Vraag het Marion (2)

“Er is niets in de geschiedenis zo fragiel gebleken als de waarheid”

Jan B. Hommel

 

“Truth is stranger dan fiction, but it is because fiction is obliged to stick to possibilities: truth isn’t.”

Mark Twain. 

 

Ik eindigde mijn vorige blog ‘Vraag het Marion – 1’ met het artikel van Alina Chan.[1] Dit artikel werd op 2 mei 2020 gepubliceerd als pre-print, hoewel ik het zelf pas later onder ogen kreeg, omdat ik de mogelijkheid dat het SARS-CoV-2 virus uit het Wuhan Institute of Virology (WIV) ontsnapt zou kunnen zijn voor onwaarschijnlijk hield. Hoe naïef kan een mens zijn?

Hier pik ik de draad weer op.

Mistig Wuhan

Nadat Alina Chan en haar supervisor zich in de eigenschappen van SARS-CoV-2 had verdiept, was het eerste aspect dat haar opviel, de opmerkelijke genetische stabiliteit van het virus in de eerste fase van de pandemie. Als een virus overspringt naar een nieuwe gastheer ondergaat het relatief snel een aantal veranderingen in de genetische code – het RNA – om zich op die manier optimaal aan te passen aan de nieuwe gastheer. Chan analyseerde de veranderingen in het virale RNA van het SARS-virus, kort nadat het virus oversprong van de civetkat naar de mens. In deze analyse waren de snelle veranderingen in het RNA duidelijk terug te vinden. Deze ontwikkeling ontbrak bij SARS-CoV-2 kort na de uitbraak. De (ontbrekende) genetische evolutie in het RNA van SARS-CoV-2 in de eerste maanden na de uitbraak kwam niet overeen met de genetische evolutie van het SARS in de eerste maanden na de uitbraak in 2002. Die veranderingen kwamen wél overeen met de latere fase van de genetische evolutie van het SARS. De voorzichtige conclusie van Alina Chan was dan ook dat SARS-CoV-2 ten tijde van de uitbraak in Wuhan al opvallend goed aangepast was aan zijn nieuwe gastheer, de mens.10

Een mogelijke verklaring die Alina Chan zelf gaf voor het ontbreken van de genetische evolutie van SARS-CoV-2 in de beginfase van de uitbraak, zou kunnen zijn dat een ‘superspreader’ veel mensen tegelijkertijd zou hebben besmet. In dat geval zou men echter ook andere mensen, of een tussengastheer, met minder goed geadapteerde varianten van het virus moeten kunnen identificeren, zoals dat ook bij SARS het geval was. Bij de laatste werden varianten van het SARS-virus met een genetische opmaak gevonden die minder goed aan de nieuwe gastheer waren aangepast, zowel bij de mens als ook bij de civetkat. Bij SARS-CoV-2 is die tussengastheer tot op de dag van vandaag echter niet gevonden.

Over de pangolin, de hofnar en de Koningin

De adepten van de zoönose theorie zijn van mening dat die tussengastheer er mòet zijn, maar dat het tijd kost om die te vinden. Dat zou dan een pangolin moeten zijn, een schubachtig diertje dat mieren eet, en veel voorkomt in China. Dit diertje krijgt nu de schuld van de pandemie van COVID-19, terwijl het arme beestje zich van geen kwaad bewust was. Het is dan ook op de vlucht geslagen en is nog steeds voortvluchtig. Kwade tongen beweren dat hij en zijn familie stiekem meegevlogen zijn met de retourvlucht van Hare Virologische Koninklijke Hoogheid Marion Koopmans, bij de terugkeer van haar uitstapje naar Wuhan. De wetenschappelijke hypothese is dat hij in de rugzak van Marion gekropen moet zijn, en dat kon ook goed, omdat die nog grotendeels leeg was. Op de markt in Wuhan waren er namelijk geen snuisterijen meer te koop. Er was zelfs helemaal niets meer te koop, zelfs geen frikadel. Diezelfde kwade tongen beweren ook dat het pangolientje zich samen met zijn familie nu ophoudt in de grotten van Remouchamps. Helaas is het tot op heden het Belgische leger en de Belgische politie niet gelukt om het diertje te vinden. Een Belgische criminoloog heeft, na het grondig bestuderen van de onverkwikkelijke situatie, gezegd dat het beestje zich hoogstwaarschijnlijk ophoudt in dat deel van de grotten dat nog niet doorzocht werd. Dat zal overigens nog wel even tijd in beslag nemen, omdat men eerst nog agenten en soldaten moet zoeken die niet bang zijn voor vleermuizen. Die angst hebben ze omdat een schild ze niet beschermt, en de vleermuizen met knuppels maar moeilijk te raken zijn.

Koningin Marion Koopmans van het Virologisch Koninkrijk Erasmus heeft uit arren moede via WhatsApp haar hofnar Maarten Keulemans gevraagd mee te helpen zoeken, maar arme Maarten kon het diertje niet vinden in de kantine van het bierteam van de journalistieke 5e klasse zaterdagamateurs, en ook niet op de wetenschapsredactie van de Geïllustreerde Toiletrol waar hij werkzaam is. Welwillend als Maarten is, wilde hij ook wel naar de grotten van Remouchamps gaan om mee te helpen zoeken, want Maarten is niet bang in het donker. Hij leeft namelijk zijn leven lang al met een diepe duisternis in zijn hoofd.

Maar het was wel erg ver fietsen op zijn bierfietsje vanaf de wetenschaps-redactie van De Geïllustreerde Toiletrol in Amsterdam, waar Maarten elke dag een nieuwe Lofzang schrijft over Koningin Marion. Voordat hij bij de grotten aangekomen zou zijn, zou het arme beestje waarschijnlijk al lang achter slot en grendel zitten, diep in de krochten van het paleis van Koningin Marion Koopmans, waar een Chinese Au-pair het zou verzorgen, en een Chinese BOA het zou bewaken.

Nog steeds mist in Wuhan.

Verder vergeleek Alina Chan de eerste genetische samples van SARS-CoV-2 welke bij de eerste zieke mensen werden aangetroffen, met de op de markt in Wuhan genomen samples. Deze bleken exact gelijk te zijn, een sterke aanwijzing dat het genetische materiaal van SARS-CoV-2 dat op de markt van Wuhan werd aangetroffen, daar door mensen was gebracht, en niet door de op de markt verhandelde dieren. Hoewel Chan haar argumenten goed onderbouwde, was ze erg voorzichtig bij het formuleren van haar conclusies, en noemde slechts dat, ongeacht de waarschijnlijkheid, de mogelijkheid dat een niet-genetisch gemanipuleerd virus dat bestudeerd werd in het WIV, ontsnapt zou kunnen zijn uit het laboratorium.

Op 2 mei 2020 publiceerde Alina Chan het artikel op een pre-print server, een server waarop artikelen worden geplaatst in afwachting van ‘peer-review’. Overigens, deze peer-review wordt vaak als heilige graal gezien, als zijnde het bewijs voor de hoge kwaliteit en betrouwbaarheid van een wetenschappelijk artikel. Maar de peer-review laat in haar effectiviteit sterk te wensen over, en het is zelfs de vraag of deze niet beter kan worden afgeschaft. Richard Smith, tot 2004 editor bij de British Medical Journal en gedurende dertien jaar chief executive van de BMJ Publishing Group, schreef dat het bewijs voor het nut van peer-review schaars is, maar dat er een aanzienlijke hoeveelheid bewijs is voor de stellingen dat de procedure traag is, duur, nauwelijks in staat is om fouten in artikelen op te sporen, voor een groot deel een loterij is, gevoelig is voor bias en misbruik, geen garantie tegen wetenschapsfraude geeft, en contraproductief voor vernieuwing, omdat onderzoek dat niet overeenkomt met de heersende wetenschappelijke doctrine, vrijwel nooit geaccepteerd en gepubliceerd wordt.[2] [3] Beide artikelen zijn de zeer de moeite waard om te lezen voor een ieder die meer wil weten hoe wetenschap wordt bedreven. Het is een ontnuchterende inkijk in hoe de selectie van wetenschappelijke artikelen tot stand komt die wel of niet voor publicatie in aanmerking komen.

Voor wie nog twijfelt aan het nut en de objectiviteit van peer-review wil ik wijzen op twee grote schandalen uit de recente geschiedenis: dat van de hoogleraar interne geneeskunde Don Poldermans uit het Erasmus Medisch Centrum, die als auteur meewerkte aan meer dan 600 artikelen, maar zijn database voor een groot deel vulde met fictieve gegevens.[4] Daarnaast waren vele gegevens onvolledig en werden er vele onzorgvuldigheden geconstateerd in door hem aangeleverde data. Ondanks dat werden de artikelen van hem met de gebruikelijke peer-review zonder enige verdenking op fraude gepubliceerd. Ook de hoogleraar sociale psychologie Diederik Stapel kon jarenlang zijn gang gaan met voor het overgrote deel uit zijn wetenschappelijke dikke duim gezogen ‘wetenschappelijke’ onderzoek, soms met de meest vreemdsoortige bevindingen, resulterend in vele publicaties waarmee hij nationaal en internationaal groot aanzien verwierf.[5] Ook nu was het niet de peer-review die dit aan het licht bracht, maar  nota bene zijn eigen studenten die sterke twijfels hadden aan de onderzoeksresultaten van Stapel.

Na de publicatie van Alina Chan op de pre-print server op 2 mei 2020, werd deze 16 mei 2020 opgepikt door de Britse tabloid The Daily Mail. Een dag later publiceerde Newsweek een artikel met de titel: ‘Scientists Shouldn’t Rule Out Lab as Source of Coronavirus, New Study Says.’[6] Dat was het moment dat, zoals Alina Chan het zelf formuleerde, ‘shit exploded everywhere’.[7]

Al sinds het begin van de Corona-pandemie eind 2019 waren er verschillende experts die gealarmeerd werden door het bericht dat er een uitbraak was van een nieuw coronavirus in Wuhan. Hoewel er geen bewijs was voor een eventuele ontsnapping uit het WIV, leek dit scenario toch waarschijnlijk, aangezien de populatie van vleermuizen waarbij dergelijke coronavirussen van nature voorkomen, meer dan 1600 kilometer van Wuhan verwijderd is.

