Macht en het geweten van de wetenschappelijke medische gemeenschap.

 

Deze blog schreef ik aanvankelijk als drieluik met de titel: ‘De vaccins tegen SARS-CoV-2’. Wellicht begon ik het te schrijven met de intentie dat het daar over zou moeten gaan, maar zoals wel vaker nam het verhaal een hele andere wending, omdat het de schrijver al schrijvende in een andere richting stuurt. En dus bleek bij het afronden van de serie de titel als een tang op het spreekwoordelijke varken te slaan.

Dat is bij deze gecorrigeerd. Het ging niet alleen over de vaccins, sterker nog, de vaccins waren slechts de inleiding die voerde naar het Neurenberg Tribunaal, de code van Neurenberg en de verklaring van Helsinki. Met als conclusie dat de bescherming van mensen tegen (kwaadwillende) artsen en wetenschappers geborgd moet zijn.

De aanwezige kennis van artsen en wetenschappers beschermt ons niet tegen de onethische en immorele implicaties die uit deze kennis kunnen voortkomen. De wetenschap kent geen moraal, geen ethisch besef en de wetenschap heeft geen geweten, en brengt de beoefenaars ervan dat ook niet bij. Sterker nog, de geschiedenis leert ons dat kennis en wetenschap altijd het gevaar in zich dragen morele en ethische normen en waarden te overwoekeren, in de overtuiging ‘het goede’ te doen, en ‘vooruitgang na te streven’. Dat is het gevaar van de wetenschap. Het is een les die we al lang geleden geleerd hadden moeten hebben, maar die zich keer op keer opnieuw aandient.

Deze blog is misschien niet mijn mooiste blog. Wellicht is het niet mijn beste blog. Maar is wél is het de belangrijkste blog die ik in mijn leven geschreven heb. Men hoeft mijn blog niet te lezen omdat hij mooi of goed is, maar men moet hem lezen wegens de huiveringwekkende gedachte dat de geschiedenis mij in staat stelde om hem te schrijven. En daarom zou iedereen de rol van wetenschappers en artsen in het nationaalsocialistische Duitsland moeten kennen. Daar probeer ik in te voorzien.

Want wij mensen leren niet of nauwelijks van de geschiedenis. Niet voor niets schreef Ludwig Wittgenstein in 1946:

“Die Apokalyptische Ansicht der Welt ist eigentlich die, daß sich die Dinge nicht wiederholen.”

Want dat doen ze wel. Steeds weer. Ook in onze tijd. In Ruwanda. In Screbrenica. En in God mag weten waar nog meer, nu of in de toekomst. Elke les dient zich steeds opnieuw aan, totdat hij uiteindelijk geleerd wordt. Maar wij mensen, wij leren die les niet. Nu niet, en in de toekomst niet.

Want wie nu de overeenkomsten met het huidige tijdperk nog niet ziet, wil ze niet zien en zal ze ook nooit zien. Dat maakt deze blog de moeite waard om te lezen. Zodat wij niet achteraf kunnen zeggen dat we van niets wisten. Want we hadden het wél kunnen weten. En we hadden het moéten weten.


I never saw no miracle of science
that didn’t go from a blessing to a curse.

Sting, If I ever lose my faith in you.

 

Wat ik voorafgaande aan mijn betoog duidelijk wil maken is dat ik geen anti-vaxxer ben. Ik denk dat vaccins bijzonder succesvol zijn geweest in het verminderen van ernstige ziekte en overlijden ten gevolge van enkele virale en bacteriële ziekteverwekkers. Ik heb mijn eigen kinderen gevaccineerd tegen meningokokken serotype W, toen dat vaccin nog niet in het rijksvaccinatieprogramma zat. Dat omdat ik wist hoe snel progressief en dodelijk een meningococceninfectie kan verlopen, en zelfs als kinderen het overleven, niet zelden ernstig gehandicapt zijn.

De voorbeelden van polio en pokken (smallpox) spreken het meest tot de verbeelding, maar ook het congenitaal rubellasyndroom (rodehond) ten gevolge van een infectie met het rubellavirus bij het ongeboren kind van een moeder die niet eerder een infectie met dit virus doormaakte, is iets dat in Nederland vrijwel niet meer wordt gezien. Zelf zag ik in Duitsland twee adolescenten binnen enkele weken overlijden aan de gevolgen van een Subacute Scleroserende Panencefalitis (SSPE), een late complicatie van een infectie met het mazelenvirus, een ziekte waarbij jonge mensen binnen enkele weken aftakelen tot een meelijwekkend restje mens, tot niets meer in staat, om daarna te overlijden. Het is iets dat ik nooit meer hoop mee te maken.

Waar ik me grote zorgen over maak, is de vanzelfsprekendheid die ik bij veel mensen bemerk als het gaat om het direct of indirect verplicht stellen van vaccinatie met een nieuwe vaccintechniek. Een vaccin dat voor een groot deel van de bevolking niet of nauwelijks meerwaarde heeft, en zijn waarde qua effectiviteit en werkzaamheid nog niet bewezen heeft.

Daarover gaat dit artikel.

 

De (versnelde) toelatingsprocedure van de vaccins tegen COVID19.

Op maandag 21 december 2020 kwam het mRNA-vaccin van Pfizer/BioNTech-vaccin tegen COVID19 als eerste beschikbaar in de Europese Unie, op basis van een voorlopige goedkeuring (‘Conditional Marketing Authorization’) door de European Medicines Agency (EMA).[1] Naar verwachting zal het vaccin van Moderna, eveneens gebaseerd op de mRNA-techniek, eind januari 2021 volgen.[2]

Een CMA is een toelating ‘onder voorwaarden’ en heeft een geldigheidsduur van een jaar en moet na een jaar formeel verlengd worden. Deze procedure is bedoeld voor slopende en levensbedreigende aandoeningen, maar ook voor zogenaamde ‘weesziekten’; zeldzame aandoeningen waarvoor meestal geen of slechts zeer beperkt behandeling mogelijk is. Het is voor het eerst dat deze versnelde procedure gebruikt wordt voor de beoordeling van een vaccin, zoals nu het vaccin tegen COVID19.

De voorwaarden om voor een CMA in aanmerking te komen zijn de volgende: ten eerste moet de balans van baten en risico’s van het nieuwe medicijn positief zijn. Ten tweede moet de aanvrager in staat zijn uitgebreide aanvullende data aan te leveren in het jaar na de voorlopige toelating. De derde eis is dat er sprake moet zijn van een middel dat voorziet in een medische behoefte waarin niet op een andere manier kan worden voorzien, en de vierde en laatste voorwaarde is dat het voordeel van onmiddellijke beschikbaarheid van het medicijn voor patiënten groter is dan eventuele risico’s en nadelen, in aanmerking genomen dat de beschikbare gegevens beperkt zijn. De vraag is nog niet eens zozeer of een vaccin tegen COVID19 aan deze voorwaarden voldoet, maar vooral voor wie deze voorwaarden gelden.

Zoals inmiddels bekend mag worden verondersteld is SARS-CoV-2 voor kinderen en adolescenten relatief ongevaarlijk en is de Infection Fatality Rate (IFR) voor deze groep bijzonder laag.[3] De kans op een ziekenhuisopname ten gevolge van een infectie met SARS-CoV-2 in deze leeftijdsgroepen is waarschijnlijk lager dan voor een infectie met het influenzavirus.[4] De beschikbare cijfers over de mortaliteit en morbiditeit van een infectie met het influenzavirus zijn in het verleden nooit aanleiding geweest om kinderen en adolescenten te vaccineren tegen influenza, laat staan dat er een vaccin werd ontwikkeld dat via een spoedprocedure tot de markt werd toegelaten. De IFR van een infectie met SARS-CoV-2 loopt vervolgens exponentieel op met het stijgen van de leeftijd, maar is op de leeftijd van 40 jaar nog steeds niet veel hoger dan 0,1%, en komt pas op de leeftijd van ongeveer 60 jaar boven de 1%. En zoals eveneens bekend mag worden verondersteld, hebben mensen met onderliggende aandoeningen een hogere kans op ernstige ziekte en overlijden aan COVID19.

Het is mijns inziens dan ook maar zeer de vraag of voor gezonde mensen tot een leeftijd van 55-60 jaar zonder onderliggende medische aandoeningen, überhaupt sprake is van een dringende medische noodzaak voor het toelaten van een vaccin volgens een versnelde procedure zoals deze. Zeker omdat de data over veiligheid en effectiviteit nog erg summier zijn, en men over de veiligheid op de langere termijn nog vrijwel niets weet. Hierbij is het opmerkelijk dat uitgerekend de mensen die het hoogste risico hebben om ernstig ziek te worden of te overlijden aan een infectie met SARS-CoV-2, ondervertegenwoordigd, of zelfs helemaal niet vertegenwoordigd waren in de studies naar de veiligheid en werkzaamheid van de verschillende vaccins, terwijl deze groepen in vele landen juist als eerste worden gevaccineerd. En alleen daarom al voor die mensen een effectief en veilig vaccin van het allergrootste belang is.

Bij deze wil ik meteen de stelling ontkrachten dat de relatief jongere mensen zich moeten laten vaccineren om daarmee de meer kwetsbare en oudere mensen te beschermen. Het allereerste doel van een vaccinatie is de bescherming van de persoon zelf die de vaccinatie ontvangt. Dat daarbij groeps-immuniteit ontstaat is een bijkomend voordeel, maar zelfs als de vaccinatiegraad daalt en er een nieuwe uitbraak van de ziekte ontstaat, worden bij een goed werkend vaccin alleen de mensen ziek die geen vaccinatie hebben ontvangen, en niet de mensen die wel gevaccineerd zijn. Bovendien is er tot op de dag van vandaag geen enkel bewijs dat de ontwikkelde vaccins daadwerkelijk in staat zijn om de keten van transmissie te onderbreken, en er zijn de nodige aanwijzingen dat dit waarschijnlijk niet het geval is.

Laten we hierbij het belangrijkste principe van vaccinatie in het oog houden, en dat is primair bescherming bieden aan degene die gevaccineerd wordt. Maar bij een optimaal werkzaam vaccin zal de gevaccineerde niet alleen beschermd zijn tegen de ziekteverwekker, maar zal ook de virusoverdracht bij de gevaccineerde stoppen. Of de vaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna hiertoe in staat zijn moet worden afgewacht, aangezien hierover tot op de dag geen gegevens beschikbaar zijn. In ieder geval is er al gerede twijfel of deze vaccins hier überhaupt toe in staat zijn.[5] Dit terwijl na het doormaken van de infectie met het SARS-CoV-2 virus zelf wel aannemelijk is dat de transmissie stopt, waarschijnlijk door inductie van IgA, dat via de slijmvliezen van de luchtwegen wordt uitgescheiden en een eerste barrière vormt tegen SARS-CoV-2. Dit in tegenstelling tot IgG dat alleen in bloed circuleert.

Anders gezegd: Niet-gevaccineerden kunnen na infectie het virus alleen overdragen op andere niet-gevaccineerden. De gevaccineerden onder ons hebben bij een goed werkend vaccin niets meer te vrezen van de niet-gevaccineerden. Immers, alleen degene die zich niet laat vaccineren en die de infectie nog niet gehad heeft, is degene die risico loopt op de ziekte. Het optreden van groeps- of kudde-immuniteit is feitelijk dan ook alleen maar gunstig voor diegenen die niet-gevaccineerd zijn. Groeps- of kudde-immuniteit kan optreden nadat voldoende mensen in een populatie immuun zijn geworden voor de ziekteverwekker doordat ze de infectie hebben doorgemaakt, of tegen de ziekte zijn gevaccineerd. Een hoge vaccinatiegraad daarentegen is slechts dan van belang als er mensen of kinderen zijn die beschermd moeten worden omdat zij zich (nog) niet kunnen laten vaccineren, zoals bijvoorbeeld zuigelingen, die pas met 14 maanden tegen mazelen gevaccineerd kunnen worden. Ook als we een virus uit willen roeien, zoals de pokken, is groepsimmuniteit van groot belang en moet ook de verspreiding van het virus bij de gevaccineerde persoon moeten stoppen. Immers, als iemand niet ziek wordt, maar het virus wel kan verspreiden, zal het uitroeien van een virus nooit slagen. Van uitroeiing is bij SARS-Cov-2 en ook bij andere humane coronavirussen echter geen sprake. Dit virus blijft aanwezig (in endemische vorm), en komt elk seizoen opnieuw voorbij. En hoewel het virus verandert door nieuwe mutaties, blijft er voor het immuunsysteem genoeg herkenning over en zal een hernieuwde infectie daarom veel milder verlopen. Ongetwijfeld zal in de toekomst een seizoensvariant terugkeren die weer ernstiger verloopt dan deze. Daarvoor zal dan weer een nieuw vaccin nodig zal zijn, zoals we dat al meer dan honderd jaar zien bij influenza. Waarbij het overigens bij de laatste gaat om een vaccin dat zeer matig werkt. De vaccineffectiviteit bij een match tussen de voorspelde influenzavariant en het vaccin bedraagt deze grofweg 40%, maar als er een mismatch is tussen vaccin en variant bedraagt deze slechts 20%. En een studie uit het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde liet zien dat in een periode van elf jaar slechts in vier jaren de juiste variant voorspeld werd.[6]

Verder is het goed om te kijken naar wat de verschillen zijn tussen de normale toelatingsprocedure voor een vaccin en de versnelde toelatingsprocedure zoals die nu wordt toegepast. Ik ontleen aan de website van de EMA, waar het proces van ontwikkeling, evaluatie, goedkeuring en monitoring van de verschillende vaccins tegen COVID19 wordt beschreven, de volgende figuur:[7]

Als men bovenstaande figuren bekijkt lijkt het alsof alle stappen van onderzoek naar de effectiviteit en werkzaamheid van de vaccins in beide toelatingsprocedures volledig worden doorlopen alvorens de vaccins worden toegepast, en dat de tijd waarin dit gebeurt het enige verschil is. De indruk die deze twee figuren wekken is dat het fase-III onderzoek op grotere groepen mensen volledig is afgerond, alvorens het vaccin wordt toegelaten. Dat is echter niet zo.

