dan hadden we nog de topzolderkamerwetenschapper Pepijn van Erp, die denkt dat hij hoogleraar is in vrijwel alle academische disciplines. Leraar is hij enige tijd geweest, en het enige dat hoog aan hem is, is de verdieping waar zijn bureautje staat waaraan hij zijn ziekelijke en weerzinwekkende stukjes schrijft.

Wie hadden we dan nog? Oh ja, het trutte(bel)trutje van de ANWB, Post van Fenna . Die zich opeens met zaken ging bemoeien waar ze niets van wist en niets van begreep. Maar wel de grootste waffel over had. En bij herhaling uitspraken deed die onjuist waren. De callgirl die zich als hoer van het overheidsnarratief met de benen wijd liet gebruiken.

Dan Fabulenne Hendriks. De arts/ dierenarts/ wetenschapper/ immunoloog/ journalist/ onderzoeker/ data-analist. Echter, in werkelijkheid een langdurige uitkeringstrekkende pathologische leugenaar. Niets meer dan dat.

Het zijn slechts enkele voorbeelden.

Deze lowlifes gingen zo ver dat zij mijn werkgever benaderden, zo vaak en zo veel, dat ik gewaarschuwd werd door mijn twee oudere collega’s die veel in de melk te brokkelen hadden in het Ikazia-ziekenhuis. De ene noemde het een regelrechte inquisitie. Het doel was duidelijk: zorgen dat mijn tijdelijke contract beëindigd werd, en ik brodeloos zou worden. Enkel en alleen omdat ik iets vertelde dat tegen de dwingende consensus was. Enkel en alleen daarom.

En ze genoten van hun smerige praktijken. Zichtbaar. Openlijk. De macht die ze hadden als trollen en debunkers. Ze vonden het prachtig.

En het lukte ze. Dat wil zeggen, het lukte om mijn contract te laten beëindigen. Maar ik werd niet brodeloos. Ik bleek een beetje te kunnen schrijven, en mensen vonden het leuk en leerzaam om te lezen. In dat opzicht had ik meer geluk dan anderen. Zoals Simon Goddek, die uit moest wijken naar Zuid-Amerika om in leven te blijven. En niet onder de brug te eindigen. En zoals Sam Brokken, die uit moest wijken naar India. Omdat ze het leven hier zo zuur gemaakt werd, dat ze hier niet konden blijven. Kapot gemaakt. Brodeloos gemaakt. Het leven onmogelijk gemaakt.

Ik had meer geluk dan zij. Ik krijg niet meer de gelegenheid om als neuroloog te werken. Te besmet. Collega’s willen heel graag dat ik bij kom springen. Want op sommige plekken is de nood hoog. Maar ziekenhuizen durven niet. Bang voor reputatieschade. Of omdat ik een corona-ontkenner zou zijn. Zonder ooit iets van mij gelezen te hebben.

So be it.

Mis ik het? Soms wel. Het contact met patiënten, verpleegkundigen en sommige collega’s. Het onderwijs geven aan arts-assistenten en co-assistenten. Maar het hoeft niet meer.

Ik heb veel verloren. Ook dankzij een lowlife als Bas Paternotte, met zijn beledigende en stemmingmakende stukjes op http://geenstijl.nl.

Die zogenaamd ‘leuk’ moeten zijn, maar slechts een doel hebben: mensen ten gronde te richten. Zoals Paternotte graag doet.

Ben ik rijk? Allesbehalve. Moet ik voorzichtig leven? Zeker. Heb ik financiële zorgen voor de toekomst. Ja.

Is het de moeite waard geweest? Zonder meer: ‘Ja!’.

Want ik heb er veel voor teruggekregen. Eind 2020 kwam ik thuis te zitten, net op tijd om te zien hoe mijn dochter down the drain ging door de verdomde lockdown. Het contact dat ik al lang kwijt was met haar, kwam terug en is nog nooit zo goed geweest. Ik heb veel te veel van haar jeugd gemist.

Hetzelfde geldt voor mijn twee zoons. De oudste is nu een echte puber, die ik regelmatig moet corrigeren, maar ook heel vaak een knuffel of een aai over zijn bol geef, omdat hij kwetsbaar is en ontzettend begaan met andere mensen. De jongste die me regelmatig een knuffel komt brengen en zegt: ‘Ik hou van jou’. Die drie zijn belangrijker voor dan welke lowlife dan ook.

Ik kan nu de vader zijn, die ik voorheen niet was. Omdat ik er vaak letterlijk en figuurlijk niet voor ze was.