Door de gevestigde wetenschappelijke gemeenschap werd de mogelijkheid van een ontsnapping uit het WIV echter al snel verworpen, niet in de laatste plaats doordat meerdere toonaangevende wetenschappers uit het vakgebied deze mogelijkheid als uiterst onwaarschijnlijk afdeden, overigens zonder hiervoor enig bewijs aan te leveren. Peter Daszak, zoöloog en directeur van EcoHealth Alliance, een machtige en rijke non-profit organisatie, noemde het idee ‘onzinnig’. Daszak had jarenlang samengewerkt met Shi Zheng-Li, de viroloog die het WIV leidt, bijgenaamd ‘the batwomen’, en is co-auteur van bijna een dozijn artikelen waar ook Shi Zheng-Li als auteur aan meewerkte. Verder was het EcoHealth Alliance dat onderzoek in het WIV financierde, en geld van het National Institute of Health (NIH), met als directeur Anthony Fauci, naar het WIV doorsluisde. Deze financiering werd door president Trump in april 2020 stopgezet, nadat hierover vragen uit de rechts-conservatieve hoek werden gesteld tijdens een persconferentie.[8] Anthony Fauci zou later in een hoorzitting voor de Senaat bevestigen dat deze order tot het stopzetten van de financiering van EcoHealth Alliance direct afkomstig was van het Witte Huis.

In juli 2020 werd deze beslissing door de NIH pro-forma teruggedraaid, mits Peter Daszak aan een zevental voorwaarden zou voldoen. Deze voorwaarden waren onder andere dat hij informatie zou verschaffen over ‘patiënt 0’, een onderzoeker van het WIV die spoorloos verdwenen zou zijn. Verder zou hij ook informatie moeten geven over de afname van telefoonverkeer en wegblokkades rondom Wuhan in oktober 2019, zoals deze door de Amerikaanse veiligheidsdiensten was geconstateerd.17d Dit zijn over het algemeen geen vragen die aan een directeur van een non-profit organisatie als EcoHealth Alliance worden gesteld, vragen waarvan het overigens maar de vraag is of Peter Daszak deze zou kunnen (of willen) beantwoorden. In essentie kwam het erop neer dat zijn onderzoek stilgelegd was, en dat dit vooralsnog zo zou blijven.

Na het verschijnen van de publicatie van Alina Chan werd ze hard aangevallen door meerdere wetenschappers. Onder hen ook Daszak, die het onderzoek van Chan op Twitter betitelde als ‘floppy science’. Het was volgens hem ‘een slechte fylogenetische studie met te veel gevolgtrekkingen, op basis van te weinig data, gedragen op een golf van samenzweringstheorieën om hiermee het onderzoek een meer impact te geven’.16 Zijn kritiek op Twitter ging gepaard met veel uitroeptekens, en hij deed onder andere de uitspraak dat een experiment dat door Chan werd geciteerd, onmogelijk uitgevoerd zou kunnen worden, en ook dat Chan haar eigen data niet begreep. Een supporter van Daszak plaatste na deze aanval van Daszak op Chan een GIFje waarin een microfoon uit een hand valt, als teken dat hiermee de discussie in het voordeel van Daszak was beslecht.

Het is de strategie van het alfa-mannetje op de top van de wetenschapsberg die de hiërarchie bewaakt, en de lager geplaatste rebelse leden in de wetenschappelijke apenkolonie hardhandig tot de orde roept. De wereld van de wetenschap heeft vele kenmerken van een apenkolonie, omdat slechts enkele instituten en individuen bepalen wie bepaalde posities krijgt, hoe de beschikbare onderzoeksgelden verdeeld worden, en wiens artikelen gepubliceerd worden.

Als postdoc staat Alina Chan veel lager in de hiërarchie dan Peter Daszak, ondanks het feit dat ze werkzaam is bij het Massachusetts Institute of Technology (MIT), een van de meest prestigieuze universiteiten ter wereld. Niet voor niets zei ze ten overstaan van de journalist van Boston Magazine die haar interviewde, half ernstig, half als grap dat het artikel wel eens ‘career suicide’ zou kunnen zijn.

Wellicht had Peter Daszak gedacht dat hij vanuit zijn onaantastbare positie Alina Chan definitief het zwijgen opgelegd had. Maar dat was niet het geval. Alina Chan deed datgene wat maar weinig jonge wetenschappers aandurven: ze diende Daszak van repliek. Ze antwoordde hem met de enigszins cynische opmerking op Twitter; ‘sorry to disrupt mike drop’, en gaf Daszak de link naar een artikel in Nature, een tijdschrift uit de top vijf van wetenschappelijke tijdschriften met de hoogste impact. In dit artikel werd het experiment beschreven en uitgevoerd, waarvan Daszak beweerde dat het niet uitgevoerd kón worden.

Daar bleef het niet bij. Vriendelijk maar beslist ontkrachtte Chan elk argument waarmee Daszak haar aangevallen had, en liet op elk punt zien waar Daszak met zijn argumentatie in de fout ging. Uiteindelijk bleef er van Daszak’s argumenten weinig anders over dan de stelling dat ze het woord ‘isolaat’ verkeerd gebruikt zou hebben. Daarop verwees Chan hem vriendelijk naar de GenBank, de genetische database van de National Institute of Health (NIH) waaruit deze term afkomstig was. Ze bood hem aan het woord isolaat te veranderen in elk woord dat hij wenste, maar na deze laatste correctie van Chan deed Peter Daszak er verder het zwijgen toe. Zijn argumenten waren zonder uitzondering allemaal weerlegd, al sputterde hij nog wel verongelijkt dat Chan haar resultaten ‘over-interpreteerde’.

Een andere wetenschapper met harde kritiek Chan was de evolutiebioloog Jonathan Eisen – hoogleraar aan de UC Davis – die, eveneens op zijn Twitter-account, over het artikel van Chan liet weten dat hij de ‘analyse in deze studie in de verste verte niet overtuigend vond’. Het voornaamste verwijt dat hij Chan maakte, was dat ze de veranderingen in de genetische code van het SARS-CoV-2-virus na de uitbraak alleen met die van het SARS-virus had vergeleken. Volgens Eisen was deze ene vergelijking te weinig bewijs om te concluderen dat het SARS-CoV-2-virus kort na de uitbraak al opvallend goed aan zijn nieuwe gastheer was aangepast. Hij wilde meer bewijs zien voor de hypothese van Chan dat SARS-CoV-2 bij de uitbraak al optimaal aangepast was aan zijn nieuwe gastheer, de mens.

Die mogelijkheid deed zich sneller voor dan Eisen had kunnen vermoeden. Slechts enkele dagen later bleek dat in Denemarken SARS-CoV-2 van mensen naar nertsen was overgesprongen. De analyses van het SARS-CoV-2, kort nadat dit gebeurde, lieten precies datgene zien wat Chan al had voorspeld: het virus muteerde in de eerste weken na het overspringen razendsnel, om zich optimaal aan te passen aan de nieuwe gastheer, de nerts. Jonathan Eisen erkende uiteindelijk dat er veel ‘interessante analyses’ waren in de studie van Chan, en bood zich aan om samen aan een volgende versie van het artikel te werken.

Rookgordijn

Daar bleef het niet bij: Alina Chan analyseerde een viertal studies, allen afkomstig uit China, die onafhankelijk van elkaar coronavirussen zouden hebben aangetroffen bij pangolins, met als gemeenschappelijk kenmerk een sterke genetische overeenkomst met het SARS-CoV-2-virus. Pangolins zijn miereneters met een hele lange tong, en hebben een pantser van schubben die hen beschermd tegen mieren. In haar boek noemt Chan het beestje een wandelende artisjok.[9] In China is het vlees van het dier een delicatesse, en de schubben van de pangolin worden gebruikt in de ‘Chinese Traditional Medicine’, als verondersteld geneesmiddel tegen de meest diverse kwalen, hoewel de schubben bestaan uit keratine, hetzelfde materiaal waar ook nagels van gemaakt zijn. Omdat het beestje met uitsterven wordt bedreigd is er een wereldwijde ban op het vangen en verhandelen van deze dieren. Desondanks worden pangolins massaal illegaal verhandeld en gesmokkeld vanuit heel Azië en Afrika, met als eindbestemming vrijwel uitsluitend China.

De aanleiding voor Chan om deze studies door te nemen was een persbericht op de website van de Zuid-Chinese Landbouwuniversiteit in de stad Guangzhou op 7 februari 2020, waarin werd aangekondigd dat onderzoekers hadden ontdekt dat pangolins de tussengastheer voor SARS-CoV-2 zouden kunnen zijn. Het bij pangolins aangetroffen coronavirus zou een genetische overeenkomst van 99% met SARS-CoV-2 hebben. Dat bleek echter niet het geval te zijn. Toen uiteindelijk de genetische sequentie van het bij de pangolins gevonden coronavirus werd gepubliceerd, bleek de overeenkomst slechts 90% te zijn. De genoemde 99% overeenkomst gold slechts voor een klein deel van het virus van toepassing, het ‘receptor binding domain’, waarmee het virus aan de ACE-2 receptor van een menselijke cel bindt.

De pangolins waarbij dit coronavirus werd aangetroffen, waren dieren die bij een grote anti-smokkeloperatie in Guangdong, een provincie in Zuidoost China, in beslag werden genomen. 21 levende pangolins werden overgebracht naar het Guangdong Wildlife Rescue Center, maar de dieren waren in slechte conditie en de eerste pangolins stierven al snel na aankomst. Elf van deze dieren werden na hun dood onderzocht, waarbij de onderzoekers ‘gezwollen en met vocht gevulde longen’ vonden. Bij genetisch onderzoek vond men het genetische materiaal van vele verschillende virussen, de meeste daarvan behorende tot de paramyxovirussen en herpesvirussen, en slechts bij twee van de pangolins werden coronavirussen aangetroffen. Omdat sommige van de genetische sequenties van deze coronavirussen gelijkenis vertoonden met sequenties die ook bij SARS werden aangetroffen, namen de onderzoekers aan dat de pangolins waren gestorven als gevolg van een infectie met deze coronavirussen. Het leidde tot een publicatie waarin de mogelijkheid werd geopperd dat pangolins als tussengastheer voor SARS-like virussen zou kunnen fungeren, een studie die op 24 oktober 2019 in het tijdschrift ‘Viruses’ gepubliceerd werd.[10] Drie maanden later, ruim na de uitbraak in Wuhan, werd de genetische opmaak van de coronavirussen die bij de pangolins waren aangetroffen, vergeleken met die van SARS-CoV-2, en vond met de vermeende genetische overeenkomst van 99%.

Als gevolg van de laatste bevinding volgden de vier genoemde publicaties die, onafhankelijk van elkaar, coronavirussen beschreven die bij pangolins waren aangetroffen, waarmee de indruk gewekt werd dat coronavirussen veelvuldig bij pangolins voor zouden komen. Maar de werkelijkheid bleek opnieuw een andere te zijn. Kort nadat Chan haar eigen studie in een twittorial – een twitterdraadje waarmee kort een wetenschappelijke studie wordt samengevat en de conclusie wordt weergegeven – reageerde een anonieme twitteraar in het Chinees dat het interessant zou zijn om de herkomst van de samples uit het artikel in Nature te onderzoeken.[11]

Daarop nam Alina Chan de studies met de stofkam door, en vond tot haar verbazing dat de genetische sequenties van de verschillende coronavirussen die in de vier studies werden beschreven, alle afkomstig waren van dezelfde batch van 21 pangolins die in Guangdong in beslag waren genomen. Verder bleek dat de samples die in het artikel in Nature werden gepubliceerd in mei 2020, onder een andere naamgeving al waren gepubliceerd in het bewuste artikel in ‘Viruses’ van 24 oktober 2019. Uiteindelijk bleken de gensequenties die in de vier afzonderlijke artikelen beschreven werden, alle gebaseerd te zijn op dezelfde data die in het artikel van 24 oktober 2019 al werden gepubliceerd. Aan de hand van deze data was het voor onafhankelijke onderzoekers onmogelijk vast te stellen welke samples, van welke dieren uit de batch van 21 pangolins afkomstig waren, en welke genetische sequenties uit welke samples geëxtraheerd waren.