Het onderzoek naar de veiligheid en effectiviteit van het Pfizer/BioNTech vaccin, zoals dit werd gepubliceerd in de New England Journal of Medicine,[8] is een nog lopend fase-3 onderzoek waarvan in dit artikel slechts de eerste interim-resultaten na 2 maanden werden gepubliceerd. De beoogde duur van het onderzoek is 24 maanden. Bij deze interim-analyse waren er slechts 162 mensen die werden gediagnosticeerd met ‘COVID-19’, van de in totaal 21.728 deelnemers in de placebogroep (0,75%). Ook voor de andere vaccin-trials waren de vooraf gestelde eisen aan het aantal ‘cases’ van COVID-19 om een interim-analyse uit te mogen voeren erg minimaal, variërend van 100 tot 164 cases.[9]

Verder moet in aanmerking worden genomen dat ook de meest milde uitingen van COVID-19 als ‘cases’ werden meegenomen. Eén symptoom of klacht, in combinatie met een positieve testuitslag op SARS-CoV-2 was al voldoende om de diagnose COVID-19 te mogen stellen, waarbij ook ’toegenomen spierpijn’ en ’toegenomen hoesten’ als klacht en symptoom werden meegeteld. Beide laten zich moeilijk betrouwbaar kwantificeren, en er was er geen maat of getal voor wat men een toename noemde en wat niet. Was een toename van drie kuchjes per uur voldoende? Vijf wellicht? Hoeveel spierpijn moest men hebben? Alleen in de benen, ook als na het fietsen optrad? Of volstond ook een pijnlijke nek door een slecht kussen?  Ook blijkt uit de studie naar werkzaamheid en effectiviteit van het Pfizer/BioNTech niet hoe ziek de ‘cases’ waren, en al evenmin of er verschil was in de mate van ziek zijn tussen de patiënten in de gevaccineerde groep en de placebogroep, en zelfs niet hoe lang deze klachten aanhielden. En dat terwijl deze gegevens mijns inziens bijzonder relevant zijn om de effectiviteit van een vaccin te kunnen beoordelen. De titel van een beschouwing van William A. Haseltine, twee decennia lang hoogleraar aan de Harvard Medical School en de Harvard School of Public Health, is dan ook als volgt: ‘Covid-19 Vaccine Protocols Reveal That Trials Are Designed To Succeed’. En dat is precies wat men kan verwachten van vaccin-producenten, die als primair doel hebben om hun handelswaar zo fraai mogelijk in de etalage te zetten.

Hoe dan ook, feitelijk komt het vaccin beschikbaar, ver voordat de fase-III onderzoeken naar de werkzaamheid en veiligheid zijn afgerond, in tegenstelling tot de normale ontwikkeling en beoordeling van een nieuw vaccin of geneesmiddel. Bovendien is er de reële dreiging dat de fase-drie onderzoeken binnenkort feitelijk beëindigd worden, omdat de vaccin-producenten het als ‘niet-ethisch’ beschouwen om de placebogroep een, in hun ogen, effectief vaccin te onthouden. Het voornemen van Pfizer/BioNTech is de blindering van het onderzoek op te heffen en ook de deelnemers in de placebogroep het vaccin aan te bieden.[10]

Het heeft een zeker risico om het beoordelen van ethische aspecten van de geneeskunde over te laten aan producenten van medicijnen en vaccins, die deze ‘ethische principes’ niet zelden als motivatie gebruiken om andere en meer twijfelachtige motivaties uit het zicht van de gebruikers te houden. Het directe gevolg van het opheffen van de blindering van het fase-III onderzoek is dat de meest relevante uitkomstmaten voor de effectiviteit van het vaccin, zoals ziekenhuisopnames, opnames op de intensive care en sterfte, nooit meer betrouwbaar gemeten zullen kunnen worden, en een ander gevolg is dat eventuele weinig frequente, maar potentieel ernstige bijwerkingen van het vaccin nooit meer met zekerheid aan het vaccin toe kunnen worden geschreven. Hoe dan ook, het gegeven dat er een Conditional Marketing Authorization is afgegeven voor het Pfizer/BioNTech vaccin, ver voordat het fase-III onderzoek is afgerond, is de basis voor mijn stelling dat het hier gaat om het grootste vaccinatie-experiment in de geschiedenis. Mijns inziens zijn hierop dan ook de voorwaarden voor medisch wetenschappelijk onderzoek op proefpersonen onverkort van toepassing.

Code van Neurenberg en de Verklaring van Helsinki

Daarover gaat dit deel van mijn blog, waarin ik de verklaring van Helsinki en de Code van Neurenberg zal bespreken, en vooral hoe deze tot stand zijn gekomen. Centraal staat daarbij de zogenaamde ‘informed consent procedure’ van deelnemers aan het wetenschappelijk onderzoek, waarbij iedere deelnemer in volledige vrijheid de keus moet hebben om deel te nemen aan het onderzoek, en hier op geen enkele manier, direct of indirect, toe mag worden gedwongen. Verder heeft iedere deelnemer op ieder moment van het onderzoek het recht om deelname aan het experiment te staken, en verder moet iedere deelnemer volledig worden voorgelicht over de voor- en nadelen van een medisch experiment.

Als men nu kijkt naar de discussie over een directe of indirecte vaccinatiedwang, zoals in dagbladen zoals het NRC, de Volkskrant en Trouw onbeschaamd meermaals werd beleden door onze academische elite, kan men niet anders concluderen dat door deze elite de grondbeginselen van medisch wetenschappelijk onderzoek, zoals neergelegd in de Code van Neurenberg en de Verklaring van Helsinki, op een schandalige en moreel verwerpelijke wijze met voeten werd getreden.

Albert Einstein zei in 1943 het volgende over de intellectuele elite:[11]

“Our age is proud of the progress it has made in men’s intellectual development. The search and striving for truth and knowledge is one of the highest of men’s qualities – though often the pride is most loudly voiced by those who strives the least, and certainly, we should take care not to make the intellect our goal. It has of course powerful muscles but no personality. It cannot lead, it can only serve, and it is not fastidious in its choice of a leader. This characteristic is reflected in the qualities of its priests, the intellectuals. The intellect has a sharp eye for methods and tools, but is blind to ends and values. So it is no wonder that this fatal blindness is handed on from old to young and today involves a whole generation.”

“Onze tijd is trots op de vooruitgang die is geboekt in de intellectuele ontwikkeling van de mens. Het zoeken en nastreven van waarheid en kennis is een van de hoogste kwaliteiten van de mens; hoewel die trots vaak het luidst wordt geuit door hen die dit het minst nastreven. En zeker, we moeten oppassen dat we het intellect niet tot ons doel maken. Het heeft natuurlijk krachtige spieren, maar geen persoonlijkheid. Het kan niet leiden, het kan alleen dienen, en het is niet kieskeurig in zijn keuze van een leider. Dit kenmerk wordt weerspiegeld in de kwaliteiten van zijn priesters, de intellectuelen. Het intellect heeft een scherp oog voor methoden en werktuigen, maar is blind voor doeleinden en waarden. Het is dus geen wonder dat deze fatale blindheid van oud op jong wordt doorgegeven en vandaag een hele generatie betreft.”

 In dit deel zal ik bespreken wat de Code van Neurenberg en de Verklaring van Helsinki inhouden. Het is belangrijk om te bespreken wat de aanleiding was voor het opstellen van deze documenten, en welke ontwikkelingen hieraan voorafgingen. Hiervoor ga ik terug naar 1933, het jaar dat Adolf Hitler als leider van de NSDAP in Duitsland aan de macht kwam. Ik schets de gebeurtenissen die in dat jaar en in de jaren daarna plaatsvonden, en waarin vele artsen, wetenschappers en academici een weerzinwekkende hoofdrol speelden.

Het Neurenberg Tribunaal

Zoals algemeen bekend mag worden verondersteld vond kort na de Tweede Wereldoorlog het proces van Neurenberg plaats tegen de 24 kopstukken die het Nazi-regime vertegenwoordigden. Na dit proces volgden 12 vervolgprocessen tegen Nazi-vertegenwoordigers uit de verschillende maatschappelijke sectoren van de nationaalsocialistische maatschappij. De eerste van deze rechtszaken staat bekend als de ‘Doctor’s trial’.[12] In dit proces stonden 23 mensen terecht, op drie na allen artsen. Ze werden aangeklaagd wegens misdaden tegen de menselijkheid, bestaande uit martelingen en moorden, begaan tijdens het uitvoeren van medische experimenten op gevangenen in de Duitse concentratiekampen.

Op 25 oktober 1946 werden deze 23 personen aangeklaagd bij het tribunaal. Het proces begon op 9 december 1946 en eindigde op 19 juli 1947. Onder hen waren meerdere hoogleraren en universitair hoofddocenten, verder de lijfarts van Adolf Hitler, het hoofd van het Duitse Rode Kruis, de hoogste arts-officieren van het leger en de luchtmacht, meerdere onderzoekers van verschillende universiteiten en onderzoekers van de farmaceutische industrie. Overigens hadden diverse medici al suïcide gepleegd voordat ze aangeklaagd konden worden bij het Neurenberg tribunaal, waaronder dr. Conti, rector aan de Christian Albrecht Universiteit in Kiel, professor Holzlohner, eveneens hoogleraar aan de Universiteit van Kiel, en professor Eppinger, een beroemd pionier in de hepatologie.

Zonder twijfel de grootste en meest bekende oorlogsmisdadiger uit deze tijd, Joseph Mengele, met de bijnaam ‘Engel des Doods’, ontsnapte en vluchtte naar Zuid-Amerika. Diverse uitleveringsverzoeken van West-Duitsland werden niet ingewilligd, en ook wist hij tot zijn dood uit handen te blijven van de Israëlische geheime dienst, de Mossad en Nazi-jager Joseph Wiesenthal, hoewel beiden intensief op hem jaagden. De ironie wil dat hij de verdrinkingsdood stierf door het optreden van een beroerte tijdens het zwemmen, en hiermee alsnog in enige mate de straf kreeg die hij ten volle had verdiend. Niet voor niets is ‘waterboarding’ een van de ergste martelingen, waarin het gevoel te verdrinken in tijd gerekt wordt.

De Doctor’s Trial werd behandeld door drie rechters, met een extra rechter die zo nodig als vervanger kon optreden. Er werden 32 getuigen gehoord namens de aanklager en 53 getuigen namens de verdediging, inclusief de 23 aangeklaagden. Door aanklager en verdediging werden 1471 documenten ingebracht. Uiteindelijk werden 16 van de 23 aangeklaagden schuldig bevonden, zeven aangeklaagden werden vrijgesproken. Zeven van de schuldig bevonden aangeklaagden werden tot de dood veroordeeld en opgehangen in de Landsberg gevangenis. Vijf kregen een levenslange gevangenisstraf, twee kregen een gevangenisstraf van 25 jaar, één een gevangenisstraf van 15 jaar en één een gevangenisstraf van 10 jaar.

De aanklager Telford Taylor stelde in zijn openingspleidooi van de Doctors Trial dat het om veel meer ging dan ‘slechts’ een aanklacht wegens moord, omdat het ging om artsen die de Eed van Hippocrates hadden afgelegd, met als allerbelangrijkste principe ‘allereerst niet schaden’ (primum non nocere). Hij stelde dat heel duidelijk moest worden gemaakt aan de wereld welke ideeën en motieven deze artsen zover hadden gebracht dat ze hun medemens als ‘minder dan beesten’ beschouwden, en daarbij zulke afschuwelijke wreedheden hadden begaan dat het nodig was om hen “uit te snijden en in de openbaarheid te brengen, alvorens een uitzaaiende kanker te worden in de schoot van de mensheid”.

Tijdens deze Doctor’s Trial werd de basis gelegd voor de ethiek van het medisch-wetenschappelijk onderzoek op proefpersonen. Centraal hierin staan drie aspecten:

  1. Proefpersonen moeten toestemming geven voor het onderzoek zonder dat er sprake is van dwang, op welke manier dan ook, om deel te nemen aan het onderzoek. Bovendien moeten zij adequaat worden voorgelicht over de eventuele risico’s van het onderzoek.
  2. Het onderzoek moet gebaseerd zijn op gegevens die verkregen zijn uit dierexperimenteel onderzoek, en gegevens die bekend zijn over het natuurlijk beloop van de aandoening die bestudeerd wordt. De resultaten moeten de maatschappij ten goede komen, kunnen niet op een andere manier worden verkregen, en de studie moet zo worden opgezet dat de verkregen resultaten relevant zijn. Het onderzoek mag niet willekeurig of nutteloos zijn.
  3. Het onderzoek mag alleen worden uitgevoerd door hiervoor wetenschappelijk gekwalificeerde personen, waarbij onnodig psychisch als ook fysiek lijden wordt vermeden, en mag alleen worden uitgevoerd na adequaat verricht dierexperimenteel onderzoek dat de a priori kans op ernstig letsel of overlijden uitsluit.

De rechters van het tribunaal beseften dat de Eed van Hippocrates en het principe van ‘allereerst niet schaden’ weliswaar essentieel waren ter bescherming van proefpersonen bij medisch wetenschappelijk onderzoek, maar niet voldoende. Zij stelden een document op met 10 basisprincipes, waarin het absolute vereiste van ‘informed consent’, en het recht tot het op elk moment kunnen beëindigen van deelname aan een medisch experiment door de proefpersoon het meest opvallend waren. Dit document kennen we nu als de Code van Neurenberg.

De Code van Neurenberg wordt gezien als poging de bescherming van mensenrechten en de beginselen van de Eed van Hippocrates in één gedragscode onder te brengen. Het verenigt in zich het gegeven dat de arts-onderzoeker altijd de belangen van de proefpersoon vooropstelt, en verder dat de proefpersoon in staat is om zijn eigen belangen te behartigen en zichzelf te beschermen tegen de onderzoeker. En hoewel deze Code in geen enkel land een wettelijke status heeft gekregen, is de invloed op de bewustwording en ontwikkeling van wetgeving over mensenrechten en de medische ethiek buitengewoon groot en zijn elementen van de Code van Neurenberg in nationale en internationale wetgeving veelvuldig terug te vinden. Ook de Verklaring van Helsinki van de World Medical Association is impliciet gebaseerd op de Code van Neurenberg.

Na de oorlog

De vraag die pijnlijk onbeantwoord bleef was hoe het zover had kunnen komen met artsen die de Eed van Hippocrates afgelegd hadden, en gezworen hadden het principe ‘allereerst niet schaden’ te allen tijde te respecteren. In een artikel in de British Medical Journal in 1996 wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen die ertoe hebben geleid dat Duitse artsen hun ‘niet-arische’ medemens als ‘minder dan beesten’ gingen beschouwen en bereid bleken te zijn de meest gruwelijke wreedheden jegens hen te begaan.[13] Het is mijns inziens een artikel dat voor iedere arts verplichte kost zou moeten zijn, al was het maar om te leren dat artsen geenszins een beter ethisch besef of een beter werkend moreel kompas hebben dan hun niet medisch geschoolde medemens.