Het enige waar ik oprecht spijt van heb, is dat ik 25 jaar lang mijn ziel en zaligheid gegeven heb voor de neurologie. En voor de geneeskunde. Ook voor lowlifes als Dijkgraaf en Paternotte. Ik dacht dat ieder mens het verdiende om mijn stinkende best voor te doen. Daar ben ik van terug gekomen. Niet iedereen is dat waard. Een aantal mensen zeker niet.

Ik hoef nooit meer voor deze lowlifes in mijn eigen tijd mijn poli voor te bereiden. Ik hoef voor deze lowlifes nooit meer verwijsbrieven te schrijven in mijn eigen tijd, omdat ik vond dat ik de collega’s in de universiteit zo goed mogelijk op de hoogte moest brengen van waar mensen last van hadden en wat ik al had gedaan aan diagnostiek. Brieven soms van meer dan acht kantjes. Ik hoef voor deze lowlifes nooit meer in mijn eigen tijd de medische literatuur in te duiken om een complexe casus op te lossen. Tijd die ik aan mijn familie en vrienden had kunnen besteden. Wat ik had moeten doen. Dáár heb ik spijt van.

Wat ik niet mis, is het ziekenhuis. Wat ik niet mis, is de dwingende protocollen-geneeskunde. En wat ik zéker niet mis is de zwijgcultuur en het wegkijken, en het ‘horen, zien en zwijgen’ van de collega’s. Voor de goede vrede. Voor de centjes. Want als er een disfunctionerende collega weg zou moeten, kost dat geld. Dus maar beter laten zitten.

Wil je mij melden bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd? Ga vooral je gang. En vraag het anders de zoveelste lowlife Klaas van Dijk, postduif-expert. Die doet dat graag voor je. Omdat hij niets liever doet dan klachtenbrieven schrijven over mensen, die iets anders vinden dan hij, meestal op goede gronden. En natuurlijk graag meedeed met de inquisitie van mij en Els van Veen. Van Dijk die inmiddels een waarschuwing op zak heeft van een universiteit die hem met juridische stappen dreigt als hij niet ophoudt met zijn klachtenterreur. En een andere universiteit zijn brieven zonder ze te openen door de shredder haalt.

Klaas Vaak noemen ze hem inmiddels bij sommige van deze instanties.

En de IGJ? De pennenlikkers, die weten hoe de zorg eruit moet zien. Tussen 8:30 en 16:30. Dan weten ze het. Buiten kantoortijden niet.

De inspectie die niets deed met de drie meldingen die ik deed. Van een neurochirurg die zich graag ontfermde over de borsten van de assistenten. Ongevraagd welteverstaan. Die stond te opereren op een been, met het andere been tussen de benen van de co-assistent. Eveneens ongevraagd. Die onder invloed van drugs en alcohol stond te feesten in het nachtleven van Amsterdam, terwijl hij achterwacht voor de dienst had in Nijmegen. De inspectie vond het best.

Of het duo radiologen, bijgenaamd ‘Stevie and Ray’. Die in enkele jaren tijd een enkele honderden afwijkingen misten. Het viel me op, omdat werkelijk geen enkel radiologieverslag klopte. En ik maar eens terug ging zoeken wat ze nog meer hadden gemist. En daar waren ernstige afwijkingen bij. Iedere betrokkene in het ziekenhuis wist het. Niemand deed er iets aan. Een kind met een langzaam groeiende maar destructieve afwijking in de schedelbasis. Maar ook een man die met een hernia die naar de neurochirurg stuurde, die hem het volgende vertelde: “Zullen we eerst maar iets laten doen aan dat aneurysma in uw buik?” Een aneurysma van ongeveer 10cm in doorsnee, die bijna het beeldscherm uitpuilde. Toen ik hem belde om dat te vertellen, beet hij me toe dat de neurochirurg hem al verwezen had, en hij ook al geopereerd was, om er aan toe te voegen: ‘Wat doen jullie godverdomme eigenlijk in dat kutziekenhuis van jullie?’

Een terechte vraag.

De voorzitter van de calamiteitencommissie – die ik later tijdens een andere waarneming sprak – zei dat hij zich ‘kapot geschrokken’ was, en dat deze twee nooit meer meer de neuroradiologie zouden mogen doen. Al hoorde ik van een andere radioloog dat ze er op andere gebieden net zo’n grote bene van maakten. Die commissie had mij graag willen spreken, zo zei hij, maar dat werd ze niet toegestaan door het ziekenhuis. Zo werkt dat.

Em de inspectie vond het allemaal best. De ene radioloog ging met pensioen. De andere mocht een tijdje geen neuroradiologie meer beoordelen, maar ach, dat is ook al weer lang verleden tijd. En als het klopt wat men mij later vertelde, maakt hij er nog steeds een even grote kólere-zooi van.