Door deze analyse van Chan werd met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ontkracht dat sterk aan SARS-CoV-2 verwante coronavirussen veelvuldig voorkomen in de populatie pangolins. Het bleek dat de auteurs van de vier verschillende artikelen simpelweg dezelfde genetische database, afkomstig van dezelfde batch van 21 pangolins voor de verschillende artikelen gebruikt hadden, waarbij slechts bij twee pangolins coronavirussen werden aangetroffen. En waar en wanneer deze twee dieren de infectie met de gevonden coronavirussen hadden opgelopen wist men niet, en kón men ook niet weten. Uiteindelijk bleek dat van de meer dan honderd pangolins die in maart 2019 door de Chinese douane bij de grootscheepse anti-smokkelaarsactie werden onderschept, er slechts bij deze twee twee pangolins coronavirussen werden aangetroffen.

Door deze speurtocht van Alina Chan en haar supervisor werd de hoofdredacteur van Nature ernstig in verlegenheid gebracht. In november volgde een ‘editorial note’ bij het artikel van Xiao et al, met de volgende tekst:

“Lezers worden erop geattendeerd dat er zorgen zijn ontstaan over de identiteit van de pangolins in dit artikel, en hun relatie met eerder gepubliceerde studies over pangolins. Zodra dit is opgehelderd zullen passende redactionele maatregelen worden genomen.”

Op 11 november 2020 volgde een zogenaamde ‘author correction’ van de auteurs van het artikel in Nature.[12] De auteurs erkenden dat meerdere van de samples die waren gebruikt in het artikel uit oktober 2019, inderdaad dezelfde samples waren die ze in hun artikel hadden gebruikt. Dit zouden ze pas opgemerkt hebben bij de revisie van hun artikel, nadat ze hier door Chan en haar medeauteur Shing Hei Zhan op waren gewezen. Hun verklaring was dat de informatici in hun team de door één van de auteurs aangeleverde data in het artikel als nieuw beschouwden, en daarom niet de relatie met de data uit het artikel van oktober 2019 hadden gelegd. Verder bleek het aantal pangolins waarvan de samples waren genomen niet te kloppen, en ontbraken er een aantal samples. Verder bleek dat van één van de pangolins de genetische data niet geüpload was naar de server van de NCBI, en als laatste bleken meerdere tabellen en figuren niet te kloppen. Aan het eind van de correctie op hun eigen artikel werden Chan en Zhang vriendelijk bedankt voor hun opmerkzaamheid. Hoewel het artikel bol stond van de fouten en omissies leidde het niet tot retractie van het artikel. Ondanks de peer-review en de hoge status van een wetenschappelijk tijdschrift als Nature, waren deze fouten zonder de tussenkomst van Chan en Zhang nooit aan het licht gekomen, en zou de stelling dat de pangolin de tussengastheer van SARS-CoV-2 zou kunnen zijn, waarschijnlijk nooit weerlegd zijn.

In dezelfde maand werd uit door de Amerikaanse organisatie ‘Right to Know’ – op basis van de Freedom of Information Act – verkregen e-mails duidelijk dat de editor van het 2e van de vier artikelen – Dr. Stanley Perlman – gepubliceerd in de PLoS,[13] de betrouwbaarheid van de data niet had gecontroleerd. De ‘bezorgdheid’ over de overeenkomsten van de studie gepubliceerd in de PLoS met die van de publicatie in Viruses en Nature waren hem pas duidelijk geworden na publicatie van de twee artikelen in de PLoS en Nature. Pas in juni 2021 werd ook voor dit artikel een correctie van de auteurs gepubliceerd,[14] waarin zij stellen dat de conclusie van het artikel standhoudt, ondanks dat zij erkennen dat de door Chan en Zhang gemaakte opmerkingen juist waren. Belangrijker is wellicht nog dat zij eveneens moesten erkennen dat de genetische overeenkomst tussen de bij de pangolins gevonden coronavirussen en SARS-CoV-2 inderdaad slechts 90,3% was, en niet 99% zoals eerder werd geclaimd. En daarmee moesten de auteurs toegeven dat de genetische overeenkomsten tussen beiden onvoldoende waren om te stellen dat de pangolin de tussengastheer zou kunnen zijn voor SARS-CoV-2. Toen de auteurs van het artikel door de organisatie Right to Know met deze feiten werden geconfronteerd, moesten zij erkennen dat ze verzuimd hadden de data aan te leveren waar ze hun conclusies op gebaseerd hadden. De auteurs stelden dat hun onderzoeksgroep een andere was dan die van het artikel uit Nature, terwijl twee mensen als auteur bij beide artikelen vermeld staan.

De analogie is, zoals Chan terecht opmerkt, het publiceren van vier artikelen over één en dezelfde patiënt zonder dit te vermelden, waarbij patiënt vier verschillende namen krijgen, en bij alle vier een verschillende voorgeschiedenis wordt gegeven, en niet wordt vermeld dat de in de verschillende publicaties gevonden resultaten van het aanvullend onderzoek allemaal hetzelfde zijn.

De vraag is in hoeverre deze publicaties een politiek doel hadden. Beide publicaties werden gefinancierd door verschillende Chinese overheidsinstellingen. In ieder geval gaat het om artikelen waarin essentiële informatie ontbrak, de weergegeven wetenschappelijke gegevens niet correct waren, of helemaal niet werden weergegeven, en de daarop gebaseerde conclusies onjuist waren. Twee artikelen die teruggetrokken hadden moeten worden, en eigenlijk nooit gepubliceerd hadden mogen worden. Het toont ondubbelzinnig het failliet van het peer-review systeem aan, en voor wie kwaad wil is dit een optimale methode om een bepaalde ideologie of standpunt uit te dragen als zijnde ‘wetenschap’.

Terug naar de markt in Wuhan.

De markt in Wuhan waarvan werd verondersteld dat het SARS-CoV-2 van een tussengastheer op de mens was overgesprongen, wordt in de diverse media en wetenschappelijke studies aangeduid als een ‘wet-market’ of de ‘Huanan Seafood Market’. De term ‘wet-market’ slaat op het smeltend ijs waarin de verschillende producten worden gekoeld. De meeste kramen op de markt verkochten vis en andere zoetwaterdieren zoals krabben, slakken en bevers, hetgeen de naam van de markt verklaart. Krokodillen werden levend verkocht, salamanders en slangen werden ter plekke geslacht. Slechts in tien marktkramen werden levende dieren verkocht, zoals kippen, eenden, ganzen, fazanten en duiven; en herten, dassen, konijnen, bamboe ratten, stekelvarkens en egels. Deze dieren zouden volgens de Chinese autoriteiten allemaal afkomstig zijn van boeren met een vergunning om deze dieren te fokken.[15]

Volgens het verslag van het internationale onderzoeksteam, waartoe ook Marion Koopmans behoorde, werden in 457 samples genomen van in totaal 188 dieren, behorende tot 18 verschillende diersoorten. Het ging om 27 zwerfkatten die vrij rondliepen op of in de buurt van de markt, en gevoelig zijn voor dit virus, alsook 52 konijnen en hazen, zestien egels, tien muizen, zeven honden, zes muntjak-herten, zes dassen, zes bamboeratten, een aantal varkens, vijf kippen, drie reuzensalamanders, twee wilde zwijnen, twee krokodillen, twee schildpadden, twee vissen, een schaap en een wezel. Alle samples afkomstig van deze dieren bleven negatief. Verder werden nog 616 dieren getest van in totaal tien diersoorten, afkomstig van verschillende leveranciers, en ook deze samples waren allen negatief. Alleen samples genomen van diverse voorwerpen zoals deuren, boxen, transportkarren, vuilnisbakken, toiletten, riolering en ventilatiesystemen op de markt leverden positieve testuitslagen op. In totaal werden 923 samples afgenomen, waarbij van de 87 marktkramen er bij 21 positieve samples werden gevonden.24

Van de 21 marktkramen waar positieve samples werden gevonden, verkochten er 16 diepvriesproducten, van de in totaal 87 marktkramen waar diepvriesproducten verkocht werden. Bij in totaal 13 van de 73 kramen waar maritieme producten werden verkocht werden positieve samples gevonden. Verder werden 6 van de 56 kraampjes die zeevruchten verkochten positief getest. Acht van de 37 kraampjes waar pluimvee werd verkocht testten positief. Vijf van de 36 kraampjes waar dierlijke producten werden verkocht, leverden positieve samples op, evenals twee van de acht kramen waar groente werd verkocht. Slechts één van de negen kramen waar producten van in het wild levende dieren werden verkocht, testte positief, en in deze kraam werden ook diepvriesproducten, gevogelte en andere dierlijke producten verkocht.[16] Uiteindelijk bleek uit een publicatie in ‘Scientific Reports’, van de John Hopkins Bloomberg School of Public Health dat er op de Huanan Seafood Market van Wuhan geen pangolins werden verkocht.[17]

Een jaar na de uitbraak in Wuhan werd duidelijk dat de epidemiologische data, de genetische data, de zonder uitzondering negatieve uitslagen van de samples die bij dieren afgenomen werden, in combinatie met de positieve samples van de omgeving, een overdracht van SARS-CoV-2 via een dierlijke tussengastheer naar de mens nagenoeg uitsloten was. Deze gegevens waren veel meer in overeenstemming met het scenario dat een zieke persoon het virus naar de markt had gebracht. En daarmee spatte, als ware het een Chinese vuurpijl op het hoogste punt, de pangolin-theorie uit elkaar. Uiteindelijk moest ook het hoofd van de Chinese Centers of Disease Control (CDCD) erkennen dat het onwaarschijnlijk was dat de Huanan Seafood Market de plaats was waar SARS-CoV-2 van dier op mens overgesprongen was. En ook het door China gedomineerde internationale onderzoeksteam waagde het niet om deze hypothese alsnog naar voren te schuiven, en schreef in haar eindrapport: “Daarom kan momenteel geen harde conclusie worden getrokken over de rol van de markt van Huanan bij het ontstaan van de uitbraak, of over de wijze waarop de besmetting op de markt is gekomen.”

DRASTIC Research.