Het geloof dat iets zich nooit zal herhalen is de basis waarop die gebeurtenissen zich zullen herhalen, zoals Lutwig Wittgenstein in 1945 schreef: “Die Apokalyptische Ansicht der Welt ist eigentlich die, daß sich die Dinge nicht wiederholen.”[14]

Vele artsen in Duitsland worstelden na de Tweede Wereldoorlog met de erfenis van de gruwelijkheden die hun collega’s in de oorlogstijd hun medemens hadden aangedaan. Maar de termen ‘Nazi’ en ‘Nazi-experimenten’ impliceerden dat het ging om een eenmalige gebeurtenis in de geschiedenis, de essentie van ‘dass sich die Dinge nicht wiederholen’. En die geschiedenis was afgesloten, met de conclusie dat het ging om ‘Nazi’s’ die, vermomd als artsen, de macht in handen kregen en hun ideologie ten uitvoer brachten. Het waren Nazi’s, geen gewone mensen, zeker geen gewone artsen. En daarom zouden dergelijke gruwelijke en massale moordpartijen zich nooit meer voor kunnen doen. Desondanks weegt deze erfenis tot op de dag van vandaag zwaar op het moreel bewustzijn van Duitse artsen, en heeft nog steeds grote invloed over het nadenken over het levenseinde in de medische setting. Zoals ik zelf heb gemerkt is het nog steeds een onderwerp dat door vooral oudere Duitse artsen niet graag wordt besproken. Het heeft er onder andere toe geleid dat euthanasie zoals wij dat kennen, het actief beëindigen van iemands leven op zijn of haar eigen verzoek, tot op de dag van vandaag in Duitsland ten strengste verboden is. De gemiddelde Duitse arts waagt zich niet aan een oordeel over wiens leven niet meer de moeite waard is om geleefd te worden. Bovendien wordt het woord ‘euthanasie’ in Duitsland angstvallig vermeden, omdat dit woord een eufemisme was in de nationaalsocialistische tijd voor het vermoorden van zieke en gehandicapte mensen. In Duitsland spreekt men dan ook over ‘Sterbehilfe’ en pas sinds 2020 is de hulp bij zelfdoding in Duitsland onder strenge voorwaarden toegestaan.

Hoe heeft het zover kunnen komen?

In een poging te verklaren waarom Duitse artsen in staat bleken te zijn tot de gruweldaden die onder het nationaalsocialistisch regime door hen gepleegd werden, eerst in de doodsziekenhuizen en later de concentratiekampen, worden twee mogelijke verklaringen gegeven.

De eerste verklaring die wordt gegeven is het ‘slippery slope’ argument,  in de Nederlandse taal vergelijkbaar met het argument van het ‘hellend vlak’. Deze verklaring werd geformuleerd door professor Alexander, adviseur van de hoofdaanklager voor oorlogsmisdaden tijdens de Doctor’s trial. Volgens hem zou er onder invloed van het nationaalsocialisme sprake zijn geweest van subtiele en geleidelijke veranderingen in het collectieve bewustzijn van Duitse artsen. Aanvankelijk zou er slechts een ‘accentverschuiving’ in hun taakopvatting hebben plaatsgevonden. Deze begon met de aanvaarding van dat er zoiets bestond als een leven dat niet de moeite waard was om geleefd te worden. Later zou deze opvatting uitgebreid zijn naar diegenen die ‘sociaal niet-productief’ waren, vervolgens naar mensen wiens ideologie ‘ongewenst’ was, gevolgd door mensen die ‘raciaal ongewenst’ waren, en ten slotte naar iedereen die als ‘niet-Duits’ of ‘niet-Arisch’ gezien werd. Volgens Alexander was het die geleidelijke verandering in het arbeidsethos van Duitse artsen die intensief moest worden onderzocht, omdat daar de verklaring voor de gruweldaden moest worden gezocht.

Volgens het slippery slope argument waren de gebeurtenissen die tot het proces van Neurenberg hebben geleid als een glijbaan op een helling, waarbij de ene gebeurtenis naar de andere leidde, totdat uiteindelijk de zaken uit de hand liepen, er steeds grotere ongelukken gebeurden en er mensen gewond raakten. Vertaald naar de situatie in het nationaalsocialistische Duitsland zou deze geleidelijke verschuiving van normen en waarden van Duitse artsen uiteindelijk tot uitsluiting, mishandeling, marteling en uiteindelijk ook het massaal vermoorden van ‘ongewenste’ elementen hebben geleid.

Volgens het hellend-vlak argument waren de gebeurtenissen die tot het proces van Neurenberg hebben geleid vergelijkbaar met een glijbaan op een helling, waarbij de ene gebeurtenis naar de andere leidde, totdat uiteindelijk de zaken uit de hand liepen, er steeds grotere ongelukken gebeurden en er uiteindelijk mensen gewond raakten. Vertaald naar de situatie in nationaalsocialistisch Duitsland zou deze geleidelijke verschuiving van normen en waarden van Duitse artsen uiteindelijk tot uitsluiting, mishandeling, marteling en uiteindelijk ook het massaal vermoorden van ‘ongewenste elementen’ hebben geleid.

Het hellend-vlak argument was een uitermate verleidelijke verklaring voor velen, omdat op deze manier niemand verantwoordelijk gehouden kon worden voor de holocaust omdat niemand deze ontwikkeling had kunnen voorzien, en niemand in staat zou zijn geweest om deze ontwikkeling te stoppen. Vooral buiten Duitsland was dit een veel gebruikte verklaring voor de inktzwarte bladzijde in de geschiedenis van de Duitse geneeskunde en de biomedische wetenschap.

Het ‘hellend vlak’-argument sluit aan bij het concept van “plotselinge ondermijning”, dat in Duitsland gangbaar is en decennialang door de Duitse Ärztekammer op agressieve wijze als officiële opvatting werd gepropageerd. De Ärztekammer is een machtige organisatie met een verplicht lidmaatschap voor iedere arts. Er is een overkoepelende Bundesärztekammer en daarnaast heeft iedere deelstaat zijn eigen Ärztekammer. De Ärztekammers zijn tot op de dag van vandaag machtige en invloedrijke organisaties, met een uitgebreide lobby in de politiek, zowel in Berlijn als ook in de afzonderlijke deelstaten.

Volgens het concept van de plotselinge ondermijning “kwamen de nieuwe machthebbers van de ene dag op de andere” en vervolgens onderwierp en verkrachtte zij de Duitse geneeskunde, die hiermee Hitlers eerste en meest directe slachtoffer werd. Om de latere voorzitter van de Ärztekammer, Dr. Karsten Vilmar, te citeren: “Toen de Duitse artsen uiteindelijk inzagen waar de ontwikkelingen naar toe gingen, was het te laat om nog iets te doen.”

Het argument van de plotselinge ondermijning en verkrachting van de Duitse geneeskunde werd voor het eerst geuit door de beide adviseurs van de Amerikaanse hoofdaanklager voor oorlogsmisdaden tijdens Doctor’s trial, professor Alexander en professor A.C. Ivy. “Nazipropaganda was zeer effectief in het perverteren van de publieke opinie en het publieke geweten, in een opmerkelijk korte tijd. De wereld weet nu dat de Nazi’s tijdens de recente oorlog mensen zonder hun toestemming als proefpersonen hebben gebruikt,” schreef professor Ivy, en hij wees als verantwoordelijken kanselier Hitler en de Minister voor Volksvoorlichting en Propaganda Joseph Goebbels aan, “de man wiens valse propaganda en raciale opvattingen resulteerden in de meest buitensporige marteling en vernietiging van mensen in de geschiedenis van het menselijk ras”.

Maar voor de uitspraken van de twee getuigen-deskundigen tijdens het proces van Neurenberg bestond geen enkel bewijs, en daarom werd dit argument later ook niet meer herhaald door de Duitse verdedigers van het concept van de plotselinge ondermijning. In plaats daarvan wijzigden de voorstanders van deze theorie het aantal mensen dat verantwoordelijk zou zijn geweest voor de ‘verkrachting en onderwerping’ van de Duitse geneeskunde van slechts enkelen naar, volgens Karsten Vilmar, ‘op zijn best 400 Nazi’s’. Waarbij hij niet aangaf hoe hij aan dit aantal kwam, en zonder een lijst met namen aan te dragen ter verificatie.

Voorzitters van de Ärztekammer

Drie van de vier naoorlogse voorzitters van de Deutsche Ärztekammerr, drs. Karl Haedenkamp, Ernst Fromm en Hans Joachim Sewering, waren vroege en actieve leden van de beruchte Sturm Abteilung (SA) of de Schutz Staffel (SS).

Dr. Haedenkamp, die in de jaren dertig het meesterbrein was achter de ‘ontjoding’ van de Duitse geneeskunde, reconstrueerde de naoorlogse Ärztekammer door gebruik te maken van het netwerk van de Reichsärztekammer, die in 1936 was opgericht als Duitslands enige beroepsorganisatie voor alle Arische artsen. In 1954 ontving hij de hoogste burgeronderscheiding van de Bondsrepubliek voor zijn verdiensten voor de Duitse geneeskunde en de natie.

De vierde voorzitter van de kamer, Dr. Vilmar, behaalde in 1987 een klinkende herverkiezingsoverwinning nadat hij de ‘The Lancet’ had aangevallen omdat deze niet alleen de doordringende medeplichtigheid die aan het proces tegen de artsen voorafging in detail had beschreven, maar ook de chronische staat van actieve ontkenning die daarop volgde. Het nationale debat dat daarop volgde, drong Vilmar en de Ärztekammer in het defensief. Desondanks vertrouwde hij in 1992 opnieuw op de algemene onwetendheid van een electoraat dat zelfs Israëlische afgevaardigden omvatte, toen hij zijn voorganger, Dr. H.J. Sewering, voordroeg als hoofd van de World Medical Association. Deze internationale organisatie werd onmiddellijk na het proces van Neurenberg opgericht om te waken voor de degradatie van het medische beroep, verpersoonlijkt door Duitse artsen die lid waren van de SS. Sewering werd dus verkozen tot voorzitter van de World Medical Association en was bereid om in 1993 zijn inhuldiging te vieren, samen met de 60e verjaardag van zijn inschrijving bij de SS (lidmaatschapsnummer 143 000). Protesten van het publiek in Duitsland en daarbuiten dwongen Sewering uiteindelijk tot aftreden.

Het opnieuw uitvinden van de geschiedenis

De begrippen ‘hellend vlak’ en “plotselinge ondermijning’ waren bepalend voor de nationale en internationale beeldvorming over de rol van de Duitse artsengemeenschap in het nationaalsocialistische tijdperk. In de loop der jaren is het een integraal onderdeel geworden van het publieke debat en het is zelfs in academische kringen geaccepteerd om zich te beroepen op ‘geleerde lessen’ of ‘nazi-experimenten’, als oorzaak voor het morele en ethische verval van de Duitse geneeskunde in de periode 1943-1945, zonder ook maar naar één enkel historisch document te verwijzen. Men beperkte zich tot het psychologiseren van de daders om zo hun gruwelijke daden te verklaren, zonder acht te slaan op de historische feiten. Met andere woorden, de daders werden geherdefinieerd als zijnde de slachtoffers, waarbij de geschiedenis opnieuw werd uitgevonden. Zoals dat zo vaak gebeurt bij het terugkijken op de geschiedenis.

In dit essay worden deze twee invloedrijke begrippen getoetst aan de passages uit artikelen die voornamelijk in 1933 zijn gepubliceerd en die de periode vlak voor en na de inauguratie van de nieuwe nationaalsocialistische regering bestrijkt. Dit onderzoek, hoewel beperkt tot een korte periode, bevat feitelijk bewijs dat de concepten van een ‘hellend vlak’ en ‘plotselinge ondermijning’ niet geschikt zijn om de historische gebeurtenissen goed te duiden. Er moet dan ook naar een andere verklaring worden gezocht. Uit die artikelen komt een heel ander en veel onheilspellendere beeld naar voren over de rol die de Duitse artsengemeenschap speelde in de aanloop naar de uiteindelijke Endlösung – de ultieme oplossing – voor alle ongewenste elementen uit de nationaalsocialistische maatschappij.

De meeste publicaties die worden gebruikt komen uit de toonaangevende Duitse medische tijdschriften uit die tijd, die door de overgrote meerderheid van de toen 52.518 artsen werd gelezen. Meer dan de helft van de geciteerde documenten is afkomstig uit het Deutsches Ärzteblatt, nog steeds het meest toonaangevende en meest gelezen algemene medische tijdschrift in Duitsland. Slechts één citaat is afkomstig uit het nog steeds prestigieuze Münchener Medizinische Wochenschrift. In het begin van de jaren 1930 droeg dit tijdschrift op agressieve wijze nationalistische, antisemitische en eugenetische ideeën uit in de medische gemeenschappen van Centraal-Europa, en wel zo extreem dat het in 1935 door Tsjecho-Slowakije als een fascistisch tijdschrift werd aangemerkt en de verspreiding ervan werd verboden.

Van dit artikel werden alle publicaties uit nationaalsocialistische medische tijdschriften uitgesloten om een vertekening van de selectie te voorkomen, hoewel deze tijdschriften in de beroepsgroep goed werden ontvangen en in grote aantallen werden gedrukt. In 1986 erkende de Bundesärztekammer dat zij “ongelukkigerwijs potentieel ernstig beschamende documenten met betrekking tot hun heimelijke samenwerking met de nationaalsocialistische regering hadden vernietigd”. Een van de weinige overgebleven manieren om de beraadslagingen en handelingen van de vertegenwoordigers van de Duitse medische beroepsgroep in het voorjaar en de zomer van 1933 te reconstrueren was dus het met de hand doorzoeken van de Duitse medische tijdschriften van dat jaar. Door nauwgezette lezing van deze tijdschriften was het mogelijk cruciale passages te identificeren in de drie categorieën van belang. De artikelen voor dit essay worden in drie categorieën ingedeeld: de politieke arena, de wetenschappelijke arena en de economische arena.

Voor wie het artikel uit het British Medical Journal, genoemd onder voetnoot 128, zelf heeft gelezen zal het niet ontgaan zijn dat ik in het afgelopen deel zwaar geleund heb op dit artikel. Vanaf nu zal ik echter zoveel mogelijk de letterlijke tekst proberen weer te geven. En dat heeft een doel. Wil men werkelijk iets van de geschiedenis leren, is het van levensbelang dat men die geschiedenis tot in detail kent. Daarom verdient dit artikel alle aandacht, en is het meer dan de moeite waard om te lezen. En nog eens te lezen, zeker in een periode waarin de eerste stappen op weg naar een totalitaire staat zijn gezet. Zodat zoveel mogelijk mensen nu al weten wat anderen achteraf hadden moeten weten. Want de overeenkomsten met de moderne tijd, voor wie ze wil zien, zijn angstaanjagend.