Maar dat vindt de Inspectie niet zo erg.

Nee, de inspectie voert liever een klopjacht uit op mensen die doen wat van een goed huisarts verwacht mag worden: dat hij patiënten behandeld naar beste eer en geweten, ook als er geen protocollen of evidence-based behandelingen zijn. Zoals Rob Elens. Want huisartsgeneeskunde is vaker niet dan wel ‘evidence-based’. En dus moeten huisartsen vaak improviseren. Bijvoorbeeld als een terminale patiënt stikt in zijn eigen bloeding. En de huisarts morfine en midazolam geeft in veel hogere doseringen dan normaal, omdat dat een vreselijke manier is om dood te gaan. Dat mag niet van de Inspectie. Die huisartsen kun je maar beter de dood injagen. Zoals het ‘heurt’.

Weduwe huisarts Tuitjenhorn: ‘Ze hebben zich vergist in mijn strijdbaarheid’ https://nos.nl/l/2264390

En dan de zaken die ik daarna nog allemaal meemaakte, en waar ik al lang geen melding meer van maakte. Omdat ze niet ernstig genoeg waren. En omdat het toch helemaal geen zin had. Beter maar horen, zien en zwijgen.

Wat te denken van een collega die ’trage golven’ op het EEG zag, als uiting van epilepsie. Hij wilde patiënten maar behandelen. Het verhaal paste weliswaar niet zo goed bij epilepsie, maar ja, dat EEG… In werkelijkheid was het een pulsatie-artefact doordat een elektrode boven een bloedvat zit, en dus rustig meedeint op de pols.

Hij had er nog nooit van gehoord.

En dan een andere collega die eveneens een patiënte wilde gaan behandelen voor een vermeende epilepsie. Het ging om een eenvoudige syncope, maar ja, dat EEG, dat liet allemaal pieken zien. Het was hem wel opgevallen dat ze nogal regelmatig waren, en dat patiënt gewoon bij bewustzijn was. Dat klopte ook, want de pieken waren afkomstig van het hart, een bekend fenomeen, waarbij het als het ware het EEG ‘inkleurt’ met de hartactiviteit. Een artefact dus.

Ah… Dat kon ie zich nog wel vaag herinneren.

Is dit relevant? Nogal. Naar schatting worden alleen al in de V.S. 100.000 mensen behandeld op basis van een beoordeling van het EEG door mensen die niet over voldoende kennis en ervaring beschikken.

Of wat te denken van een neurochirurg die een schedel open boort om een oogzenuw te bekijken, en de bewuste vrouw met complicaties op de IC eindigde en het ternauwernood overleefde. Op basis van een beoordeling van een radioloog die meende dat het om een tumor ging, terwijl het een simpele ontsteking was. Een fout die zelfs een beginnende radioloog in opleiding niet zou mogen maken.

Of een goede vriend die een hersenstaminfarctje doormaakte, en van de neuroloog te horen kreeg dat op de MRI niets te zien was. Maar blijkbaar niet kon beoordelen dat het verkeerde protocol gebruikt was, en dat dat gericht was op het aantonen van een tumor, niet op het aantonen van een infarctje.

Of een andere kennis, en collega, met een klassieke periode van een Broca-afasie, die weggestuurd werd met de diagnose ‘stress’, het zelf niet vertrouwde en mij recent maar eens vroeg of ze het niet verkeerd hadden gezien. Waarbij bleek dat ze volledig op de MRI hadden gevaren, die te laat gemaakt was, en niet goed naar hem hadden geluisterd. Hij vond het ‘doodzonde’ dat ik niet meer als neuroloog werk, en wilde graag referent voor mij zijn: “Er komt geen kwaad woord over jou over mijn lippen.”

Het zijn slechts enkele voorbeelden.

Wellicht begrijpen de voornoemde lowlifes waarom ik nogal eens ruzie maakte in het ziekenhuis. Ook voor lowlifes als zij. Terwijl ze dat helemaal niet waard zijn. En ik uit zelfbehoud veel beter mijn mond had kunnen houden.

Heb ik dan geen fouten gemaakt? Zeker wel. Ik heb bij tenminste één persoon bijgedragen aan het overlijden doordat te lang dacht dat ik hem wel uit een status epilepticus zou krijgen. En een andere vrouw met een herseninfarct liet ik te laat komen, omdat de huisarts mij een verhaal vertelde dat niet bij een herseninfarct paste, maar daarna heel anders bleek te zijn. Het zijn littekens op mijn ziel. De beste intenties, maar het verkeerde gedaan.