Maar het ontkrachten van de Pangolin-theorie was voor Alina Chan niet voldoende. Ze ging verder met het kritisch onder de loep nemen van het eerdere werk van het Wuhan Institute of Virology. Op 3 februari 2020 werd het artikel in Nature gepubliceerd waarin SARS-CoV-2 werd beschreven, met als laatste auteur Shi Zheng-Li. In deze studie werd het genoom van SARS-CoV-2 vergeleken met het SARS-virus. De genetische overeenkomst tussen deze twee virussen is slechts 79,6%, het bewijs dat de twee virussen slechts in de verte aan elkaar verwant zijn.[18]

Daarnaast werd in hetzelfde artikel het genoom van SARS-CoV-2 vergeleken met een ander, en tot dan toe onbekend, bèta-coronavirus met de naam RaTG13. De overall genetische overeenkomst van SARS-CoV-2 met dit RaTG13-virus is 96,2%. Ook de genetische opmaak van het spike-eiwit van SARS-CoV-2 kwam voor 93,1% overeen met het spike-eiwit van het RaTG13 virus, waar het spike-eiwit van andere coronavirussen slechts 75% overeenkomst lieten zien met SARS-CoV-2. Dit betekende dat het RaTG13-virus veel nauwer verwant is met SARS-CoV-2 dan het SARS-virus. Maar in het artikel van Zheng-Li werd slechts zijdelings benoemd dat dit virus afkomstig was uit de provincie Yunnang, in het zuiden van China.

In het artikel wordt ook beschreven dat het SARS-CoV-2-virus gekweekt kon worden op twee cellijnen, de Vero E6 cellijn (oorspronkelijk afkomstig van de groene meerkat) en de Huh7 cellijn (afkomstig van humane levercellen), iets om te onthouden, omdat het hiermee aannemelijk wordt dat ook het RaTG13 virus gekweekt zou kunnen worden op deze cellijnen, dit gezien de grote gelijkenis met SARS-CoV-2. Verder vermeldt het artikel niet waar het RaTG13 virus precies aangetroffen werd, en wanneer het virus gesequenced was (sequencen is het bepalen van de nucleotiden volgorde, ofwel de volgorde van bouwsteentjes van het RNA). De studie waarin SARS-CoV-2 voor het eerst werd beschreven, werd gepubliceerd op 3 februari 2020. Echter, pas in mei 2020 werd, zonder hier enige ruchtbaarheid aan te geven, het volledige genoom van het RaTG13-virus door het WIV ge-upload naar de genetische database van de NCBI. Verder was er over dit RaTG13-virus nooit eerder een publicatie verschenen, en in het artikel van Zheng-Li van 3 februari 2020 werd evenmin een referentie gegeven die vermeldde waar en wanneer het RaTG13 virus was aangetroffen.

De klok gaat terug naar 2016. In dat jaar verscheen er een studie over het vóórkomen van coronavirussen bij verschillende vleermuissoorten in een verlaten mijnschacht in Moijang, eveneens in de provincie Yunnang en wederom met Zheng-Li als laatste auteur. Naast meerdere alfa-coronavirussen trof men twee, tot dan toe onbekende, bèta-coronavirussen aan bij vleermuizen.[19] Bèta-coronavirussen behoren tot een kleine groep coronavirussen – een subgenus – die sterk op elkaar lijken, en waartoe ook SARS en SARS-CoV-2 behoren. MERS behoort tot een andere subgenus uit de grotere familie – het genus – van coronavirussen.

Een van deze twee virussen die in de verlaten mijnschacht werd aangetroffen kreeg de naam BtCoV/4991, en de genetische sequentie van een klein stukje van het RNA van dit nog niet eerder aangetroffen virus, het zogenaamde RdRp-gen, kwam voor slechts voor 78% overeen met het SARS-virus. Het RdRp-gen codeert voor het kopieermachientje dat het RNA van het virus kopieert. Het is het meest gebruikte gen voor detectie en classificatie van coronavirussen. Door slecht een klein deel van het RNA van coronavirussen te sequencen kan men met beperkt onderzoek snel bepalen of er sprake is van een coronavirus en tot welke familie van coronavirussen deze behoort.[20]

We keren terug naar 2020: op zoek naar de oorsprong van SARS-Cov-2 werd wereldwijd de vraag steeds prangender waar haar meest nauw verwante familielid, het RaTG13-virus, haar oorsprong had. Shi Zheng-Li gaf geen bevredigende antwoorden, en kwam met verschillende en deels tegenstrijdige verklaringen. Dat wekte de interesse van meerdere onderzoeksteams, waaronder de deels anonieme onderzoeksgroep DRASTIC.[21] Dit is een bonte verzameling van mensen, deels anoniem, met de meest uiteenlopende achtergronden en vormen van expertise, die spontaan ontstond rondom een anonieme Indiase man die zichzelf op Twitter ‘the Seeker’ noemt, en als specialiteit heeft om de in alle hoeken, kieren en gaten verborgen informatie op het World Wide Web te achterhalen.[22]Een ander anoniem lid, Billy Bostickson, wiens twitter-icoontje een mishandelde aap uit een laboratorium voorstelt, nam de coördinatie van het onderzoek op zich.

De aandacht van the Seeker werd voor het eerst getrokken door een blog geschreven door Yuri Deiging, een zakenman die zich in de blog openlijk afvroeg of het SARS-CoV-2 virus wellicht in het laboratorium zou kunnen zijn ontstaan, bijvoorbeeld door het genetisch manipuleren van het RTaG13-virus.[23] The Seeker plaatste de blog op Reddit, hetgeen hem prompt een permanente ban opleverde. De irritatie hierover maakte hem alleen nog maar nieuwsgieriger en vasthoudender. Hij voegde zich bij een groep mensen rondom Yuri Deiging op Twitter, mensen die bereid waren om deze hypothese te bespreken en kennis uit te wisselen, waaronder zakenmensen, ingenieurs en ook een microbioloog. Het was de geboorte van de DRASTIC-onderzoeksgroep.

Op 20 februari 2020 publiceerde Vincent Racaniello, viroloog aan de Columbia Universiteit, een blog op zijn website waarin hij een hypothese opstelde hoe SARS-CoV-2 zo geëvolueerd kon zijn dat het virus in staat was om van dier op mens over te springen. In een reactie op deze blog verwees een anonieme persoon naar een virus in GenBank dat in 2016 door de onderzoeksgroep van Shi Zheng-Li ontdekt was, en waarvan het RdRp-gen in de database voor 98,7% overeenkwam met het RdRp-gen van SARS-CoV-2.[24] Het was het virus dat in 2013 in de mijnschachten van Moijang was aangetroffen, genaamd BtCoV/4991.[25]

Dit anonieme commentaar werd opgemerkt door dr. Segreto, moleculair bioloog aan de universiteit van Innsbruck en lid van DRASTIC. Ze downloadde de genetische sequenties van het RdRp-gen van RaTG13 en BtCoV/4991, en vergeleek deze met elkaar. Het was een 100% match. Segreto postte haar bevinding op de blog van Racaniello en vroeg Nature om opheldering, maar kreeg geen antwoord. Het was op dat moment dat het Segreto duidelijk werd dat RaTG13 en BtCoV/4991 één en hetzelfde virus was. Zelfs de maand waarin de samples van beide virussen waren genomen, was hetzelfde: juli 2013.[26]

Vervolgens ontdekte ze een artikel waarin beschreven werd dat het RdRp-gen van SARS-CoV-2 inderdaad voor 98,7% gelijk was aan dat van BtCoV/4991. Dit artikel werd gepubliceerd op 5 februari 2020.[27] De auteurs van dit artikel hadden de relatie tussen RaTG13 en BtCoV/4991 nog niet gelegd, maar op het moment dat zij dit artikel aanboden voor publicatie was het volledige genoom van het RaTG13 virus nog niet beschikbaar in de database van het NCBI.

En hoewel het Shi Zheng-Li zelf was die als laatste auteur vermeld staat bij de studie die het CoV/4991-virus in 2016 beschreef, werd de naamsverandering van CoV/4991 naar RaTG13 niet vermeld in de publicatie in Nature van februari 2020, waarin SARS-CoV-2 voor het eerst werd beschreven. Zij was de laatste auteur van het artikel en daarmee eindverantwoordelijk voor de inhoud. En in dit artikel in Nature werd ook geen verwijzing gegeven naar de studie uit 2016 waarin BtCoV/4991 werd beschreven. En dat is vreemd, aangezien men mocht verwachten dat Shi Zheng-Li als eerste de genetische opmaak van SARS-CoV-2 zou vergelijken met virussen in haar database.

Eenmaal geconfronteerd met deze bevindingen, erkende Zheng-Li dat RaTG13 en het CoV/4991 twee verschillende namen voor hetzelfde virus waren, en gaf als reden dat het laboratorium CoV/4991 hernoemd had naar RaTG13, waardoor het beter aansloot bij de gangbare nomenclatuur. Ook Peter Daszak werd om een verklaring gevraagd: hij gaf als reden dat het CoV/4991-virus, alias het RaTG13-virus, te weinig overeenkomsten had met SARS, en het virus werd ingeschat als weliswaar interessant, maar weinig gevaarlijk. Daarom zou het virus in de vriezer zijn beland, en min of meer vergeten zijn.

Deze verklaring van Daszak werd al snel afgeschoten door een ander lid van DRASTIC, Francisco de Asis de Ribera, als wetenschapper gespecialiseerd in data-analyses van grote hoeveelheden data. Zij liet zien dat de – per abuis – door het WIV geuploade metadata bewees dat het RaTG13/CoV4991-virus al in 2017/2018 gesequenced was, iets waar ook Alina Chan al op had gewezen. Het volledige genoom werd echter pas in de loop van 2020, ruim na de uitbraak van het SARS-CoV-2, geüpload naar de database van het NBCI. Het RaTG13 virus was dus allerminst vergeten, zoals Daszak wilde doen geloven.

En dat was nog niet alles: in augustus 2020 verscheen een artikel met Daszak en Zheng-Li als ‘senior authors’, waarbij 630 genetische sequenties van het RdRp-gen van de verschillende coronavirussen werden beschreven.[28] Bij het minutieus uitpluizen van de ‘supplementary data’ van dit artikel bleken er nog acht gensequenties van het RdRp-gen van andere coronavirussen gevonden te zijn, die sterk leken op de gensequentie van het RdRp-gen van het RaTG13-virus. Die acht sequenties werden echter niet genoemd in het artikel zelf. In een addendum bij het artikel uit februari 2020 bevestigde Zheng-Li deze bevindingen van het onderzoeksteam.[29] De vraag is echter of dit addendum er ooit gekomen zou zijn zonder het speurwerk van de onderzoekers van DRASTIC.