De politieke arena

Op 30 januari 1933 wordt de nationaalsocialist Adolf Hitler door rijkspresident Paul von Hindenburg tot rijkskanselier benoemd. Op 5 maart worden verkiezingen voor het nieuwe parlement gehouden in een sfeer van intimidatie, waarbij de nationaalsocialisten alle hun ten dienste staande middelen aanwenden om de verkiezingscampagne van andere partijen lam te leggen en de oppositie het zwijgen op te leggen. Ondanks deze inspanningen krijgen zij slechts 43,9% van de stemmen, maar roepen zichzelf desondanks uit tot de grote winnaars van de verkiezingen.

Op 12 maart 1933 schrijft Dr. Karl Haedenkamp: “De tijd van een rustige en voortdurende ontwikkeling is eindelijk aangebroken. De omverwerping van de partijpolitiek heeft de weg geopend voor echt staatsmanschap. De oppositie heeft geen mogelijkheid om de plannen van de Reichsregering omver te werpen. De parlementaire methoden van de periode na de eerste wereldoorlog hebben een beslissende nederlaag geleden, de koehandel van de politieke partijen is ten einde.” Haedenkamp is op dat moment directeur van de Hartmannbund, een van de twee grootste Duitse medische verenigingen.

Op 21 maart openen de kanselier en de rijkspresident de eerste zitting van het nieuwe parlement in de garnizoenskerk te Potsdam. Dr. Alfons Stauder, de democratisch gekozen voorzitter van de Hartmannbund en de Deutscher Ärztevereinsbund, de twee grootste Duitse artsenverenigingen, komt ‘in vertrouwelijke gesprekken’ vanwege ‘de politieke revolutie’ bijeen met nationaalsocialistische collega’s in München. Vervolgens telegrafeert hij Hitler dat “de belangrijkste beroepsorganisaties in Duitsland blij zijn met de vastberadenheid van de regering van Nationale Vernieuwing om een echte gemeenschap van alle rangen, beroepen en klassen op te bouwen, en zij stellen zich graag ten dienste van deze grote patriottische taak”.

Op 24 maart neemt het parlement in Berlijn – omsingeld door SA- en SS-troepen en met 17% van de afgevaardigden ondergedoken of gearresteerd – de Machtigingswet aan die door de nationaalsocialistische fractie wordt gepropageerd en dictatoriale bevoegdheden toekent aan de nieuwe regering. Een kwart van de 94 sociaaldemocraten die tegen durven te stemmen, wordt later vermoord. In Neurenberg ontmoet Stauder de nationaalsocialistische collega’s in een sfeer van hartelijke verstandhouding, en een van hen, Dr. Gerhard Wagner, wordt benoemd tot ‘commissaris’ van de Hartmannbund en de Deutscher Ärztervereinsbund. Op 30 maart kondigt Stauder aan dat hij bij ‘wederzijds goedvinden’ zijn functie zal neerleggen ten gunste van zijn nationaalsocialistische collega Dr. Wagner. Zijn voorstel krijgt ‘unanieme instemming’, aldus Haedenkamp: “Dr. Stauder herinnerde nadrukkelijk aan de zware arbeid die in het verleden moest worden verricht onder een politiek systeem dat voor ons allen desastreus was. De vergadering stemde eenstemmig  in met de ondernomen acties, en reageerde met levendig enthousiasme op de door de voorzitter van de medische verenigingen afgekondigde plannen.”


Titelpagina van het Deutsches Ärzteblatt, 13 april 1933, met details van het bezoek van Dr. Stauder aan Hitler. De tekst vermeld Hitlers plan om de Joden te elimineren

Hitler is verrukt

Op 5 april ontvangt de kanselier Stauder en zet hij zijn doelstellingen uiteen. Een week later kondigt het Deutsches Ärzteblatt op de titelpagina Hitlers voornemen aan “om de natie en in het bijzonder de intellectuele elite te zuiveren van buitenlandse invloeden en besmetting door vreemde rassen. Hij benadrukte dat Joodse intellectuelen snel uit het culturele en geestelijke leven van Duitsland moesten worden verwijderd, zodat het natuurlijke verlangen van de natie naar een werkelijk Germaans gezag zou kunnen worden bevredigd.”

Zelfs nu waren de Verenigde Staten helemaal niet bereid om de deuren te openen voor Joden die ‘zogenaamd’ uit Duitsland waren gevlucht. Hitler stelt: “De maatregelen voor rassenhygiëne die nu worden uitgevoerd, zullen pas na eeuwen hun volle effect tonen. Wat we nu moeten doen is een stevige basis leggen voor de genetische ontwikkeling van de natie. Duitse artsen worden opgeroepen aan dit werk deel te nemen door hun wetenschappelijk onderzoek, door hun verregaande onderwijs aan de bevolking, en door hun praktische hulp.” Dr. Stauder verzekert de kanselier enkele dagen later per telegram van “een vernieuwde vastberadenheid om mee te werken op het toegewezen gebied van de nationale gezondheid”.

Op 8 april verklaart de Pruisische Kamer van Geneesheren in een unanieme verklaring, “op haar eerste bijeenkomst na de nationale revolutie gaarne bereid te zijn al haar energie en ervaring ten dienste te stellen van de regering van nationale wederopstanding, die zij met vreugde en dankbaarheid begroet …. Als we terugdenken aan de afgelopen 15 jaar [van de Weimar Republiek] zien we dat niemand van ons ook maar één traan zal laten om de democratische regering die nu geschiedenis is geworden. Net als de overgrote meerderheid van de Duitse artsen hebben wij, voor zover dat met de ons ter beschikking staande middelen mogelijk was, de grondbeginselen van die regering verworpen en hebben wij ons verzet tegen haar beleid op het gebied van de gezondheidszorg.”

Op 18 april, ter gelegenheid van de aanstaande verjaardag van de nieuw geïnaugureerde bondskanselier, brengt de Duitse Vereniging voor Inwendige Geneeskunde, die haar 45ste congres in Wiesbaden houdt, “haar meest oprechte gelukwensen en haar oprechte bewondering over aan de Führer van het Nieuwe Duitsland. Als Duitse artsen zien wij het als onze voornaamste taak, door onderzoek en wetenschappelijke vooruitgang, met al onze krachten te werken aan de gezondheid van de natie. Als Duitsers stellen wij ons graag ten dienste van alle inspanningen die gericht zijn op de nationale en morele vooruitgang van ons volk.” Op 19 april telegrafeert ook de Duitse Vereniging voor Heelkunde haar eerbetoon aan kanselier Hitler en komt op haar 57e bijeenkomst in Berlijn bijeen onder het ‘Symbool van het Nieuwe Duitsland’: Het hakenkruis van de nationaalsocialisten.

Dr. Haedenkamp in 1954; hij draagt het ‘Bundesverdienstkreuz’ van de Bondsrepubliek Duitsland.

Op 24 juni vat Haedenkamp samen: “Een nieuw tijdperk, nieuwe taken en nieuwe doelen komen in de plaats van die van vandaag. Wat de moeite van het bewaren waard is, zal worden bewaard; wat verouderd is, zal terzijde worden geschoven. In de toekomst zullen wij ons laten leiden door de sterke wil van het autoritaire leiderschap, dat zijn suprematie heeft ontvangen van de nieuwe Staat. Het dienen van deze Staat moet het enige doel zijn van het medisch beroep. Wij zijn ons bewust van de plichten die wij te vervullen hebben in naam van deze Staat. Voor zover wij die vervullen, zullen wij het recht verdienen dat ons werk wordt gerespecteerd, en in deze Staat de positie innemen die wij moeten opeisen om onze taken te vervullen.”

Tegen 26 juli bevinden zich 700 mensen in ‘beschermende hechtenis’. Tegen het einde van 1933 functioneren tientallen concentratiekampen als legale instellingen, waaronder Dachau en Sachsenhausen, en worden lucratieve banen voor artsen in deze instellingen geadverteerd in medische tijdschriften. Artsen verklaren op regeringsformulieren dat gemartelde gevangenen in uitstekende gezondheid verkeren, dat uitgemergelde gevangenen zouden kunnen werken als ze werden ontslagen, en dat natuurlijke oorzaken leidden tot de dood in gevangenschap. Ook vervalsen artsen veelvuldig de medische dossiers van slachtoffers en camoufleren ze de fysieke gevolgen van marteling. De zuivering van de ‘ongewenste elementen’ uit de Duitse nationaalsocialistische staat komt op stoom.

Advertentie uit een medisch tijdschrift van het Pruisische Ministerie van Binnenlandse Zaken uit 1933, waarin een jaarsalaris van meer dan 3500 Reichsmark wordt aangeboden ‘plus gratis huisvesting en maaltijden’ voor vijf door artsen in te vullen vacatures in het concentratiekamp bij Osnabrück.

De wetenschappelijke arena

In augustus 1932 wordt het derde internationale eugenetica-congres in New York georganiseerd. Tijdens het congres wordt professor Ernst Rüdin, directeur van het Kaiser-Wilhelm Instituut voor Psychiatrie in München, Duitslands meest gerenommeerde instelling voor onderzoek naar de genetica van geestesziekten en ziekten van het centrale zenuwstelsel, tot voorzitter gekozen. Deze eer is symbolisch voor de wereldwijde onberispelijke academische reputatie en het wetenschappelijk excelleren van de Duitse geneeskunde. Eugenetica wordt opgevat als een biologische metawetenschap van de mens, die de verschillende disciplines zoals bevolkingsstatistiek, genetica, antropologie, psychometrische analyse, zelfs geschiedenis en religie combineert tot een vorm van preventieve geneeskunde die erfelijke ziekten tracht te definiëren en uit te roeien. De sociale gevolgen van genetische informatie vormen de kern van de eugenetica, ook wel ‘Rassenhygiëne’ genoemd.

‘Eugenetica is de zelfsturing van de menselijke evolutie.’ Aankondiging van het derde internationale eugeneticacongres, New York, 21-23 augustus 1932, het congres waar Professor Rüdin tot voorzitter werd gekozen.

In november 1932 sturen de Hartmannbund en de Deutscher Ärztevereinsbund een petitie naar het ministerie van Binnenlandse Zaken van de Weimar Republiek “met het verzoek zo spoedig mogelijk een wetgeving op te stellen die sterilisatie op eugenetische gronden mogelijk maakt en regelt. De voortplanting van personen met een geestelijke of lichamelijke handicap van genetische oorsprong moet worden teruggedrongen om de integriteit van de genenpool van de bevolking te waarborgen”.

In januari 1933 verklaart het Deutsches Ärzteblatt dat, nu de locatie voor de volgende nationale bijeenkomst nog onbeslist is, één ‘hoofdthema’ ‘eugenetische vraagstukken’ zal zijn. De titelpagina kondigt een nationale wedstrijd aan voor het beste onderzoeksartikel over dit onderwerp: ‘Op welke wijze kunnen huisartsen deelnemen aan genetisch en eugenetisch onderzoek of aan het verkrijgen van menselijke specimens?’ In maart 1933 kondigt de Deutscher Ärztevereinsbund aan dat het ‘een centrale promotie-inspanning van de Duitse medische beroepsgroep’ zal financieren en richt daartoe een ‘Opvoedingsbureau voor bevolkingspolitiek en rassenverbetering op’.

Titelpagina van het Deutsches Ärzteblatt van 1 juli 1933, met als eindredacteur Karsten Haedenkamp

In juni verklaart het Deutsches Ärzteblatt op de titelpagina dat de centrale promotieorganisatie van artsen en haar ‘Opvoedingsbureau’ “als doel hebben het idee van rassenverbetering onder artsen en de bevolking te bevorderen. Daarbij heeft de medische professie onbaatzuchtig haar diensten en middelen ingezet voor het doel het Duitse volk te beschermen tegen biogenetische degeneratie. Beginnend bij de algemene hygiëne en de bestrijding van besmettelijke ziekten, leidt de ontwikkeling van de volksgezondheid door de sociale geneeskunde automatisch naar de rassenhygiëne. Er is sprake van een ontwikkeling die op logische wijze overgaat van beïnvloeding van de bevolking met alleen uitwendige middelen, naar de zorg voor de kern en het wezen van de bevolking, haar genetische samenstelling. De medische professie heeft een bijzondere verantwoordelijkheid om in het kader van de staat te werken aan de taken die bevolkingspolitiek en rassenverbetering met zich meebrengen.” Het Ministerie van Binnenlandse Zaken richt een adviescommissie van deskundigen op om te helpen bij het ontwerpen en snel formuleren van eugenetische wetgeving, en benoemt professor Rüdin tot voorzitter van de commissie.

De ‘bewakers van de genetische integriteit’

Op 1 juli laat Haedenkamp, als redacteur van het Deutsches Ärzteblatt, de nummering van het tijdschrift aanpassen. De volumenummers beginnen opnieuw, om het verleden af te kunnen sluiten en een nieuw begin te markeren. Hij verkondigt: “Alles wat Duits en authentiek is, alles wat de Duitse stijl en de Duitse natuur belichaamt, alles wat van Duits bloed en Duitse afkomst is, dat alles alleen kan de drager van de Duitse toekomst zijn. Onze karakteristieke trekken zijn in het verleden met vreemde trekken overgoten of vermengd, vaak zelfs door hen overwoekerd en verstikt. Zelfvernieuwing is alleen mogelijk als de waarde van de eigen genetische samenstelling wordt erkend… Zonder een diep verontrustend besef van de kwetsbaarheid en dreigende degeneratie van onze genetische samenstelling is nationaal herstel ondenkbaar. De arts heeft de plicht deze kennis uit te breiden en dit bewustzijn te verdiepen. Nooit eerder was het beroep van arts zo nauw verbonden met de wijsheid en de doelstellingen van de Staat als vandaag. Des te vreugdevoller moet de beroepsgroep deze uitbreiding van haar taken en de uitdaging om haar ware roeping te vervullen, verwelkomen.”