Waarom ik dit allemaal wist? Omdat ik vele uren besteed heb aan het me eigen maken van de radiologie, inclusief de achterliggende natuurkundige technieken. In mijn eigen tijd, welteverstaan. Heel veel eigen tijd En vaak was het zo dat collega’s die graag een scan wilden laten beoordelen, niet naar de radioloog gingen die het verslagen had, maar naar mij. Met de vraag of ik iets zag dat mogelijk door de radioloog gemist was. En dat kwam nogal eens voor.

En dit enkel en alleen omdat mijn eerste opleider die de titel verdiende, mij al heel vroeg zei: “Jan, zorg dat je de radiologie kent, want de radioloog kent die niet”. Het was een gouden tip.

De neurologie was mijn lust en mijn leven. Er ging geen dag voorbij of ik las artikelen, handboeken, of volgde online cursussen, ook in allerlei randgebieden. Allemaal óók voor lowlifes als die ik hierboven heb opgesomd. En óók voor lowlifes als Jan Dijkgraaf en Bas Paternotte. Wat ontzettend zonde van mijn tijd. Als er dan ook iets is, waar ik spijt van heb, is het dat. Dat ik mijn stinkende best heb gedaan, ook voor hen.

Het maakt allemaal niet meer uit. Ik schrijf, dus ik ben. Ik schrijf, dus ik blijf. Vooralsnog. Ben ik rancuneus? Zeker. Woedend? Zeker.

Teleurgesteld in mensen? Absoluut.

Maar ik heb mijn registratie nog. Ik kan nog steeds zorgen voor de mensen die me lief zijn. Ik kan ze nog steeds medicatie voorschrijven, hun verhaal aanhoren en hen onderzoeken, en ze naar het goede adres sturen.

En mocht de IGJ van plan zijn om mij mijn registratie af te pakken? Ze doen hun best maar. Ik heb genoeg vrienden in de medische wereld die mij graag van dienst zijn. Geen enkel probleem.

Ik gun Aliette Jonkers een neuroloog die haar behandelt voor een epilepsie die ze niet heeft.

Ik gun Daniel Tuinman een neuroloog die hem verwijst voor een hernia, maar een enorm aneurysma over het hoofd ziet.

Ik gun Klaas van Dijk een neurochirurg die zijn schedel open boort, terwijl dat nooit had mogen gebeuren. Hoewel er verder weinig van waarde in zit.

Ik gun Nico Terpstra een collega die niet verder kijkt dan zijn neus lang is, en niet goed naar hem luistert, en hem niet behandelt voor een herseninfarct, dat hij wel degelijk heeft. Hoewel ik betwijfel of een herseninfarct bij deze man anatomisch wel mogelijk is.

Ik gun Pepijn van Erp een huisarts die zich keurig aan het protocol houdt als hij dreigt te stikken in zijn eigen longbloeding. Een hartinfarct zal hij niet krijgen, want de man heeft geen hart. En Godzijdank geen kinderen.

Ik gun Fenna een radioloog die een tumor in haar schedelbasis over het hoofd ziet. Al zal ze er niets lelijker van worden. Van buiten en van binnen.

Ik gun Fabulenne… Nou ja, eigenlijk alles wat er mis kan gaan in de geneeskunde.

Het leugenachtig gedrocht: “IK.ben.niet.zo.maar.een.dierenarts.” Waar anderen jaren voor moeten studeren, mat dit leugenachtige k*twijf zich aan, omdat ze het zo leuk vond. En omdat ze zich er zo goed bij voelde. En iedere arts die wel wist waar ie over praatte, op een schandalige manier behandelde.

Als er iemand een speciaal plekje in de hel verdient, is het Fabulenne wel. Waar ze flink warme voeten krijgt. En het stoom haar uit de oren komt.

Ik gun het ze. Van harte.

Zodat ze eindelijk eens leren dat ze hun grote bek moeten houden over zaken waar anderen tientallen jaren over doen om het te begrijpen en te kunnen. Zodat hun denigrerende en feitenvrije gebral over artsen die tientallen jaren hun stinkende best deden om hun vak zo goed mogelijk uit te voeren, en daar hun ziel en zaligheid én een heel groot deel van hun vrije tijd in staken, eindelijk ophoudt. Dat ze de mond gesnoerd wordt door hun eigen stommiteit en arrogantie.

Dat gun ik ze. Van harte.

En jij, Jan Dijkgraaf? Ik gun jou alle bijwerkingen van de mRNA-vaccins. En Bas Paternotte nog veel meer.