De Verlaten Kopermijn van Mojiang

Aangezien de verklaringen van zowel Zheng-Li als ook Daszak onbevredigend waren, gingen de onderzoekers van DRASTIC op zoek naar een betere verklaring voor het gegeven dat zowel Zheng-Li als ook Daszak hadden verzwegen dat CoV/4991 precies hetzelfde virus was als het RaTG13-virus. De zoektocht leidde uiteindelijk naar een verlaten kopermijn in een kleine nederzetting, genaamd Danaoshonan, gelegen in de provincie Mojiang, Zuid-China.[30]

In 2012 werden zes mannen met ernstige griepachtige klachten opgenomen in een ziekenhuis in Kunming, de hoofdstad van de provincie Yunnan. Deze provincie ligt in zuidwest China. De belangrijkste symptomen waren droge hoest, kortademigheid, hoge koorts, ernstige spierpijn, hoofdpijn en forse vermoeidheid. De leeftijd van deze mannen varieerde van 30 tot 63 jaar oud. De klachten waren ontstaan nadat zij in die oude verlaten kopermijn aan het werk werden gezet met de opdracht om een dikke laag guano (uitwerpselen van vleermuizen) op te ruimen, een vies en stoffig werkje in een warme en vochtige omgeving. Waarom ze deze opdracht kregen was niet duidelijk. Het is mogelijk dat men de kopermijn weer in bedrijf wilde nemen, maar waarschijnlijker is de verklaring dat de zes mannen de guano verzamelden omdat het veel als mest wordt gebruikt in de Chinese landbouw. Uiteindelijk overleden drie van de zes mannen.[31] Het bleek dat hoe jonger de mannen waren, en des te korter ze in de mijn geweest waren, hoe beter de prognose was. De onderzoekers van DRASTIC vroegen zich af of deze mannen wellicht geïnfecteerd waren geraakt met een voorloper van SARS-CoV-2, bijvoorbeeld met het BtCoV/4991-virus, alias RaTG13.

In een portret van Zheng-Li in de Scientific American erkent ze dat ze met haar team inderdaad onderzoek heeft gedaan in de verlaten kopermijn in Mojiang nadat de zes mannen ziek waren geworden, maar dat de oorzaak voor het ziektebeeld en het overlijden van drie van de zes mannen een schimmelinfectie was, en niet een infectie met een coronavirus.[32] Dat was een verklaring die de onderzoekers van DRASTIC niet goed konden plaatsen, want Shi Zheng-Li leidde in de periode van augustus 2012 tot juli 2013 vier expedities naar de verlaten kopermijn, en in de twee jaren erna nog minstens drie.[33] De onderzoekers van DRASTIC vermoedden dat de ziekte van de zes mannen veroorzaakt was door een SARS-achtig virus, en dat het WIV dit om één of andere reden verborgen wilde houden.

En hoewel onverwacht, kwam er een exacte en gedetailleerde weergave van wat zich in de oude kopermijn van Mojiang en in de periode erna had afgespeeld, enkel en alleen dankzij het intensieve speurwerk van the Seeker. Hij ontdekte een grote Chinese database met academische tijdschriften en proefschriften met de naam CNKI. Hij doorzocht deze database met behulp van Google Translate, met als zoekterm Mojiang, gecombineerd met elke mogelijke zoekterm die hem op het spoor zou kunnen zetten van wat er precies in de verlaten kopermijn van Mojiang was gebeurd. Elke zoektocht leverde duizenden hits op, waarbij elke hit meerdere verwijzingen gaf naar andere databases, eveneens bestaande uit wetenschappelijke artikelen, proefschriften, afstudeerscripties en nieuwsartikelen. Nacht na nacht haalde hij nauwkeurig de stofkam door de resultaten, maar hij vond niets dat eventueel van belang kon zijn.[34]

Juist op het punt dat hij zijn zoektocht wilde staken, vond hij op waar hij naar zocht: het was een voltreffer. De vondst was een afstudeerscriptie van een student genaamd Li Xu, studerend aan de Kunming Medische Universiteit, en had als titel: “De Analyse van Zes Patiënten met een Ernstige Longontsteking Veroorzaakt door Onbekende Virussen.” Dr. Zhong Nan Shan, China’s topexpert als het gaat om SARS, was de studiebegeleider van deze Li Xu.

De afstudeerscriptie beschrijft nauwkeurig de gebeurtenissen rondom de zes ’mijnwerkers’ in de oude kopermijn van Mojiang. The Seeker plaatste een link naar deze scriptie op Twitter, zonder er enige ruchtbaarheid aan te geven. Kort daarna sloot China de toegang tot de CNKI-database af. De vondst leidde niet tot grote media-aandacht, iets wat the Seeker wel had verwacht. Niet lang daarna ontdekte the Seeker een proefschrift uit 2016 afkomstig van het Chinese Center for Disease Control (CCDC) dat door een promovendus geschreven was onder supervisie van het op dat moment plaatsvervangend hoofd van deze organisatie, Dr. Fu Gao.

Uit de afstudeerscriptie van Li Xu bleek dat de eerste vier arbeiders aanvingen met hun werkzaamheden op 2 april 2012. De werkzaamheden zouden twee weken duren. Op 16 april 2012 zouden ze hun werkzaamheden beëindigen. Tussen 10 en 16 april 2012 ontwikkelden deze mannen, in de leeftijd van 42, 45, 46 en 63 jaar, symptomen passend bij ernstige griepachtige klachten zoals hierboven beschreven. De tweede groep, bestaande uit twee mannen van 30 en 32 jaar oud, begon met de werkzaamheden op 22 april 2012, op het moment dat de vier mannen uit de eerste groep al ziekteverschijnselen hadden. Op 26 april 2012 werden hun werkzaamheden abrupt voortijdig beëindigd, omdat ook één van hen ziek was geworden.

Van vijf van de zes arbeiders werd in de scriptie benoemd dat zij eerst lokaal medische hulp kregen, maar uiteindelijk werden alle zes arbeiders overgeplaatst naar de Kun Ming Medische Universiteit, een kleine 350 kilometer verderop. Waarom dit gebeurde is de vraag, omdat er twee ziekenhuizen (veel) dichterbij Mojiang liggen. In het universitaire ziekenhuis werd al snel alarm geslagen. De afstudeerscriptie vermeldt dat na vijf van de zes opnames de dienstdoende dokter de ziektegevallen meldde bij het Landelijke Departement voor Medische Zaken in China, met als doel om een uitbraak van een ernstige infectieziekte te voorkomen.

Vervolgens werd volgens de afstudeerscriptie dr. Xie Canmao geconsulteerd. Hij was het hoofd van de Longafdeling van het Instituut voor Respiratoire Ziekten van het 1e Geaffilieerde Ziekenhuis van de Sun Yat-Sen Universiteit in Guangzhou, provincie Guangdong. Dit vond plaats een maand nadat patiënt #1 was overleden en één week nadat patiënten #5 en #6, de twee jongemannen uit de tweede ploeg, uit het ziekenhuis waren ontslagen. De patiënten #2, #3 en #4 lagen nog in het ziekenhuis, met patiënt #2 in kritische toestand. Xie Can Man zag de patiënten niet zelf, maar gaf adviezen aan de behandelende artsen via consulten op afstand.

Vanzelfsprekend werd er uitgebreid aanvullend onderzoek gedaan naar de etiologie (oorzaak) van de ziekte. Op alle mogelijke ziekteverwekkers werd getest door middel van keelkweken, bloedkweken, antigeentesten en PCR-testen, maar geen van deze testen gaf een positieve uitslag. Vervolgens was de conclusie van deze dr. Xie Can Man dat er waarschijnlijk sprake was van een schimmelinfectie, mogelijk Histoplasmose. Dit is een schimmel die inderdaad een ernstige longontsteking kan veroorzaken, hoewel dit over het algemeen vooral optreedt bij mensen met een gecompromitteerd immuunsysteem. Bovendien reageerde geen van de patiënten op behandeling met antibiotica of geneesmiddelen tegen schimmelinfecties.[35]

Patiënt #2 overleed op 12 juni 2012. Een week erna, op 19 juni 2012, werd Dr. Zhong Nan Shan, zoals gezegd China’s topspecialist in SARS, betrokken bij de diagnostiek naar de oorzaak van het ernstige ziektebeeld, en bij de behandeling van de overgebleven patiënten #3 en #4. Hij kwam al snel tot de conclusie dat het om een SARS-achtig ziektebeeld kon gaan. Hij liet volgens de afstudeerscriptie van Li Xi zowel patiënten #3 en #4, als ook patiënten #5 en #6 testen op IgM antistoffen tegen SARS. De serologische testen werden uitgevoerd door het WIV en waren alle vier positief.[36] Curieus genoeg wordt, in tegenstelling tot wat in de afstudeerscriptie van Li Xi wordt beschreven, in het proefschrift uit 2016 benoemd dat het zou gaan om IgG-antilichamen en niet om IgM-antilichamen.[37]

Uiteindelijk overleden drie van de zes ’mijnwerkers’. Obductie werd niet toegestaan door de families, mogelijk uit religieuze overwegingen.

In de afstudeerscriptie uit 2013 van Li Xi, met als supervisor de SARS-expert Zhong Nan Shan, staat bij de conclusies dat “op basis van de bovenstaand beschreven casussen en het daaropvolgende onderzoek, het onbekende virus dat tot de ernstig longontsteking leidde een SARS-achtig CoV virus zou kunnen zijn, afkomstig van vleermuizen”. Vervolgens vermeldt de scriptie expliciet dat “een artikel gepubliceerd in Science Magazine in 2005, door de wetenschappers Shi Zheng-Li and Zhang Shu Yi van het Wuhan Institute of Virology, als conclusie had dat SARS-like Coronovirussen met vleermuizen als gastheer, niet op mensen overdraagbaar zijn. Deze contradictie wijst op het belang van deze zes casussen”. Verder geeft de scriptie als specifieke aanbeveling dat “gegeven het feit dat alle zes patiënten blootgesteld werden aan vele vleermuizen en grote hoeveelheden uitwerpselen, en ook de geur van de uitwerpselen inademden, het belangrijk is samples te nemen van de levende vleermuizen en hun fecaliën”.

In het proefschrift uit 2016 geschreven onder begeleiding van het hoofd van de Chinese CDC, Gao Fu, wordt echter een andere conclusie getrokken: “Daarom is de oorzaak van de uitbraak in de verlaten kopermijn van Mojiang niet duidelijk. Ondanks de inspanningen van vele partijen, is het tot nu toe een niet-opgelost vraagstuk.”