Op 14 juli kondigt de nieuwe regering de Sterilisatiewet af, getiteld ‘Wet ter Voorkoming van Genetisch Zieke Afstammelingen’. Paragraaf 12 van deze wet bepaalt dat de mutilerende operatie “moet worden uitgevoerd, zelfs tegen de wil van de te steriliseren persoon. De behandelende chirurg moet zonodig hulp inroepen van de politiediensten. Indien andere maatregelen niet volstaan, mag rechtstreeks geweld worden gebruikt”. De verzekeringsmaatschappijen en “degene die gesteriliseerd is” moeten de operatie in rekening brengen. De wet voorziet in de oprichting van een Rechtbank voor Genetische Gezondheid en een Rechtbank van Beroep voor Genetische Gezondheid, die worden toegevoegd aan de burgerlijke rechtbanken, en worden voorgezeten door een advocaat en twee artsen, van wie er één deskundig is op het gebied van de medische genetica. De wet geeft een catalogus van ‘genetische ziekten’ en vermeldt onder meer psychiatrische indicaties en alcoholisme. De artsen, die elk geval van “genetische ziekte” bij hun patiënten registreren, net zoals zij geboorten, overlijdensgevallen of geslachtsziekten registreren, mogen geen informatie achterhouden en moeten aan alle procedurele verzoeken voldoen. Zij melden patiënten aan bij de Rechtbanken voor Genetische Gezondheid voor een uitspraak over de sterilisatiewet en zijn niet verplicht de verstrekte informatie aan deze patiënten bekend te maken. Gerechtshoven voor Genetische Gezondheid hebben een dagvaardingsbevoegdheid; hun procedures zijn geheim om de vertrouwelijkheid en privacy van patiënten te beschermen.

Eveneens op 14 juli stuurt de voorzitter van de Kaiser-Wilhelm-Vereniging, professor Max Planck, een memorandum aan de minister van Binnenlandse Zaken, waarin onder meer staat te lezen: “Herr Reichsminister, ik heb de eer u nederig mede te delen dat de Kaiser-Wilhelm-Vereeniging ter bevordering van de wetenschappen bereid is het Reich systematisch van dienst te zijn in alle aspecten van het onderzoek naar de rassenhygiëne. Daartoe heeft professor Planck een speciale commissie benoemd, waarin professor Rüdin zitting heeft.”

Op 29 juli drukt het Deutsches Ärzteblatt de hele Sterilisatiewet af en geeft het volgende commentaar: “Aangezien sterilisatie de enige zekere methode is om de overerving van geestesziekten en ernstige genetische afwijkingen te voorkomen, moet de wet worden gezien als een uiting van liefdevolle zorg voor de komende generaties, en als een daad van altruïsme. De eliminatie van defecte genen is op zichzelf niet voldoende om onze natie gezond en energiek te houden, want deze zuivering van de gemeenschappelijke genenpool moet worden aangevuld met positieve bevolkingsmaatregelen.” Professor Rüdin is co-auteur van het medische gedeelte van een begeleidende editorial. Alle artsen zijn verplicht dit aan te schaffen voor een speciale lage prijs van drie Reichsmark, omdat het een gedetailleerd addendum bevat over chirurgische procedures voor sterilisatie van mannen en vrouwen, geschreven door Duitslands toonaangevende autoriteiten op het gebied van de voortplantingsgeneeskunde.

Op 19 augustus publiceert het Deutsches Ärzteblatt, dat stelt dat “iedere arts een genetisch arts moet zijn”, het eerste artikel over dit onderwerp, getiteld ‘De arts en genetische verbetering’ van professor Felix Lommel. Sleutelzinnen zijn “uitroeiing van leven dat het leven niet waard is”, “wettelijk opgelegde sterilisaties”, “creatie van een nieuwe, op biologische basis gebaseerde adel” en “het doel van veredeling in het belang van het ras”. Als onderdeel van eugenetische overwegingen wordt “uitroeiing van leven dat het leven niet waard is” dus geïntroduceerd als een legitiem onderdeel van de bijscholing van artsen en wordt het een standaard technische term. Op 16 september meldt het Journal of the American Medical Association (JAMA) dat het instituut van professor Rudin ‘een legaat van 1000.000 dollar heeft ontvangen … als een hoogtepunt van vele eerdere giften’.

Ingenieurs van genetische verbetering

Op 21 december staat op de voorpagina van de New York Times het bericht dat ‘400.000 Duitsers zullen worden gesteriliseerd’. Het artikel stelt dat het programma 14 miljoen Reichsmark zou kunnen kosten, maar dat het de nationale economie de enorme kosten van de nutteloze zorg voor erfelijke ziekten zou voorkomen, en jaarlijks tot 1 miljard Reichsmark zou besparen: ‘In geen land ter wereld is eugenetica meer actief als een toegepaste wetenschap dan in Duitsland… Duitsland is de eerste van de grote naties die direct praktisch gebruik maakt van eugenetica.’ Het artikel laat duidelijk zien dat het wetenschappelijke en medische enthousiasme over de eugenetica niet tot Duitsland beperkt bleef.

De economische reden voor eugenetische sterilisaties: “De staat Pruisen investeert jaarlijks 125 Reichsmark in een normale leerling, 573 Reichsmark in een trage leerling, 950 Reichsmark in een leerbaar maar geestesziek kind, en 1500 Reichsmarks in een blind en doof kind.”

Tegen 1937 alarmeren de gevolgen van de ijverige activiteiten van de medische gemeenschap Dr. Wagner. Hij bemerkt bij de bevolking “een vaak bijna psychotische angst om onder de wielen van deze wet te belanden.” Hij richt een memorandum aan kanselier Hitler waarin hij protesteert tegen “de sterilisatie van hele families die door de voorzienigheid niet de kans hebben gekregen om de graad van formele scholing te ontvangen die vereist is om de intelligentietests te doorstaan… Wetenschap moet de dienaar blijven van onze politieke principes en bedoelingen.” Maar het mag niet baten, zijn noodkreet is aan dovemans oren gericht.

En zo hebben de ‘Nazi’s binnen een jaar ook in de medische gemeenschap de teugels stevig in handen. Sterker nog, ze vinden binnen de artsengemeenschap een grote groep enthousiaste aanhangers van de nieuwe leer, die staan te popelen om die in de praktijk te brengen. De ‘Endlösung’ is in aantocht.

De zuivering van genetische ballast.

In 1939 komt er een einde aan eugenetische sterilisaties van patiënten. Het T4 euthanasieprogramma wordt ingesteld, een landelijk, gecentraliseerd en door vakgenoten getoetst (peer-reviewed) programma om volwassen en pediatrische patiënten die klinisch als zinloos leven of terminaal zijn aangemerkt, te vermoorden. Het programma is gericht op economische prestaties op de markt voor gezondheidszorg, verbetering van de institutionele en nationale inkomsten en kostenefficiënt gebruik van beperkte middelen. Bovendien factureert de T4-organisatie, zoals elke andere zorgverstrekker, de medische en zorg-gerelateerde diensten die zij aan de verzekerden verleent. De vergoedingen- en terugbetalingsstructuur die door H.J. Becker, de hoogste fiscale administrateur, wordt bedacht en uitgevoerd, levert jaarlijks een netto-exploitatieoverschot van miljoenen Reichsmarks op.

H.J. Becker (millionen-Becker), de financiële administrateur van het T4 euthanasieprogramma die de moordziekenhuizen tot winstgevende instellingen maakte.

De praktische ervaring opgedaan in de dodenziekenhuizen van het T4-programma vormt de kern voor de vernietigingstechnologie van de vernietigingskampen, die vaak door hetzelfde technische en medische personeel wordt uitgevoerd. Op grote schaal zet de medische gemeenschap nu haar pogingen voort om ‘deel te nemen aan de verwerving van menselijke pathologische preparaten’ uit de overvloed aan ‘materiaal’, verkregen uit de moordziekenhuizen, vernietigingskampen en voltrokken executies, ten behoeve van onderwijs en onderzoek. Van 1933 tot 1945 ontvangt alleen al de Eberhard Karl Universiteit in Tübingen 1077 lijken van executies. In de woorden van professor Julius Hallervorden, de eminente neuropatholoog: “Ik hoorde dat ze dat gingen doen en dus ging ik naar ze toe: ‘Kijk nou, jongens, als jullie al die mensen gaan vermoorden, haal dan tenminste de hersenen eruit, zodat het materiaal gebruikt kan worden’. Ze vroegen me: ‘Hoeveel kun je er onderzoeken?’ en dus zei ik tegen hen ‘een onbeperkt aantal, hoe meer hoe beter.’ Ik gaf ze fixeermiddelen, potten en dozen, en instructies voor het verwijderen en fixeren van de hersenen, en ze kwamen ze brengen, als ware het de bestelwagen van een meubelzaak. Er zat prachtig materiaal tussen deze hersenen, prachtige mentale afwijkingen. Ik accepteerde deze hersenen natuurlijk. Waar ze vandaan kwamen en hoe ze bij mij terechtkwamen was mijn zaak niet.” Tussen 1940 en 1944 krijgt professor Hallervorden minstens 697 hersenen uit één moordziekenhuis.[15] [16] Maar dat niet alleen. Hallervorden was van 1929 tot 1945 als patholoog verbonden aan de pediatrische kliniek Heil- und Pflegeanstalt Görden. In zijn aanwezigheid werden 60 kinderen in het kader van het T4-programma vermoord, waarvan hij de hersenen gebruikte voor zijn wetenschappelijke onderzoek.

In 1922 beschreef deze Julias Hallervorden samen met Hugo Spatz een zeldzame en ernstige neurodegeneratieve aandoening die vaak al op jonge leeftijd begint, de ziekte van Hallervorden-Spatz. Op basis van zijn rol in de Tweede Wereldoorlog raakte dit eponiem steeds meer in onbruik, niet in de laatste plaats door de publicatie van enkele artikelen die opriepen deze naam niet meer te gebruiken. Toch staat deze naam bij vrijwel alle neurologen nog steeds in het geheugen gegrift, in tegenstelling tot de moderne naam, de panthothenate-kinase geassocieerde neurodegeneratie (PTAKN).

Overigens bleek naderhand dat niet alleen Hallervorden dankbaar gebruik maakte van de Nazi-praktijken. Veel minder bekend is dat ook Hugo Spatz voor zijn wetenschappelijk onderzoek gebruik maakte van de hersenen van slachtoffers met epilepsie die vermoord werden in het kader van het T4-programma, destijds de wetenschappelijke interesse van Spatz. (voetnoot 131). Naar Spatz werd een prestigieuze prijs van de Deutsche Gesellschaft für Neurologie genoemd, waarvan de naam pas in 1998 werd veranderd.

Hallervorden en Spatz waren niet alleen collega’s, maar ook vrienden. Ze moeten van elkaars praktijken geweten hebben. Twee verdorven zielen, één gruwelijke gedachte.

Julius Hallenvorden (Archief Max-Planck-Gesellschaft, Berlin-Dahlem).

Hallervorden en Spatz waren niet de enige neurowetenschappers die onderzoek deden met behulp van de pathologische preparaten van de slachtoffers van het T4-programma en de concentratiekampen. Een lange reeks van prominente maar minder bekende artsen en wetenschappers deden hetzelfde.[17]

Tijdens de oorlog publiceerden artsen de resultaten van dergelijk onderzoek, waarbij de feiten nauwelijks werden verhuld en vaak ‘terminale experimenten’ werden opgenomen, zoals de dodelijke koude onderdompelingsexperimenten die in Dachau werden uitgevoerd onder leiding van de belangrijkste Duitse chirurg, professor E Gohrband. Na de oorlog bleven artsen die voorheen betrokken waren bij het verkrijgen van menselijke specimens en nu in één van beide Duitse staten woonden, talrijke artikelen publiceren waarin van deze specimens gebruik werd gemaakt. Nog in 1985 wordt uit Duitsland afkomstig onderzoek besmet door het gebruik van deze specimens. Pas in 1989 worden deze pathologische preparaten ter aarde gesteld door enkele gerenommeerde Duitse universiteiten en nationale onderzoeksinstituten.

T4 Euthanasieprogramma: de economische aspecten van de “desinfectie” van ziekenhuispatiënten wiens leven als futiel of terminaal worden beschouwd:

De 70.273 patiënten die tot 1 september 1941 in Duitse moordziekenhuizen zijn ‘gedesinfecteerd’ (vermoord), zijn berekend om ‘4.781.339,72 brood, 19.754.325,27 kg aardappelen… een totaal van ‘33.733.003,40 kg van 17 categorieën voedsel, plus 2.124.568 eieren’ vrij te maken. Geprojecteerd over 10 jaar zouden deze besparingen ‘400.244.520 kg van 20 categorieën levensmiddelen bedragen ter waarde van “141.775.573,80 Reichsmark’. Door de patiënten van de ziekenzalen te verwijderen, besparen de ziekenhuiskosten naar schatting ‘245.955,50 Reichsmark per dag, of 88.543.980,00 Reichsmark per jaar.’

De economische arena

Van 1928 tot 1932 daalt het bruto nationaal product van Duitsland met tenminste 25% als gevolg van de grote depressie, een daling die nog wordt verergerd door de betaling van aanzienlijke herstelbetalingen in het kader van het Verdrag van Versailles. De werkloosheid stijgt van driekwart miljoen medio 1928 tot meer dan zes miljoen begin 1932. De belastingafdracht per hoofd van de bevolking daalt met 41% en het gemiddelde jaarlijkse belastbare inkomen van artsen met 34%. In 1933 wordt ongeveer 17% van alle artsen in Duitsland als ‘Joods’ aangemerkt; onder artsen in particuliere praktijken die bevoegd zijn om verzekerde patiënten te behandelen, is er een vergelijkbaar percentage. Grotere steden hebben een hoger percentage Joodse artsen (bijvoorbeeld, 40-50% van alle artsen in Berlijn waren Joods). Om Joods te zijn bepaalt het Deutsches Ärzteblatt dat ‘het volstaat dat één ouder of één grootouder niet-Arisch is’.

Begin maart 1933, enkele weken na de inauguratie van de nieuwe, en nu openlijk antisemitische regering, worden joodse artsen in ziekenhuizen in Berlijn en Breslau (nu Wroclaw) en joodse schoolartsen in Beieren op staande voet ontslagen. In de regio Baden mogen joodse artsen geen verzekerde patiënten meer behandelen, hoewel zij daartoe volgens de wet nog wel in aanmerking komen.

Op 23 maart besluiten de Hartmannbund en de Deutscher Artevereinsbund maatregelen te nemen tegen hun Joodse leden – maatregelen die in het hele land effect sorteren en publiekelijk worden aangekondigd in het Deutsches Ärzteblatt. De al eerdergenoemde Stauder, de hoogste en democratisch gekozen vertegenwoordiger van alle artsen, adviseert verzekeringsmaatschappijen “zo spoedig mogelijk Joodse artsen die in hun programma’s zijn ingeschreven, te vervangen”. Hij dringt er bij zijn Joodse collega’s binnen de beroepsorganisaties op aan onmiddellijk ontslag te nemen uit alle functies die zij bij verkiezing of benoeming bekleden. Op 5 april ontvangt de kanselier Stauder. Een week later zegt het Duitse Ärzteblatt in zijn verslag op de voorpagina over deze gebeurtenis: “De bondskanselier erkent de economische nood en de ontberingen die vaak in de bij de jonge artsen bestaan. Door energieke acties om ras-vreemde elementen te verwijderen, moeten voor deze jonge Duitsers kansen op werk en bestaansruimte worden gecreëerd.”