Zodat je een keer leert dat je die enorme grote scheur moet houden over zaken waar je werkelijk geen donder van weet. En geen artsen uitmaakt voor ‘knettergek’ en ‘wappie’. Artsen die weten dat er normaal gesproken zeer hoge eisen gesteld worden aan nieuwe medicatie of vaccins die toegediend worden aan een grotendeels gezonde populatie, en al helemaal als het om kinderen gaat. Met nog tientallen levensjaren voor de boeg.

Artsen die weten dat er over het algemeen lijken uit de kast gaan rollen als er overhaast en op grote schaal nieuwe technologieën in de geneeskunde uitgerold worden. Zoals bij thalidomide. En bij DES. En bij vele andere soorten medicatie die in recente tijden werden toegelaten op de markt. En dat terwijl bij deze medicatie wél de normale registratieprocedure werd doorlopen. En er desondanks toch nog hele nare bijwerkingen bleken op te treden, die ervoor zorgden dat de medicatie van de markt gehaald werd.

Allemaal zaken waar jij met je grote waffel niets van afweet. En omdat je die grote bek nog steeds niet dicht kunt houden, gun ik je alle mogelijke bijwerkingen.

Dus wat zal het worden, Jan Dijkgraaf?

  1. Een beetje DNA-verontreiniging in de vaccins, waarvan de kans groot is dat ze in je eigen DNA terechtkomen? Met een verhoogde kans op kanker?

https://www.youtube.com/watch?v=C7Qs166xR28

  1. Een beetje off-target transcription, met de productie van lichaamsvreemde eiwitten, met de mogelijke ontwikkeling van auto-immuunziekten?

https://www.nature.com/articles/s41586-023-06800-3%E2%80%A6

En lees vooral even de comments section, het stukje van Siguna Mueller:

https://www.nature.com/articles/s41586-023-06800-3%E2%80%A6#article-comments

Ach nee, dat hoeft niet. Want je bent simpelweg te stom om het te begrijpen. Want de kennis van een lowlife als jij gaat niet verder dan ‘knettergek’ en ‘wappie’. Om van die andere lowlife Paternotte nog maar te zwijgen.

  1. Of heb je liever de ‘non-specific effects’ van Christine Stabell-Benn, zoals bijvoorbeeld een beetje inductie van tolerantie voor het spike-eiwit? Waarschijnlijk met als gevolg dat je steeds weer, steeds weer, steeds weer, steeds weer Covid-19 krijgt?

https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37074598/

Allemaal zaken waarvan we niet weten of ze ernstige gevolgen gaan hebben, en op welke schaal. En op welke termijn.

Iets dat ik heel graag geweten had, vóórdat deze experimentele manier van vaccineren massaal was uitgerold, en toegediend aan in het overgrote deel van het volk.

Daarom gun ik jou al deze bijwerkingen. En Bas Paternotte nog veel meer.

Omdat stupide  schreeuwlelijkerds als jij en Paternotte, hartelijke bijgedragen hebben aan het verketteren en belachelijk maken van zeer goed onderlegde critici die hiervoor zeer goed onderbouwd waarschuwden. Bij herhaling.

En nu gelijk blijken te krijgen.

Zaken waar jij allemaal niets van weet. Waar je niets van snapt. Maar wel een hele grote smerige bek hebt met de aanduidingen ‘knettergek’ en ‘wappie’. En die kleffe lowlife, jouw vriendje Paternotte, nog veel meer.

En jij wil excuses van mij? Die kun je krijgen. Maar wel waar het donker is en het heel hard stinkt. Op de punt van mijn klomp. Up yours.

To Hell with Aliëtte Jonkers…

To Hell with Daniel Tuijnman…

To Hell with Klaas van Dijk…

To Hell with Pepijn van Erp…

To Hell with Fenna…

And to the deepest caverns of hell for Fabulenne. 

Ja, ook voor jou, Jan Dijkgraaf. En zeker voor Bas Paternotte.

To Hell with you two…

Met je pathetische stukjes. Met je feitenvrije en achterlijke gezwam. Met zijn achterlijke website http://geenstijl.nl, een medium dat zum kotzen is.

Die mij als misdadiger in beeld bracht, maar nooit het lef en het fatsoen heeft gehad om te vermelden dat het Openbaar Ministerie alle aanklachten heeft geseponeerd.

Blijkbaar had men niet zo’n zin in een confrontatie in de rechtszaal. Al is hun doel bereikt – mede dankzij jouw holmaatje Paternotte – en blijven de geruchten rondgaan dat ik veroordeeld zou zijn.

Ja, ook in de medische wereld.

Dus, Jan Dijkgraaf, to Hell with you. To Hell with Paternotte.

To Hell with all of you.