Deze conclusie is verbazingwekkend, allereerst omdat het de mening van China’s top-expert in SARS – Zhong Nan San – volledig negeert, evenals de door hem verrichte diagnostiek. Deze conclusie negeert ook de uitslagen van de in het WIV verrichte serologische testen, die bij de vier nog levende arbeiders antilichamen tegen een SARS-virus aantoonden. Ook negeert deze conclusie dat de onderzoekers van het WIV inderdaad het advies volgden van deze Zhong Nan San, om samples te nemen van de vleermuizen in de verlaten kopermijn van Mojiang. Wellicht nog het belangrijkste argument tegen deze conclusie is dat in een publicatie uit 2013 in Nature, afkomstig uit het WIV en wederom met Shi Zheng-Li als laatste auteur, twee nog niet eerder aangetroffen SARS-like virussen bij vleermuizen worden beschreven, die, evenals SARS, de ACE-2 receptor gebruiken om zich toegang tot menselijke cellen te verschaffen.[38] De studie beschrijft dat het gelukt was één van deze twee virussen te kweken op Vero E6 cellen. De conclusie van dit artikel was dat dit virus wellicht zonder tussengastheer rechtstreeks van vleermuizen op mensen zou kunnen overspringen. Deze publicatie uit 2013 werd gevolgd door een publicatie uit 2015, nu in Nature Medicine, waarvan de conclusie luidde “dat er een potentieel risico bestaat op een hernieuwde uitbraak van SARS, afkomstig van in vleermuizen-kolonies circulerende coronavirussen”.[39] Belangrijk is om te vermelden dat in deze studie volledig synthetisch een infectieus recombinant virus werd gemaakt. Het is heel goed mogelijk dat op dat moment de Doos van Pandora al op een kier werd gezet. Het was dus deze verlaten kopermijn in Mojiang waar de samples werden verzameld waaruit het CoV/4991-virus, alias het RaTG13-virus, werd geïsoleerd, de meest nauwe verwant van het SARS-CoV-2 virus.

Natuurlijke evolutie

In de genetische code van SARS-CoV-2 en RaTG13 zijn ongeveer 1000 nucleotiden verschillend, waarbij de verschillen willekeurig over het RNA van het virus verdeeld zijn. Door diverse wetenschappers, waaronder ook Marion Koopmans, werd dit aangevoerd als argument dat SARS-CoV-2 op een natuurlijke manier geëvolueerd zou zijn, en niet door genetische manipulatie in het laboratorium ontstaan zou kunnen zijn. Ook een wetenschapper met de naam Kristian G. Anderson voerde dit als argument aan. Op hem kom ik later nog terug. Maar deze geleidelijke genetische veranderingen in een virus kunnen ook ontstaan door toepassing van een vorm van genetische manipulatie die ‘serial passaging’ wordt genoemd.[40] Hierbij wordt het virus sequentieel gekweekt in een kweekmedium of in een proefdier. Op deze manier kan men een virus verzwakken, met bijvoorbeeld als doel om het als vaccin te gebruiken. Anderzijds is het een bekende virologische techniek die gebruikt wordt bij het gain-of-function onderzoek, en bijvoorbeeld in 2012 door Ron Fouchier werd gebruikt om een dodelijke en via de lucht overdraagbare variant van het H5N1-influenzavirus te ontwikkelen.[41] Het argument dat het verschil van 1000 nucleotiden tussen RaTG13 en SARS-CoV-2 alleen op een natuurlijke manier zou kunnen zijn ontstaan is dan ook niet in overeenstemming met de werkelijkheid

Belangrijk is ook dat van het RaTG13-virus alleen het volledige genoom bekend, zoals dat geüpload werd naar de database van het NCBI, maar de brondata en de uitgevoerde analyses niet werden gepubliceerd. Daarom kunnen onafhankelijke wetenschappers niet controleren hoe het genetisch profiel van de mogelijke voorloper van SARS-CoV-2 tot stand is gekomen. Om die reden wordt in een pre-print commentaar gepleit om alle wetenschappelijke artikelen met als onderwerp het RaTG13-virus, terug te trekken omdat ze onbetrouwbaar zijn en potentieel ondeugdelijk.[42]

En daarmee kom ik terug op een eerdere stelling: als het lukte om SARS-CoV-2- virus te kweken op Vero E6 cellen, als nauwe verwant van het RaTG13-virus, en het lukte ook al in 2013 met een coronavirus dat eveneens de ACE-2 receptor gebruikte om zich toegang tot de cel te verschaffen, is het weinig aannemelijk dat dit niet ruim voor 2020 gelukt zou zijn met het RaTG13 alias BtCoV/4991-virus. De uitspraak van Marion Koopmans dat het slechts in drie gevallen gelukt zou zijn om de in bovengenoemde studies beschreven coronavirussen te kweken, als argument dat het onwaarschijnlijk is dat het virus uit het laboratorium was ontsnapt, moet dan ook met de nodige scepsis bekeken worden.

Terug naar de Verlaten Kopermijn

Naar aanleiding van de publicaties van DRASTIC probeerden verschillende journalisten de verlaten kopermijn in Mojiang te traceren en te bezoeken. In het proefschrift uit 2016 werd de exacte locatie van de mijn vermeld. John Sudworth van de BBC probeerde de mijn te bereiken, maar doordat de weg onbegaanbaar werd, moest het team te voet verder. Toen ze bij de mijn aankwamen was het pikdonker, en moest men de missie afbreken. De volgende dag probeerde Sudworth het opnieuw, maar blijkbaar waren de plaatselijke autoriteiten gewaarschuwd. Ze stuitten op een wegblokkade, die het team van Sudworth ternauwernood wist te passeren, iets wat de politieauto’s die hen volgden niet lukte. Daarna stuitten ze op een volgende wegblokkade, en gingen opnieuw te voet verder. Vervolgens werden ze onderschept door agressieve Chinezen in een 4×4, die hen waarschuwden dat zij geweld zouden gebruiken als hij en zijn team niet zouden vertrekken. Sudworth gaf het idee op om de kopermijn te bezoeken, en richtte zijn aandacht op een nabijgelegen mijn. Maar ook daar stuitte hij op een vrachtwagen met militairen die de weg blokkeerde. Ze werden een uur lang ter plekke vastgehouden alvorens ze alsnog gedwongen werden te vertrekken.[43]

Een ander team van de NBC kreeg te horen dat er een kudde olifanten op de weg liepen en dat ze daarom niet naar de kopermijn zouden kunnen rijden. Een undercoverteam van Franse journalisten bereikte Danaoshoan en vroeg een lokale inwoner of er een mijn in de buurt was. De bewoner antwoordde dat dit inderdaad het geval was, en dat de ‘regering’ de mijn gesloten had, en er in de buurt van de mijn meerdere surveillance camera’s hingen. Uiteindelijk kwam een journalist van de Wall Street Journal op een mountainbike tot aan de ingang van de mijn, en constateerde dat die met bomen en struiken dichtgegroeid was. Daaropvolgend werd hij aangehouden door de Chinese politie, vervolgens werd hij vijf uur vastgehouden en gedwongen om de gemaakte foto’s te verwijderen van zijn mobiele telefoon.

Sudworth verklaarde later: “Je begrijpt het nu wel. Het is nauwelijks mogelijk om te overschatten hoe grootschalig en gecoördineerd de actie was – de geheime dienst, politie in burger, geüniformeerde politie, ambtenaren maar ook de lokale bevolking. Als ze met iemand probeerden te praten, draaiden ze ons de rug toe.”

Blijkbaar was het er de Chinese autoriteiten veel aan gelegen om de Westerse media weg te houden bij de verlaten kopermijn in Mojiang. Waarom dat zo is blijft onduidelijk. Volgens haar eigen verklaring had zij geen belangstelling meer voor het uitvoeren van verder wetenschappelijk onderzoek in de mijn, maar het is de vraag in hoeverre die verklaring hout snijdt. In ieder geval is duidelijk dat China alleen informatie vrijgeeft die men vrij wil geven, en dat deze informatie niet op voorhand als volledig of betrouwbaar beoordeeld kan worden. Dat gegeven hoeft niet te verbazen, maar des te groter zou de verbazing moeten zijn dat Marion Koopmans bij herhaling wil doen geloven dat de gegevens zoals die door de Chinese onderzoekers wordt verschaft, wél volledig en wél betrouwbaar zouden zijn.

Opnieuw Shi Zheng-Li

Maar Shi Zheng-Li werd nog verder in het nauw gebracht door DRASTIC, wederom door toedoen van the Seeker. Ditmaal zonder dat hij hiervoor veel moeite hoefde te doen. Hij ploos een database uit die gehost werd door China’s Ministerie van Wetenschap en Technologie, en zocht naar alle promoties en afstudeerscripties met als promotor of begeleider Zheng-Li. Hij vond er drie. Voor zover er nog enige twijfel bestond over het rookgordijn dat het WIV had opgetrokken om haar werkelijke analyse van de gebeurtenissen rondom de verlaten kopermijn in Mojiang te verbergen, verdween deze als sneeuw voor de zon door deze drie thesen.[44]

Uit de inhoud bleek dat de onderzoekers van de WIV zelf nooit geloofd hebben dat een schimmel de oorzaak was van het overlijden van de drie mijnwerkers, in tegenspraak met de uitspraken van Zheng-Li in Science Magazine.[45] In tegendeel, ze waren zo bang voor een nieuwe uitbraak van een SARS-achtig virus, dat ze zelfs het bloed van bewoners uit omgevende dorpen van de kopermijn in Wujiang testten op antilichamen tegen het virus. Bovendien waren ze wel degelijk al ver voor de uitbraak van COVID19 in 2019 op de hoogte van het feit dat er nog acht gensequenties waren gevonden van SARS-like virussen in de kopermijn van Mujiang, iets wat onderzoekers in de beginfase van de pandemie had kunnen helpen het SARS-CoV-2 virus beter te begrijpen. Ze hielden die informatie echter voor zichzelf.

The Seeker once more.

Het graven in de verschillende databases door the Seeker leverde echter nog meer belangwekkende resultaten op. In subsidieaanvragen en toekenningen van subsidies aan het WIV vond the Seeker gedetailleerde beschrijvingen van onderzoeksplannen van het WIV. En die logen er niet om: er werd onderzoek verricht naar de besmettelijkheid van nieuw ontdekte SARS-achtige virussen voor menselijke cellen en proefdieren, en te bestuderen hoe deze virussen zouden muteren als ze van de ene diersoort op de andere werden overgebracht. Verder waren er onderzoeksvoorstellen voor het recombineren van genetische sequenties van de verschillende coronavirussen om te onderzoeken hoe dit de eigenschappen van deze virussen zou veranderen. En dit alles uitgevoerd onder gevaarlijk lage bioveiligheidsmaatregelen.

De conclusie van dit alles kan dan ook niet anders zijn dan dat het Wuhan Institute of Virology jarenlang in potentie gevaarlijke coronavirussen verzamelde, en onderzoek deed naar de besmettelijkheid van deze coronavirussen voor mensen, en tevens onderzoek deed naar welke mutaties in het genetische materiaal de besmettelijkheid voor mensen zou verhogen. En het is goed mogelijk dat hierbij een ongeluk is gebeurt die geleid heeft tot het ontsnappen van SARS-CoV-2 uit het laboratorium.