IJverige artsen overschrijden sterilisatiequota overheid

In het eerste jaar van de Sterilisatiewet ontvingen de Duitse rechtbanken voor genetische gezondheid 84 525 door artsen geïnitieerde aanvragen en kwamen zij tot 64 499 beslissingen, waarvan 56 244 in het voordeel van de arts. “Artsen concurreerden om aan de sterilisatiequota te voldoen; sterilisatieonderzoek en -techniek werd snel een van de grootste medische industrieën. Medische toeleveringsbedrijven verdienden een aanzienlijk bedrag aan het ontwerpen van sterilisatieapparatuur. Studenten geneeskunde schreven ten minste 183 proefschriften waarin de criteria, methoden en gevolgen van sterilisatie werden onderzocht. Binnen twee jaar was tot 1% van de 17-24-jarigen gesteriliseerd (bijvoorbeeld in Thüringen). Binnen vier jaar waren bijna 300.000 patiënten gesteriliseerd, waarvan ten minste de helft vanwege “zwakzinnigheid zoals blijkt uit het niet slagen voor wetenschappelijk opgezette intelligentietests”.

Een Jood of een Collega

Het Deutsches Ärzteblatt meldt op 6 april dat in een daad van zelfzuivering de verwijdering van Joodse collega’s uit raden en commissies van de beroepsorganisaties zonder problemen is verlopen en over het algemeen is voltooid. Voor het eerst wordt meegedeeld dat “Duitsers alleen door Duitsers mogen worden behandeld”.

Gemiddelde jaarinkomens van artsen en advocaten in Duitsland gedurende 1928-39. Ter vergelijking: in 1933 hadden mijnwerkers een gemiddeld belastbaar jaarinkomen van 1404 Reichsmark, dat in 1938 was gestegen tot 1430 Reichsmark. Dat de inkomens van artsen na 30 januari 1933 sneller daalden dan die van advocaten was te wijten aan de agressieve en systematische uitsluiting van Joodse collega’s door de artsenverenigingen, die begon vóór de antisemitische decreten van de regering en een voorbeeld was van de “werkgelegenheidsbevorderende strategie” van Dr. Haedenkamp.

Op 8 april publiceert Haedenkamp een gedetailleerde lijst van de maatregelen tegen Joodse collega’s, die “inmiddels ten uitvoer zijn gelegd”. Hij merkt op dat “wij voorlopig nog gebonden zijn aan de bestaande wet”. Daarom “moet men oppassen” niet alleen Joodse artsen uit te sluiten van de beroepsorganisaties, maar hen “uit te schakelen” uit alle beroepsfuncties in de samenleving. Hij stelt: “In vele delen van het land zijn grote aantallen Joodse artsen voorlopig uitgesloten van de behandeling van verzekerde patiënten.” En: “De nieuwe voorschriften betreffende de toelating tot de particuliere praktijk en de behandeling van verzekerde patiënten vloeien in de eerste plaats voort uit het voornemen om een werkgelegenheidsbevorderende strategie binnen de medische beroepsgroep zelf ten uitvoer te leggen.” Ook de Duitse Vereniging voor Interne Geneeskunde ontzegt op dat moment een van haar meest gerenommeerde leden, professor Leopold Lichtwitz, het voorzitterschap van haar 45ste congres in Wiesbaden, omdat hij “niet-Arisch” is; slechts een jaar eerder had de vereniging hem tot congresvoorzitter gekozen.

Pas op 22 april, vier weken na de eenzijdige actie van de artsenverenigingen, vaardigt de nieuw geïnaugureerde minister van Arbeid het eerste staatsdecreet uit tegen niet-Arische artsen. Zij mogen niet meer deelnemen aan de behandeling van verzekerde patiënten en zouden geen nieuwe vergunningen meer krijgen. De tekst van het decreet, geformuleerd met aanzienlijke hulp van Haedenkamp, hoewel administratief toegewezen aan het ministerie, wordt in verschillende medische tijdschriften aangekondigd. Het openbare commentaar van Haedenkamp luidt als volgt: “De wettelijk bindende vergunningsvoorschriften zijn nu precies geformuleerd met de bedoeling om niet-Arische artsen uit te schakelen.” Het organisatorische toezicht op de uitvoering van de ‘Entjudung’ is opgedragen aan de Hartmannbund-directeur Haedenkamp.

Experiment met onderdompeling in koud water in het concentratiekamp van Dachau onder leiding van Professor Holzldhner (links) en Dr. Rascher (rechts). Het slachtoffer draagt een Luftwaffe-kledingstuk. Let op de drijvende blokken ijs

Op 20 mei worden in het Journal of the American Medical Association vertalingen afgedrukt van de decreten om niet-Arische artsen te degraderen en hun vergunning te ontnemen. Eveneens in mei ondertekenen Lord Rutherford, Lord Rayleigh, Sir William Bragg, professor J.S. Haldane en andere vooraanstaande Britse wetenschappers een oproep om publiekelijk te protesteren tegen het feit dat Duitse universiteiten geleerden en docenten dwingen hun posten op te geven en “op grond van godsdienst, politieke overtuiging of ras niet in staat zijn hun werk in hun eigen land voort te zetten”. Dit protest, dat door de Royal Society wordt gesteund, vermeldt de namen van 164 geleerden, meestal vooraanstaande professoren, die tussen 4 april en 15 mei werden uit hun functie werden gezet. In oktober omvat de lijst meer dan 1000 namen en Lord Rutherford zit een protestbijeenkomst in de Londense Albert Hall voor, die 500.000 dollar opbrengt om de ontslagen geleerden te steunen. Professor Albert Einstein, “die in het Engels sprak, drukte zijn diepe gevoel van dankbaarheid uit… Een historicus die in de toekomst, wanneer Europa politiek en economisch verenigd is, een oordeel uitspreekt, zou kunnen zeggen dat de vrijheid en de eer van dit continent gered zijn door de westerse naties.

Procentuele daling van het aantal praktiserende niet-Arische artsen in de periode 1933-1939 als gevolg van de decertificering en de intrekking van de vergunning door de Duitse regering.

Op 23 juni vaardigt de Duitse minister van Arbeid een decreet uit dat de beroepsactiviteiten van elke niet-Arische arts in de gezondheidszorg streng beperkt, zelfs als een buitengewone vergunning was verleend. Als gevolg van deze reeks decreten daalt het aantal Joodse artsen met een vergunning om verzekerde patiënten te behandelen met 31% (van 5308 tot 3641) in slechts één jaar (fig. 3). De vrijgekomen plaatsen werden bij voorkeur opgevuld door jonge artsen die trouw waren aan de partij. Op 15 juli verschijnt in het Deutsches Ärzteblatt het eerste volledige artikel dat uitsluitend tegen ‘De Jood’ is gericht en vraagt: “Welke maatregelen zijn het meest geschikt om zijn verdere opmars te verhinderen, of om de posities die het zich heeft toegeëigend terug te winnen?” Op 21 juli wordt een overeenkomst aangekondigd tussen de belangrijkste medische vereniging en de verzekeringsindustrie “dat in de toekomst alleen Arische artsen in dienst zullen worden genomen, en dat niet-Arische artsen alleen vergoed zullen worden voor het behandelen van niet-Arische patiënten”.

Menselijk ’proefkonijn’ experiment in concentratiekamp Dachau: Een joodse gevangene in een parachuteharnas wordt blootgesteld aan extreme luchtdruk. bij een experiment om de effecten te testen van het verlaten van een vliegtuig op grote hoogte. Van links naar rechts: (a) convulsieve aanvallen als gevolg van zuurstofgebrek in de lagedrukkamer;

De definitieve afrekening met Joodse artsen

Op 29 juli publiceert het Deutsches Ärzteblatt op de titelpagina het volgende decreet: “Het is verboden: (1) dat artsen van Duitse origine de diensten regelen met artsen van een vreemd ras; (2) dat artsen van Duitse origine patiënten doorverwijzen naar, of zorg aanvaarden voor patiënten van artsen van een vreemd ras; dat artsen van Duitse origine consultaties verrichten voor, of consulten inwinnen van, artsen van een vreemd ras. Bezwaar maken tegen deze voorschriften is uitgesloten.” Een golf van zelfmoorden onder wanhopige Joodse artsen eist enkele van Duitslands leidende arts-wetenschappers, onder wie professor Leo Langstein, “een van de leiders in de moderne kindergeneeskunde, wiens ‘plotselinge dood’ wordt betreurd door het Journal of the American Medical Association.”

 

Figuur 1 Daling van het aantal aan de universiteit ingeschreven studenten geneeskunde en rechten in elk wintersemester na 1932-1933. De daling was gedeeltelijk te wijten aan de absolute uitsluiting van Joodse kandidaten.

In de zomer van 1933 worden joodse artsen door hun collega’s uitgestoten, geïsoleerd van hun patiënten en wettelijk uitgesloten van de samenleving. Deze uitbarsting, bedoeld als “een werkgelegenheid verhogende strategie binnen de medische beroepsgroep zelf, valt samen met een inkomensstijging van 11,3% voor artsen binnen de erop volgende 12 maanden. In 1935 is het gemiddelde belastbare inkomen van artsen met 25% gestegen.

Eind 1933 werd aan het begin van het wintersemester aan de universiteit van Berlijn een mededeling opgehangen betreffende de toelating van niet-Ariërs, die inhield dat ‘allen die niet waren uitgesloten, in hun notulenboek een speciale aantekening zullen vinden betreffende hun toelating tot verdere studie. De niet-Ariërs krijgen een gele identificatiekaart, de Ariërs een grijze… Niet-Arische medische studenten kunnen niet rekenen op een vergunning om de geneeskunde uit te oefenen.’ Figuur 1 toont de daling van het aantal studenten geneeskunde en rechten in elk wintersemester na de inauguratie van de nieuwe regering.

In 1933 worden naar schatting 9000 artsen in Duitsland als niet-Arisch aangemerkt. Tegen 1938 zullen er van deze “mozaïek behandelaars van zieken”, zoals ze dan officieel genoemd worden, nog maar 285 over zijn, en zij mogen alleen nog Joden behandelen. Men schat dat van alle niet-arische Duitse collega’s die in januari 1933 praktiseerden, minstens 5% zal omkomen door zelfmoord, minstens 25% zal worden vermoord, en degenen die overbleven overleven door te vluchten naar landen op vrijwel elk continent op aarde. In de zomer van 1996 zijn minder dan twee van elke 1000 Duitse artsen Joods. Wat de medische wereld betreft, is het beleid van de nazi’s effectief; Duitsland [is] praktisch ‘Judenrein.’

Discussie

Deze drie reeksen documenten, gebaseerd op vooraanstaande Duitse medische tijdschriften en gepubliceerd van eind 1932 tot eind 1933, werden samengesteld om opvattingen en bedoelingen binnen de medische gemeenschap aan te geven en te zinspelen op de daaropvolgende gebeurtenissen. Op grond van de bevindingen kan degelijk worden onderbouwd dat de medische misdaden tegen de menselijkheid van de Duitse artsen zoals die tijdens het Doctor’s proces in Neurenberg werden gepresenteerd, het resultaat waren van veranderingen in de Duitse geneeskunde die zich niet geleidelijk over meerdere jaren ontwikkelden, maar zich grotendeels voltrokken binnen een duidelijk af te grenzen korte periode van begin tot midden 1933. Veranderingen die vandaag de dag worden gezien als de oorzaak van de morele en ethische teloorgang van de Duitse medische gemeenschap, werden in die tijd enthousiast toegejuicht door het overgrote deel van die hoogopgeleide biomedische en wetenschappelijke elite. Zij vloeiden voort uit de actieve en doelbewuste bijdragen van haar nationaal en internationaal vermaarde vertegenwoordigers, zoals bijvoorbeeld Dr Haedenkamp’s “Het dienen van deze Staat moet het enige doel van de medische professie zijn” en Professor Planck’s “De Kaiser-Wilhelm-Vereeniging ter bevordering van de wetenschappen is bereid om het Reich systematisch te dienen”. De veranderingen resulteerden verder in onmiddellijke economische voordelen voor artsen, inkomensstijgingen die aanzienlijk hoger lagen dan die van zowel de advocatuur als de bevolking in het algemeen.

De hier gepresenteerde documentatie suggereert dat deze transformatie van de Duitse geneeskunde niet adequaat kan worden beschreven met de metafoor van ‘hellend vlak’ of ‘plotselinge ondermijning’. Het bewijs voor een ‘sneeuwbaleffect’ waar het gaat om de betrokkenheid van artsen in 1933 ‘die klein was begonnen en geleidelijk toenam’ is op zijn best schaars. Alle vrijwillige beslissingen van de gemeenschap, zoals hier gedocumenteerd, waren bedoeld om de gebeurtenissen te versnellen; tot op het punt van het met instemming onderwerpen aan het de nationaalsocialisten, waarbij ze de eugenetische bedoelingen van de Nazi’s overtroffen, en zelfs Hitlers antisemitische plannen versneld uitvoerden, soms nog voordat officiële wet- en regelgeving werd ingesteld.

Afzonderlijk of in combinatie beschouwd, ondersteunen de documenten niet de hypothese dat de Duitse geneeskunde onteerd werd in slechts een eerste daad van verkrachting door ‘op zijn best 400’ Nazi’s. Evenmin ondersteunen zij het concept van een plotselinge ondermijning, later gevolgd door ontelbare andere wreedheden. Alle prominenten van de beroepsgroep, haar verenigingen en de biomedische gemeenschap in het algemeen handelden van meet af aan rationeel, en allen leken hiertoe ten volle bereid te zijn. De verklaringen, programma’s en acties in deze documenten vertellen niet het verhaal van artsen die tegen hun wil werden meegesleept in handelingen die zij niet wilden verrichten, of van artsen die een pad opgingen dat ze niet wilden begaan. Dit essay kan slechts de feiten weergeven, met een suggestie naar de onderliggende oorzaken. Het is aan de historici om te analyseren hoe diep en ver de wortels ervan reiken.

De annalen van de morele en ethische teloorgang van de Duitse geneeskunde staan vol met de namen van internationaal vermaarde wetenschappers als de professoren Planck, Rüdin en Hallervorden en clinici als de aan Harvard opgeleide professor Georg Schaltenbrand, die neuro-immunologische experimenten uitvoerde op onwetende proefpersonen; niet in een concentratiekamp, maar aan de Julius Maximilian Universiteit van Würzburg. Het beeld van nazi-moordenaars en SS-kwakzalvers die zich bezighouden met dodelijke experimenten in de beslotenheid van vernietigingskampen wordt algemeen beschouwd als het toonbeeld van het soort artsen dat in Neurenberg terecht staat. Maar dat is een vals beeld; een stereotype dat is opgebouwd uit onvolledige gegevens. De directe betrokkenheid van mensen die de hoogste professionele normen vertegenwoordigden, de internationale connecties en de financiële steun die de Duitse geneeskunde en wetenschap in die tijd hadden verworven, maken de snelheid en de omvang van de verandering in de zomer van 1933 des te opmerkelijker.

De les van de convergentie

De nieuwe regering nam onmiddellijk wettelijke maatregelen die de hele biomedische gemeenschap troffen. Zij hield bijvoorbeeld op met de handhaving van de buitengewoon geavanceerde wetgeving van de Weimar Republiek inzake experimenten op de mens, terwijl zij tegelijkertijd een zeer strenge en onderzoeksbeperkende wet inzake de bescherming van wetenschappelijk onderzoek met dieren ten uitvoer legde.

Belangrijker dan deze maatregelen was echter de convergentie van anderszins gescheiden krachten die reeds bestonden in de Duitse samenleving en haar medische gemeenschap. Documentenset 1 bewijst de samensmelting van de politiek met de belangen van de overheid. Documentenset 2 laat zien dat geneeskunde en wetenschap een eenheid vormden met door de staat afgekondigde doelen, hier het toegepaste middel van werden, en zelfs de beulen van de Staat werden. Document 3 illustreert de coalitie die gesmeed werd tussen de economische belangen van de beroepsgroepen en een heersende doctrine van antisemitisme.

In deze interpretatie weerspiegelen de activiteiten van personen als Stauder, Rüdin, Planck en Haedenkamp aspecten van de convergentie van voorheen gescheiden politieke, wetenschappelijke en economische krachten in één impuls die de relatie tussen de biomedische gemeenschap en de overheid ingrijpend veranderde. Met de vorming van deze door convergentie gedreven impuls doet zich een overgang voor, die zo snel en ingrijpend is dat men zich moet losmaken van het idee van geleidelijke en voortdurende ontwikkeling. Er is een abrupte overgang van de ene toestand naar de andere. In plaats van een gestage verandering is er een plotseling veranderde toestand; in plaats van een reeks van intermitterende toestanden is er een sprongsgewijze overgang. Deze waarnemingen zijn alle kwalitatieve descriptoren van een snelle omwenteling.

Een soortgelijk patroon – het samenvloeien van voorheen afzonderlijke politieke, wetenschappelijke en economische krachten in één impuls, die de verhouding tussen artsen en overheid ingrijpend verandert – vindt men ook terug in twee grootschalige studies die als onethisch zijn bestempeld en onder zeer verschillende omstandigheden zijn uitgevoerd, namelijk de ‘Tuskegee syfilisstudie’ en de ‘stralingsexperimenten’ met mensen. Hoewel beide werden gesponsord door de regering van de Verenigde Staten, is men het er algemeen over eens dat de regering nadien in beide gevallen een uitvoerig en correct onderzoek heeft uitgevoerd. De ‘subtiele accentverschuiving in de houding van de artsen dat men grondig onderzoek moet doen’ in deze gevallen, zoals in het Duitse, schetst een benadering die de neiging heeft de maatschappelijke context waarin de geneeskunde plaatsvindt buiten beschouwing te laten.

Van 1932 tot 1972 volgde de door de staat geleide Tuskegee-studie 399 onwetende zwarten in Macon County, Alabama, waarbij ijverig de spontane ontwikkeling van opzettelijk onbehandelde syfilis en de dodelijke gevolgen ervan werden geregistreerd. De door de staat geleide nucleaire experimenten op onwetende mannen en vrouwen, soms zwanger, werden uitgevoerd in instellingen in de gehele Verenigde Staten; ze omvatten onder andere het inspuiten en inslikken van radio-isotopen; en werden in een intern memorandum geclassificeerd als ‘een beetje zoals in Buchenwald’. De nazi-experimenten hadden vrijwel geen effect op hen, omdat Amerikaanse functionarissen de Duitse studies meestal afdeden als geïsoleerde daden van gestoorde wetenschappers: pure waanzin die zich nooit meer zou herhalen. Maar de notie “dass sich die Dinge nicht wiederholen” bereidt juist de weg voor een afgrijselijke herhaling van de geschiedenis.

De contextuele analyse van de gebeurtenissen tijdens de zomer van 1933 in Duitsland kan niet alleen het inzicht in het verleden verbeteren, maar kan ook helpen het heden en de nabije toekomst te beoordelen. De ontwikkelingen in de geneeskunde en de maatschappij in het afgelopen decennium, met name in Noord-Amerika en Europa, kunnen een nieuwe samenloop geven van voorheen gescheiden politieke, wetenschappelijke en economische krachten. Biomedische vooruitgang, fiscale beperkingen, wettelijke besluiten en overheidsvoorschriften dringen steeds meer door in de praktijk van, en het onderwijs in de geneeskunde. Deze krachten zijn misschien niet zo demonisch als die in Duitsland in de zomer van 1933, maar alleen door hun volgende mogelijke samenkomst met grote voorzichtigheid te benaderen, kunnen we een volgende onmenselijke catastrofe voorkomen.

Naschrift

Ik heb bovenstaande artikel uit de British Medical Journal naar mijn beste weten vertaald omdat ik het erg belangrijk vind om te laten zien wat er in het cruciale jaar 1933 in Duitsland is gebeurd, ook voor die mensen die de Engelse taal minder goed machtig zijn. Ik heb me zo goed mogelijk aan de tekst uit dit artikel gehouden en zo nodig aanvullende informatie gezocht die het hier geschrevene kon bevestigen.[18] [19]

De conclusie van het artikel is verontrustend, zo niet alarmerend. Het laat zien dat als economische, politieke en biomedische krachten samensmelten en hetzelfde momentum krijgen, er de mogelijkheid bestaat dat zich opnieuw een grote humane catastrofe voordoet. Dát er op dit moment sprake is van een dergelijk samensmelten van economische, biomedische en politieke krachten kan mijns inziens nauwelijks ontkend worden.

Natuurlijk is de situatie bij de geboorte van de nationaalsocialistische Staat in 1933 niet een-op-een vergelijkbaar met de huidige crisis zoals we die in het afgelopen jaar – tot mijn grote ontsteltenis – hebben zien ontstaan met betrekking tot de pandemie van het SARS-CoV-2-virus. In 1933 en in de jaren erna werden steeds meer bevolkingsgroepen aangewezen die ‘genetisch inferieur’ zouden zijn, niet alleen de Joodse medemens, maar zoals bekend mag worden verondersteld ook de Roma, de Sinti en vele andere etnische minderheden, en verder de geestelijk en lichamelijk gehandicapte mensen. Het besproken artikel uit de BMJ laat heel goed zien hoe gelijkgerichte politieke, economische en wetenschappelijke krachten ertoe leidden dat de anti-Joodse sentimenten versmolten met de leer van de Eugenetica en verder met de deplorabele economische toestand waarin Duitsland verkeerde. Deze situatie leidde tot een sociaal-maatschappelijk, economisch en medisch-wetenschappelijk volledig geaccepteerd ideologisch gedachtegoed, waarbij er geen morele en ethische vragen hoefden te worden gesteld. Het belang van de Staat was richtinggevend. Het uiteindelijke resultaat van deze samensmelting van deze maatschappelijke krachten was een allesvernietigende, martelende en moordende machine, geïnitieerd door de medische en wetenschappelijke beroepsgroepen, wettelijk mogelijk gemaakt en krachtig ondersteund door het nationaalsocialistische regime, en wederom uitgevoerd door de biomedische en wetenschappelijke elite, die daarbij vrijwel geen strobreed in de weg werd gelegd en niet zelden toegejuicht werd door de juridische en filosofische intelligentsia. Dát is waar een dergelijke situatie toe kan leiden, vooral als men uitgaat van het principe: “Die Apokalyptische Ansicht der Welt ist eigentlich die, daß sich die Dinge nicht wiederholen”. Het artikel laat indringend zien dat de medische wereld en de wetenschap niet onafhankelijk opereren van politieke en economische invloeden, en zeker niet ongevoelig zijn voor financieel gewin, ook niet als hiervoor grote groepen mensen geslachtofferd moeten worden.

Het ras waartoe men behoort kan men echter niet kiezen, in tegenstelling tot het ondergaan van een vaccinatie. Het zich al of niet laten vaccineren behoort voor eenieder te allen tijde een volledig vrije keus te zijn, en dat is het op dit moment al niet meer. Mensen, zeker werknemers in de medische wereld, durven zich niet meer openlijk uit te spreken tegen de vaccinatie en durven deze ook niet te weigeren, onder druk van de politiek, de academische elite, vele medici en niet in de laatste plaats de werkgevers. Dat is de eerste parallel met de situatie in 1933. De vrije keus voor of tegen een vaccin is verdwenen, net zoals de keus in het nationaalsocialistische Duitsland om gesteriliseerd of vermoord te worden er niet was. Alleen de gevolgen van het ontbreken van de keuzemogelijkheid is anders, maar het principe is hetzelfde, zeker als wordt besloten tot een directe of indirecte vaccinatieplicht.

Verder was in de jaren 1933 de eugenetica een officiële wetenschappelijke leer die op vele Amerikaanse, Engelse en Duitse universiteiten werd onderwezen, en ook in landen buiten Duitsland op weerzinwekkende manier door vele medici in praktijk werd gebracht. En dit onder het goedkeurend oog van de politiek en met volle instemming van academici, waaronder vele rechtsgeleerden en filosofen, iets waarvan maar weinig politici, artsen en academici zich in deze tijd nog bewust lijken te zijn. Ook in de Verenigde Staten werd in de jaren ’20 een wet ingevoerd met een min of meer gelijke strekking als de Duitse Sterilisatiewet; ‘The Law for the Prevention of Genetically Diseased Offspring”, met als gevolg dat jaarlijks zo’n 50.000 mensen tegen hun wil in de VS werden gesteriliseerd. En dat alles om de bevolking genetisch gezond de houden, al ging het ten koste van de minderbegaafde mensen – en vooral ook door het lot minderbedeelde mensen waar het de sociale omstandigheden en het onderwijs betrof – en verder ging het ten koste van vele psychiatrische patiënten en raciale ‘ongewenste elementen’, die in Duitsland letterlijk met hun leven betaalden voor de ‘genetische gezondheid’ van het Duitse Volk. ‘For the Greater Good of the Nation.’

En dat is precies de analogie met wat enerzijds de Staat, en anderzijds rechtsgeleerden, ethici en filosofen in het afgelopen maanden predikten over het vaccin tegen het SARS-CoV-2 virus, dat zij poneren als ultieme en enig mogelijke redding van het Volk en als bitter noodzakelijk om het Volk gezond te houden, in een opzichtige en misselijkmakende poging om een heel volk te overtuigen zich te laten vaccineren. En wel tegen een virus dat voor het overgrote deel van diezelfde bevolking bij een besmetting met het SARS-CoV-2 virus geen ernstiger beloop kent dan het doormaken van influenza: “Je doet het voor een ander, niet voor jezelf”. Jawel, ‘For the Greater Good of the Nation.’

Het is weerzinwekkende en bovendien onjuiste propaganda, omdat een goed vaccin allereerst en bovenal de ontvanger beschermd, en bij een optimale werking van een vaccin ook de verdere verspreiding van het virus bij de gevaccineerde persoon stopt, waardoor deze niets meer te vrezen heeft van iemand die niet-gevaccineerd is, zoals dit bij vrijwel alle vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma het geval is. Feit is echter dat we van de vaccins tegen SARS-CoV-2 helemaal niet weten of de transmissie stopt bij de ontvanger van het vaccin. Bovendien is de kans op het doormaken van ernstige ziekte of de kans om te overlijden aan COVID19 in de leeftijdsgroep van mensen tot ongeveer 60 jaar zonder onderliggende aandoeningen zo klein dat een vaccin aan deze prognose niet of nauwelijks iets kan verbeteren. Toch wordt het belang van het individu opgeofferd aan het vermeende belang van het Volk, hoewel het in dit geval uitermate twijfelachtig is of het Volk hiermee überhaupt wel gediend is. Dat is de tweede parallel met de situatie in het nationaalsocialistische Duitsland van 1933.

Het succes dat we hebben bereikt met vaccins tegen dodelijke en mutilerende infectieziekten zoals pokken, polio en mazelen heeft ertoe geleid dat er in de bevolking en ook bij vele artsen en academici de misvatting bestaat dat vaccins enkel en alleen ten goede kunnen komen aan de bevolking, en dat er eenvoudigweg geen gevaarlijke situaties kunnen ontstaan bij massale vaccinatie van een groot deel van de bevolking met een experimenteel vaccin. Dit terwijl een vaccinatiestrategie ter bescherming van de meest kwetsbare groepen, met het hoogste risico om ernstig ziek te worden of te overlijden, een vele malen effectievere, ethisch en moreel beter te verdedigen strategie is, en bovendien ook goedkoper is en een sneller te implementeren aanpak, mits het om een bewezen veilig en werkzaam vaccin gaat. Dat laatste is tot op de dag van vandaag echter nog maar de vraag. Het gaat om een nieuwe techniek van vaccinatie, op basis waarvan nog geen enkel vaccin volgens de normale registratieprocedure is toegelaten tot de markt, en vaccinatie met de op deze techniek gebaseerde vaccins nog nooit op zo’n massale schaal werd toegepast. Verder hebben de ontwikkeling van vaccins tegen het RS-virus en het Denque virus laten zien dat het symfonieorkest van het immuunsysteem zich bijzonder agressief tegen de bezitter kan keren. En ook met het polio-vaccin hebben zich in het verleden kleine rampen voorgedaan, iets dat zich blijkbaar ook maar bij weinige medici in het geheugen heeft genesteld. Alleen al om de reden dat er in het onderzoek naar het Pfizer/BioNTech en het Moderna vaccin gezamelijk naar schatting in totaal niet meer dan ongeveer 350 mensen in aanraking kwamen met SARS-CoV-2 nadat ze gevaccineerd werden, is het de vraag of deze vaccins op de langere termijn voldoende werkzaam en vooral voldoende veilig zijn nog lang niet adequaat beantwoordt.