Niet lang nadat DRASTIC deze bevindingen naar buiten bracht, begonnen wetenschappers, politici en zelfs de mainstream media – behalve in Nederland – de mogelijkheid serieus te overwegen dat SARS-CoV-2 uit het lab van Wuhan ontsnapt zou kunnen zijn. Het leidde er toe dat president Biden de Amerikaanse Veiligheidsdiensten opdracht gaf “hun inspanningen te verdubbelen om informatie te verzamelen en te analyseren die ons dichter bij een definitieve conclusie kan brengen.” Daarnaast zei Biden dat de VS samen met haar bondgenoten China onder druk zal zetten en China te dwingen om mee te werken aan een uitgebreid, transparant en evidence-based internationaal onderzoek, en toegang te geven tot alle relevante data en bewijs.

Maar China reageerde afwijzend, en het uitgebreide, transparante en evidence based internationale onderzoek kwam er niet, en China zal waarschijnlijk ook nooit meewerken aan een dergelijk onderzoek. Bovendien leidt het geen twijfel dat als er nog sporen te vinden zouden zijn die een ‘lab-escape’ waarschijnlijk maken, voor zover dat nu al niet waarschijnlijk is, China die zorgvuldig uitgewist zal hebben.

Het is in ieder geval duidelijk dat het mogelijk is dat een gevaarlijk virus uit een centrum zoals het Wuhan Institute of Virology kan ontsnappen en zo een pandemie kan veroorzaken. En dit kan elke dag (opnieuw) gebeuren, zoals dat in het verleden ook met andere virussen is gebeurd.

De laatste conclusie is dat bij het onderzoek naar de oorsprong van SARS-CoV-2 en het ontstaan van de pandemie de wetenschap op een verbijsterende en verontrustende manier faalde, waar DRASTIC wel slaagde essentiële informatie boven water te halen. Het laat de enorme kracht zien van mensen die weten waar informatie op het World Wide Web te vinden is en deze kunnen analyseren. De wetenschap heeft niet meer het alleenrecht op data en kennis, maar weet het oog van onderzoekers zonder conflicterende belangen, zoals de leden van DRASTIC op zich gericht.

Hare Majesteit Marion Koopmans

Na terugkomst van Hare Majesteit de Koningin uit Wuhan voelde ze zich niet meer zo in haar hummetje. In haar afwezigheid was er een koud briesje opgestoken dat haar nu deed rillen. Ook begon de paleisgracht weerzinwekkend te stinken, omdat het Twitterkanaal er op draineerde en dit kanaal in de afgelopen maanden erg vies was geworden. Dit omdat het klootjesvolk uit frustratie met haar adviezen aan de regering er steeds meer in pisten en poepten. Verder kreeg ze alleen maar boze brieven toegestuurd en werden door een onbekende groep mensen elke nacht brandnetels en stekelige distels bij de poort van haar Koninklijke Paleis neergelegd, bij wijze van afkeuring van haar leiderschap. Boven op deze hoop distels en brandnetels werd steeds een knuffeldier aangetroffen, en steeds weer was dit een hommel.

Koningin Marion was daarom wel toe aan wat vertier en ook moesten er nog enkele onverkwikkelijke zaken afgehandeld worden. En dus riep ze op een zekere dag naar haar hofhouding:

“Roep de Hofnar!”

Helaas was Maarten Keulemans net op zijn bierfietsje weggefietst van de wetenschapsredactie van de Geïllustreerde Toiletrol, op weg naar de kantine van het bierteam van de 5e klasse journalistieke zaterdagamateurs, nadat hij die ochtend nog een hoogstaand journalistiek hatseflatsje en een excellent beschouwend hutseflutsje had geschreven. Eenmaal aangekomen bij de kantine kreeg hij te horen dat hij zich onmiddellijk acte de présence moest geven op het Koninklijke Paleis van Koningin Marion. Ditmaal volstond een opdracht via Whats-App niet. En dus fietste Maarten zo snel als hij kon terug van de kantine naar het Koninklijke Paleis van Hare Majesteit Marion Koopmans.

Daar kreeg hij van Koningin Marion de opdracht een nieuw beschouwend meesterwerkje te schrijven, waarin hij de geruchten moest ontkrachten dat er een virus ontsnapt was uit de kelder van een Keizerlijk Virologisch Paleis van een bevriend staatshoofd, Xi Jinping. Hij moest het klootjesvolk duidelijk maken dat er in deze kelder weliswaar vele genetische codes opgeslagen lagen van heel erg veel virussen, maar dat er geen complete infectieuze virussen aanwezig waren, en al helemaal geen levende vleermuizen.

En dus stapte Maarten weer op zijn bierfietsje en fietste zuchtend en steunend terug naar de dependance van het Virologisch Koninkrijk Erasmus, de wetenschapsredactie van de Geïllustreerde Toiletrol. Koningin Marion had hem vorige week nog beloofd dat hij binnenkort echt zijn welverdiende vakantie mocht nemen, en dan zou hij gaan kamperen in de wilde natuur van het journalistieke achter(lijke)land, ver van hier. Maar blijkbaar was ze dat alweer vergeten.

Koningin Marion had haar hofnar goed geïnstrueerd: hij moest de trouwe lezers van de Geïllustreerde Toiletrol voor eens en voor altijd duidelijk maken dat er géén, ik herhaal, géén levende vleermuizen in het laboratorium van Wuhan huisden. Helemaal niet. Echt niet. En dat er al helemáál geen complete infectieuze virussen rondwaarden in de krochten van het WIV. Hij moest opschrijven dat er in de kelder van het Keizerlijk Virologisch Paleis van het bevriende Staatshoofd in Wuhan alleen vleermuizenpoepjes werden bewaard. En daar maakten ze dan weer nog kleinere vleermuizenpoepjes van, RNA-poepjes. En al die poepjes werden dan in een spreadshitbestandje gezet. En daar stonden echt alleen genummerde vleermuizenpoepjes in, geen genummerde vleermuisjes, laat staan genummerde echte virusjes. Echt niet!

Dat kon natuurlijk ook niet: sinds de Grottenkoningin van Wuhan en minnares van Xi Jinping, de vleermuisvrouw Shi Zheng-Li, haar hofnarren in de mijn aan het werk had gezet, gold er een ochtendklok voor alle vleermuisjes. Bovendien mochten de vleermuisjes pas gaan slapen als ze zich eerst langs de vleermuizenpoepjesanalist waren gegaan, hun bevallige kleine billetjes naar achter en omhoog hadden gestoken zodat de vleermuizenpoepjesanalist hen een swabje in het anusje kon steken.

En natuurlijk zou het theorie mogelijk kunnen zijn dat één van de vleermuisjes in een rugzakje van één van de vleermuizenpoepjesanalisten was gekropen, omdat een verveeld vleermuisje ook wel eens de grote stad wilde zien. Maar helaas, Chinese BOA’tjes controleerden bij de uitgang van de mijn alle vleermuisjes op een geldig vleermuizenpoepjespaspoortje. En als het vleermuisje dat niet kon laten zien, knuppelden ze het vleermuisje genadeloos terug in de grot. Laat dat maar aan een Chinese BOA’tjes over!

En geen van de vleermuisjes had zo’n vleermuizenpoepjespaspoortje, al was het maar omdat er een paar miljoen vleermuizenpoepjes zoek waren geraakt, nadat ze uit het spreadshitje waren geglibberd. Kortom, er was geen énkel vleermuisje dat uit de mijn kon ontsnappen, en naar Wuhan kon vliegen. En bovendien, dat was héél erg ver vliegen, nog veel verder dan Maarten op zijn bierfietsje naar de grotten van Remouchamps zou moeten fietsen, om daar een voortvluchtig miertjesetend pangolientje te vinden. En daar hadden de vleermuisjes écht helemaal geen zin in. Het was gewoon te ver, de reis zou in een rugtasje afgelegd moeten worden.

Vanzelfsprekend had hofnar Maarten zich keurig van zijn taak gekweten, omdat hij Koningin Marion niet wilde teleurstellen. Hij had zelfs extra zijn best gedaan, want als hij deze opdracht niet tot een goed einde zou brengen, zou uitstoting uit het Virologisch Koninkrijk van Koningin Marion dreigen.

Hij had zichzelf dan ook opnieuw overtroffen. Hij had nu werkelijk een briljant journalistiek hutseflutsje geschreven dat de volgende dag in de Geïllustreerde Toiletrol zou verschijnen. Hij had alles vermeld wat Koningin Marion hem had gedicteerd, en daarna het hutseflutsje nog een keer aan Koningin Marion laten lezen. Via WhatsApp had hij zelfs Keizer Xi-Jinping en Grottenkoningin en vleermuisvrouw Shi Zheng-Li het journalistieke juweeltje laten controleren, of er toch niet wat kleine foutjes in geslopen waren. Natuurlijk bleek dat niet het geval te zijn, dat zou Maarten niet laten gebeuren, daar zorgde hij als trots lid van de vijfde klasse journalistieke zaterdagamateurs wel voor.

En daarmee werd het de Waarheid. De Grote Waarheid zoals die al anderhalf jaar alleen in de Geïllustreerde Toiletrol te lezen viel. De Grote Waarheid, gedicteerd door Koningin Marion herself, en gecontroleerd door Keizer Xi Jinping en Grottenkoningin Zheng-Li. Daar zouden de lezers van de Geïllustreerde Toiletrol niet aan twijfelen, zoveel was zeker.

Helaas bleek dat de Chinese BOA’tjes hun taak ernstig verzaakt hadden. Ze konden er zelf eigenlijk niets aan doen, omdat ze stoned geworden waren van de grote hoeveelheden vleermuizenpoepjes. Hierdoor bleken er rugtassen vol met vleermuisjes ontsnapt te zijn uit de mijn van Mojiang, die allemaal op reis gingen naar Wuhan. Het voornemen van de vleermuisjes was om op neoliberale wijze hun vleermuizenpoepjes en de bij zich gedragen virusjes te verkopen op de plaatselijke markt, die direct naast het Keizerlijke Virologische Paleis van het bevriende staatshoofd van Koningin Marion lag.

Dat stonden de Chinese Autoriteiten natuurlijk niet toe, omdat dit in strijd is met de Aloude Communistische Tradities van het Keizerrijk. Die Tradities gelden natuurlijk ook voor de vleermuisjes in de grote stad. En dus werden de vleermuisjes ondergebracht in het grote Keizerlijke Virologische Paleis van Wuhan, waarvan de kelder voor de gelegenheid werd omgebouwd tot een vleermuisjeshotelletje, met vele luxe ingerichte kamertjes, waar het de vleermuisjes aan niets tekortkwam. Zelfs hun vleermuizenpoepjestoilet werd twee keer dag schoongemaakt. Er was maar één ding dat ze niet goed beviel, en dat was dat ze ook hier elke ochtend een swabje tussen hun billetjes geduwd kregen, en af en toe een ander virusje kregen om bij zich te dragen. Dat was vervelend, maar verder vonden de vleermuisjes eigenlijk alles best. Er was licht, er was eten en het was er gezellig.