De derde parallel met de geboorte van de nationaalsocialistische staat is het economisch belang dat de producenten van de vaccins hebben, als machtige en commercieel gedreven biomedische bolwerken. Voor de vaccinproducenten is een vaccin dat in theorie aan de hele wereldbevolking zou moeten worden toegediend, niet minder dan de ultieme natte droom, zeker als blijkt dat de vaccinatie jaarlijks herhaald moet worden. Dit commerciële belang van de vaccin-producenten loopt parallel met het politieke belang, aangezien het vaccineren van de hele bevolking als resultaat zou moeten hebben dat de druk op onze gezondheidszorg afneemt. Het is een bijzonder welkome uitweg voor diezelfde politici die in de afgelopen jaren steeds opnieuw bezuinigd hebben op gezondheidszorg, en consequent het aantal ziekenhuisbedden en IC-bedden verminderden, waarbij in de afgelopen jaren meerdere kleinere intensive care’s werden gesloten, ondanks herhaalde waarschuwingen dat dit bij een uitbraak van een pandemie tot grote problemen zou lijden. Iets waar deze politici nu liever niet meer aan herinnerd worden. Met enige cynisme kan men zeggen dat deze regering dit vaccin heel hard nodig heeft om haar door economische motieven ingegeven overheidsbeleid van steeds weer bezuinigen op de gezondheidszorg van de afgelopen jaren te maskeren. Ook daarom zijn sommige politici van mening dat het individuele belang opgeofferd moet worden voor de belangen van de vaccin-producenten en de politiek. Wij als artsen behoren echter altijd enkel en alleen het belang van de individuele patiënt te behartigen en niet, maar dan ook nooit de politieke belangen van de Staat te dienen, of de financiële belangen van de vaccin-producenten, zoals de Duitse artsen destijds besloten dat het belang van de nationaalsocialistische staat groter was het belang van de individuele patiënt. Maar mensen, en ook artsen leren blijkbaar weinig van de geschiedenis.

“Yet, the power of the white-coat demands, if we are to fulfil our obligations of trust, that we do not serve the state (and its economic interests), nor the patient’s family (however compassionate our motivations), nor any other “just cause” or goal, including our own”.

“Toch, de macht van de witte jas vereist, als we aan onze verplichting van vertrouwen willen voldoen, dat we noch de staat dienen (of zijn economische belangen), noch de familie van patiënt (ongeacht de compassie van onze motivaties), noch welke ander doel of ‘nobel hoger streven’ dan ook, inclusief die van ons zelf.”

De vierde parallel is dat net als in 1933 eenieder die zich tegen dit door overheid en vermeende experts uitgedragen officiële beleid verzet of hierover kritische vragen stelt, als gevaarlijk, (rechts-)extremistisch, opruiend, ondermijnend en zelfs psychiatrisch ziek wordt weggezet, of aangeduid wordt als sociopaat of psychopaat, zoals ik ook zelf tot mijn verbijstering heb ondervonden. Het is exact de strategie die de nationaalsocialisten in 1933 bijzonder succesvol hanteerden om hun tegenstanders het zwijgen op te leggen, desnoods met geweld: Zoals in het afgelopen jaar BOA’s, politie en Mobiele Eenheid demonstraties tegen dit door God, rede en wetenschap verlaten overheidsbeleid uiteenslaan, over tuinschuttingen klimmen en huizen binnendringen om mensen in hun eigen huis te intimideren over futiliteiten als het niet dragen van een mondmasker, het controleren of er niet teveel bezoek in huis is of over het geen afstand houden in de buitenlucht, daar waar de kans op besmetting sowieso minimaal of helemaal niet aanwezig is. Ik hoor van een 82-jarige patiënte met een ernstige COPD, een fragiele dame die echt geen mondmasker kan dragen omdat ze zonder mondmasker al Spaans benauwd is, afhankelijk is van haar rollator en openbaar vervoer, dat ze zonder pardon door twee BOA’s uit de metro wordt gezet, en zich op eigen kosten met een taxi naar huis moet laten brengen, iets dat haar karige AOW-inkomen nog verder onder druk zet. Ik zie op social media een man van 72 aan zijn benen een supermarkt uitgesleurd worden omdat hij geen masker kan of wil dragen. Ik zie een jongen van een jaar of 16 door een bewaker bewusteloos met een wurggreep naar buiten gesleept worden en daar als oud vul op de stoep wordt gesmeten, enkel en alleen omdat hij geen mondkapje droeg. Ik zie op een, met een mobiele telefoon opgenomen, filmpje hoe een Oostenrijkse vrouw die zonder mondmasker op de tram wil stappen zonder meer door een medepassagier letterlijk de tram wordt uitgeschopt. In het restaurant van het hotel waar ik verbleef, kwamen om 20:15 BOA’s binnen om te controleren of er nog alcohol in de glazen op de tafels stond, ook al ging het om drankjes als Radler, met 1% alcohol. Dát is zoals een fascistische staat ontstaat, en ook hier heeft de omwenteling in korte tijd plaatsgevonden. Is dit het beroemde ‘gedragsexperiment’ waar Rutte c.s. op doelen? Gaat straks hetzelfde gebeuren als mensen een ‘vaccinpaspoort’ krijgen zoals een deel van onze politici, academici en artsen blijkbaar willen?

Bossen, parken en stranden worden in blinde paniek afgesloten door burgemeesters, ondemocratische bestuurders zonder de minste kennis of kunde, terwijl het bijzonder onwaarschijnlijk is dat op die plekken zelfs maar de minste kans op overdracht van SARS-CoV-2 is. Vele ouderen die het in hun hoofd halen op eigen initiatief het verzorgingshuis te verlaten voor een verfrissende wandeling worden tegen hun wil in quarantaine geplaatst en opgesloten op hun kamers, om te voorkomen dat ze overlijden, maar nog net genoeg tijd krijgen om geestelijk en lichamelijk weg te kwijnen, feitelijk geplaatst in ‘preventieve gevangenschap’. Niet zelden zonder dat ze het gevraagd wordt, worden ze bij herhaling getest op SARS-CoV-2s, en anders ‘voor hun eigen bestwil’ op hun kamer opgesloten. ‘For the Greater Good of the Nation’. Om het Nederlands Volk gezond te houden. Tot het de door de regering, vele artsen en academici het door hen zo vurig gewenste vaccin ons komt verlossen, als ware het de opening van het tweede front met de landing op Normandië.

In rap tempo worden nu onze meest basale rechten afgenomen, werd de grondwet door een spoedwet opzijgeschoven, enkel en alleen vanwege een ‘search & destroy’ strategie ter bestrijding van een relatief onschuldig virus, dat zich tot nu toe op geen enkele manier heeft laten beteugelen door volstrekt belachelijke, achterhaalde, zo niet middeleeuwse maatregelen als een anderhalve meter-maatschappij, mondmaskers of lockdowns. En welk programma ik ook kijk, de politieke, academische en medische elite knikt instemmend, keurt het allemaal goed en zegt, tegen alle beschikbare wetenschappelijke kennis in, dat het niet anders kan en dat dit de beste manier is om dit virus te bestrijden. Vol enthousiasme en in volle overtuiging: “For the greater good of the Nation.”

Zoals ik hier nogmaals benadruk, het uitrollen van een mRNA-vaccin, of het nu van Pfizer/BioNTech of Moderna is, is niets anders dan een massaal vaccin-experiment dat rechtstreeks onder de Code van Neurenberg valt, zo niet wettelijk, dan toch op zijn minst moreel en ethisch. Er dient dan ook aan twee voorwaarden te worden voldaan, en wel als eerste de absolute eis tot een eerlijke en volledige ‘informed consent’, waarin aan de potentiële ontvanger wordt verteld wat we wél, maar toch ook vooral wat we (nog) niét weten, en ten tweede een absolute eis tot vrijwillige deelname aan dit experiment, zonder enige druk van politiek, medici, academische elite of werkgevers. Waar het de informed consent betreft, blijft de Nederlandse Staat ernstig in gebreke, en verlenen vele medici en academici in stilzwijgende goedkeuring hun medewerking aan dit grootste vaccin-experiment ooit en verzaken hun plicht tot informed consent, terwijl wij als artsen ten alle tijd het individuele belang van de individu in acht moeten nemen, in plaats van het vermeende theoretische belang van het volk. Men dient te allen tijde voor ieder individu de nog onbekende en potentieel ernstige risico’s af te wegen tegen de vermeende voordelen, zeker bij een infectieziekte die voor een 85-jarige een ongeveer 10.000 hogere kans geeft om te overlijden dan een 16-jarige. Die vermeende voordelen zijn er voor kinderen niet en de voordelen voor volwassen tot 55 zijn relatief klein Over de mogelijke en potentieel ernstige risico’s is nog nagenoeg niets bekend.

Waar het de vrijwillige deelname aan dit massale vaccin-experiment betreft is een vaccinatieplicht, direct of indirect, moreel en ethisch absoluut onaanvaardbaar. Dit des te meer, omdat per definitie niet kan worden voldaan aan een derde voorwaarde, zoals geformuleerd in de Code van Neurenberg, namelijk het recht om het experiment te beëindigen op elk willekeurig moment dat de deelnemer daartoe besluit. Als een vaccin eenmaal is toegediend en tot onacceptabele bijwerkingen blijkt te leiden, kan dit niet meer ongedaan worden gemaakt. Wie eenmaal besloten heeft om deel te nemen aan dit experiment, kán niet meer besluiten om deelname aan het experiment te beëindigen en moet er maar het beste van hopen.

Ik besluit met de stelling dat als de geschiedenis ons één ding heeft willen leren, het wel het volgende is: dat de gebeurtenissen in 1933 en in de jaren erna ons hebben laten zien dat ethische en morele aspecten over een te voeren beleid, ook waar het nu dit massale vaccinatie-experiment betreft, niet als vanzelfsprekend overgelaten kunnen worden aan wetenschappers, rechtsgeleerden en artsen, en al helemaal niet aan commercieel ingestelde biomedische bedrijven, aangezien een dergelijk te geven oordeel bij hen absoluut niet veilig is.[20] Het openlijk pleiten voor een directe of indirecte vaccinatiedwang door academici als Roland Pierik, Marcel Verweij, Brigit Toebes, Gert van Dijk en Martin Buijsen, is hiervan een goed voorbeeld. Het is een moreel en ethisch verwerpelijk standpunt omdat het, op wat voor manier dan ook, onderscheid maken tussen verschillende groepen mensen, of het nu op basis is van geloof, huidskleur, ras of vaccinatiestatus, niet zelden het begin is van discriminatie, regelmatig gevolgd door het beperken van rechten van burgers, zoals nu al openlijk door deze academici als rechtvaardig wordt beleden, waarna uitstoting uit het sociaal-maatschappelijke leven de volgende logische volgende stap is. Verder dan dat wil en kan ik niet denken, maar de geschiedenis heeft ons meerdere malen geprobeerd te lezen dat de gevolgen nog veel afgrijselijker kunnen zijn.

Directe of indirecte vaccinatiedwang: Het mag niet. Het mag nooit.

 

 

[1] Conditional Marketing Authorisation. European Medicines Agency. https://www.ema.europa.eu/en/human-regulatory/marketing-authorisation/conditional-marketing-authorisation
[2] EMA receives application for conditional marketing authorisation of Moderna COVID-19 vaccine. European Medicines Agency. News, 1 December 2020. https://www.ema.europa.eu/en/news/ema-receives-application-conditional-marketing-authorisation-moderna-covid-19-vaccine
[3] Levin, A.T., Hanage, W.P., Owusu-Boaitey, N. et al. Assessing the age specificity of infection fatality rates for COVID-19: systematic review, meta-analysis, and public policy implications. Eur J Epidemiol 35, 1123–1138 (2020).
[4] Piroth L, Cottenet J, Mariet AS, et al. Comparison of the characteristics, morbidity, and mortality of COVID-19 and seasonal influenza: a nationwide, population-based retrospective cohort study. The Lancet Respiratory Medicine. 2021;9(3):251-259.
[5] Peiris M, Leung GM. What can we expect from first-generation COVID-19 vaccines? The Lancet. 2020;396(10261):1467-1469
[6] Effectiviteit van influenzavaccinatie in Nederland. Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:D1648
[7] COVID-19 vaccines: development, evaluation, approval and monitoring. European Medicines Agency.
[8] Safety and Efficacy of the BNT162b2 mRNA Covid-19 Vaccine. N Engl J Med 2020; 383:2603-2615
[9] Covid-19 Vaccine Protocols Reveal That Trials Are Designed To Succeed. William A Haseltine, Forbes Healthcare, 23 September 2020.
[10] Covid-19: Should vaccine trials be unblinded? BMJ 2020;371:m4956
[11] “The Goal of Human Existence” Albert Einstein, 1943 Source: Broadcast on behalf of the United Jewish Appeal, November 4, 1943
[12] Fifty Years Later: The Significance of the Nuremberg Code. N Engl J Med 1997; 337:1436-1440
[13] Not a slippery slope or sudden subversion: German Medicine and national socialism in 1993. BMJ 1996 Dec 7; 313(7070): 1453–1463.
[14] Ludwig Wittgenstein, vermischte Bemerkungen, Frankfurt 1977: 107.
[15] Zeidman LA, Pandey DK. Declining use of the Hallervorden-Spatz disease eponym in the last two decades. J Child Neurol. 2012 Oct;27(10):1310-5.
[16] Voges L, Kupsch A. Renaming of Hallervorden-Spatz disease: the second man behind the name of the disease. J Neural Transm (Vienna). 2021 Nov;128(11):1635-1640.
[17] Zeidman LA. Neuroscience in Nazi Europe part I: eugenics, human experimentation, and mass murder. Can J Neurol Sci. 2011 Sep;38(5):696-703.
[18] Why Did So Many Doctors Become Nazis? Ashley K. Fernandes. Tablet Magazine, December 10, 2020.
[19] NS-Verfolgung von Ärzten: Aufarbeitung der Schicksale. Österreichische Arztezeitung, Januar 25, 2016
[20] The issues raised by the Nuremberg trials are as relevant to medicine in 1996 (and 2020) as in 1946. Richard Smith, editor of BMJ tot 2004, Richard Smith’s non-medical blogs.
https://richardswsmith.wordpress.com/2020/11/20/the-issues-raised-by-the-nuremberg-trials-are-as-relevant-to-medicine-in-1996-and-2020-as-in-1946/

 

Inzoomen
Kleur & Contrast