De BOA’tjes intussen werden verplicht op nascholing gestuurd, naar dezelfde onderwijsinstantie waar ook de nascholing voor Oeigoeren georganiseerd werd. Zij werden daar onderwezen in de Aloude Communistische Tradities, zodat zij verder door het leven zouden kunnen gaan als gegoede Chinese staatsburgers. Het was een heel divers en uitgebreid onderwijsprogramma dat ze aangeboden kregen, met veel audiovisuele ondersteuning, al was het volume daarvan wel wat hoog. Verder werden ook vele gastdocenten uit Noord-Korea en Rusland ingevlogen. Dit omdat Keizer Xi Jinping hechtte aan gelijke kansen voor iedereen, ook voor de Oeigoeren. En natuurlijk gold dit ook voor de vleermuisjes, al moest daar nog een scholingsplan met vier letters voor geschreven worden, de C, de G, de A en de U. Meer letters kenden de vleermuisjes helaas niet.

En zo eindigt het sprookje van Koningin Marion en haar hofnar Maarten. Eind goed, al goed. Toch, Maarten?

In het derde deel van deze serie zal ik de rol van Peter Daszak bespreken, de centrale spin in het web, enerzijds vanwege de nauwe relatie met het Wuhan Institute of Virology en Shi Zheng-Li, met wie hij meerdere publicaties schreef en anderzijds als directeur van EcoHealth Alliance, een van ’s werelds grootste en machtigste NGO’s, de organisatie die het onderzoek in het WIV mede financierde.

 

 

[1] SARS-CoV-2 is well adapted for humans. What does this mean for re-emergence? Shing Hei Zhan, Benjamin E. Deverman and Yuija Alina Chan. https://doi.org/10.1101/2020.05.01.073262
[2] Smith R. Peer review: a flawed process at the heart of science and journals. J R Soc Med. 2006;99(4):178-182.
[3] Smith R. Classical peer review: an empty gun. Breast Cancer Res. 2010 Dec 20;12 Suppl 4(Suppl 4): S13.
[4] Fall-out van een fraudezaak. NCR, 20 februari 2016.
[5] Eindrapport fraude Stapel. Brabants Dagblad, 27 november 2012.
[6] Scientists Shouldn’t Rule Out Lab As Source of Coronavirus, New Study Says. Newsweek; May 17 2020.
[7] Could COVID-19 Have Escaped from a Lab? Boston Magazine. September 9, 2020.
[8] The Lab-Leak Theory: Inside the Fight to Uncover COVID-19’s Origins. Vanity Fair, June 3, 2021.
[9] Viral. The Search for the Origin of Covid-19. Alina Chan & Matt Ridley. Harper Collins UK, 2021.
[10] Liu, P.; Chen, W.; Chen, J.-P. Viral Metagenomics Revealed Sendai Virus and Coronavirus Infection of Malayan Pangolins (Manis javanica). Viruses 201911, 979.
[11] Isolation of SARS-CoV-2-related coronavirus from Malayan pangolins. Nature 583, 286–289 (2020).
[12] Xiao, K., Zhai, J., Feng, Y. et al. Author Correction: Isolation of SARS-CoV-2-related coronavirus from Malayan pangolins. Nature 600, E8–E10 (2021).
[13] Wang X, Hou F, Chen J, Zou J, Chen J. Are pangolins the intermediate host of the 2019 novel coronavirus (SARS-CoV-2)? PLoS Pathog. 2020 May 14;16(5):e1008421.
[14] Liu P, Jiang JZ, Wan XF, Hua Y, Li L, Zhou J, Wang X, Hou F, Chen J, Zou J, Chen J. Correction: Are pangolins the intermediate host of the 2019 novel coronavirus (SARS-CoV-2)? PLoS Pathog. 2021 Jun 9;17(6):e1009664.
[15] Viral. The Search for the Origin of Covid-19. Alina Chan & Matt Ridley. Harper Collins UK, 2021.
[16] Viral. The Search for the Origin of Covid-19. Alina Chan & Matt Ridley. Harper Collins UK, 2021.
[17] Animal sales from Wuhan wet markets immediately prior to the COVID-19 pandemic | NCRC. Accessed May 1, 2022. https://ncrc.jhsph.edu/research/animal-sales-from-wuhan-wet-markets-immediately-prior-to-the-covid-19-pandemic/
[18] Zhou, P., Yang, XL., Wang, XG. et al. A pneumonia outbreak associated with a new coronavirus of probable bat origin. Nature 579, 270–273 (2020).
[19] Ge XY, Wang N, Zhang W, Hu B, Li B, Zhang YZ, Zhou JH, Luo CM, Yang XL, Wu LJ, Wang B, Zhang Y, Li ZX, Shi ZL. Coexistence of multiple coronaviruses in several bat colonies in an abandoned mineshaft. Virol Sin. 2016 Feb;31(1):31-40. Epub 2016 Feb 18.
[20] Wilkinson DA, Joffrin L, Lebarbenchon C, Mavingui P. Analysis of partial sequences of the RNA-dependent RNA polymerase gene as a tool for genus and subgenus classification of coronaviruses. J Gen Virol. 2020;101(12):1261-1269. doi:10.1099/jgv.0.001494
[21] https://drasticresearch.org
[22] Inmiddels is de naam van ‘the Seeker’ bekend: hij heet Prasenjit ‘Jeet’ Ray. Het is een 30-jarige auto-didact die zichzelf wetenschappelijk schoolde en zich het geavanceerde gebruik van zoekmachines op het world-wide-web eigen maakte.
[23] Exclusive: How Amateur Sleuths Broke the Wuhan Lab Story and Embarrassed the Media. Newsweek Magazine; June 2, 2021.
[24] Viral. The Search for the Origin of Covid-19. Alina Chan & Matt Ridley. Harper Collins UK, 2021.
[25] GenBank is de genetische database van de National Institute of Health (NIH) waarin iedere bekende DNA- en RNA-sequentie ligt opgeslagen.
[26] Rahalkar, M.C.; Bahulikar, R.A. Understanding the Origin of ‘BatCoVRaTG13’, a Virus Closest to SARS-CoV-2. Preprints 2020, 2020050322
[27] Chen L, Liu W, Zhang Q, et al. RNA based mNGS approach identifies a novel human coronavirus from two individual pneumonia cases in 2019 Wuhan outbreak. Emerg Microbes Infect. 2020;9(1):313-319. Published 2020 Feb 5.
[28] Latinne, A., Hu, B., Olival, K.J. et al. Origin and cross-species transmission of bat coronaviruses in China. Nat Commun 11, 4235 (2020).
[29] Zhou, P., Yang, XL., Wang, XG. et al. Addendum: A pneumonia outbreak associated with a new coronavirus of probable bat origin. Nature 588, E6 (2020).
[30] WIV, EcoHealth, the Mojiang ‘miners’ cases and a bat sampling trip in April 2012. Gilles Demaneuf; September 25, 2020.
[31] Viral. The Search for the Origin of Covid-19. Alina Chan & Matt Ridley. Harper Collins UK, 2021.
[32] How China’s ‘Bat Woman’ Hunted Down Viruses from SARS to the New Coronavirus. Scientific American; June 1, 2020.
[33] Viral. The Search for the Origin of Covid-19. Alina Chan & Matt Ridley. Harper Collins UK, 2021.
[34] Exclusive: How Amateur Sleuths Broke the Wuhan Lab Story and Embarrased the Media. Newsweek Magazine; 2 June, 2020.
[35] Dat patiënten niet reageren op behandeling met geneesmiddelen tegen schimmelinfecties mag niet als definitief bewijs worden opgevat dat er daarom geen sprake kan zijn geweest van een schimmelinfectie, omdat deze niet zelden moeilijk behandelbaar zijn. Echter, in dit geval bleven ook de resultaten van het uitgebreide aanvullend onderzoek naar een mogelijke schimmelinfectie negatief, en deze combinatie maakt wel dat het niet erg waarschijnlijk is dat er sprake was van een schimmelinfectie.
[36] IgM antilichamen zijn het eerste type antilichamen die worden aangemaakt als gevolg van een infectie. Dit type antilichamen blijven maximaal slechts enkele maanden aantoonbaar in het bloed, en duiden daarmee op het recent doorgemaakt hebben van een infectie. Voor de volledigheid moet wel worden gezegd dat de bepalingen van IgM-antilichamen niet altijd even betrouwbaar zijn, en qua specificiteit en sensitiviteit allesbehalve optimaal presteren in de klinische praktijk. Daarentegen waren de samples bij alle vier mannen positief, hetgeen het minder waarschijnlijk maakt dat het om fout-positieve uitslagen zou gaan.
[37] De productie van IgG antilichamen komt later op gang dan die van IgM-antilichamen, maar deze antilichamen blijven veel langer aanwezig in het bloed, soms zelfs levenslang. De bepaling van IgG antilichamen zijn betrouwbaarder dan die van IgM-antilichamen, maar het meten van de hoeveelheid IgG-antilichamen is niet geschikt om te herleiden wanneer iemand een infectie heeft doorgemaakt.
[38] Ge, XY., Li, JL., Yang, XL. et al. Isolation and characterization of a bat SARS-like coronavirus that uses the ACE2 receptor. Nature 503, 535–538 (2013).
[39] Menachery, V., Yount, B., Debbink, K. et al. A SARS-like cluster of circulating bat coronaviruses shows potential for human emergence. Nat Med 21, 1508–1513 (2015).
[40] Sirotkin K, Sirotkin D. Might SARS-CoV-2 Have Arisen via Serial Passage through an Animal Host or Cell Culture? BioEssays. 2020;42(10):2000091.
[41] Herfst S, Schrauwen EJ, Linster M, Chutinimitkul S, de Wit E, Munster VJ, Sorrell EM, Bestebroer TM, Burke DF, Smith DJ, Rimmelzwaan GF, Osterhaus AD, Fouchier RA. Airborne transmission of influenza A/H5N1 virus between ferrets. Science. 2012 Jun 22;336(6088):1534-41.
[42] Bengston D. All journal articles evaluating the origin or epidemiology of SARS-CoV-2 that utilize the RaTG13 bat strain genomics are potentially flawed and should be retracted. doi:10.31219/OSF.IO/WY89DAnimal
[43] Viral. The Search for the Origin of Covid-19. Alina Chan & Matt Ridley. Harper Collins UK, 2021.
[44] Exclusive: How Amateur Sleuths Broke the Wuhan Lab Story and Embarrased the Media. Newsweek Magazine; 2 June, 2020.
[45] How China’s ‘Bat Woman’ Hunted Down Viruses from SARS to the New Coronavirus. Scientific American; June 1, 2020.